Oprukkende woningen in het buitengebied

Oprukkende woningen in het buitengebied, een bedreiging voor de landbouwOprukkende woningen

De druk op gemeenten om mee te werken aan burgerwoningen in het buitengebied is heel groot. Er komen veel aanvragen binnen, variërend van principeverzoeken, verzoeken tot wijziging omgevingsplan tot aanvragen voor een BOPA. Het gaat hierbij vooral om planologische wijzigingen van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning (woonlocatie). Ook de plattelandswoning is nog steeds populair. Deze laatste is vooral een juridische fictie die in de echte wereld voor veel problemen zorgt. Het is weliswaar geen burgerwoning, maar er wonen wel burgers in die voor veel onrust en burenruzies zorgen.

Wat is er op tegen? Het aantal boerenbedrijven neemt immers fors af en deze locaties kunnen prima hergebruikt worden als woonlocatie. Vaak wordt dan bijvoorbeeld de planologische aanduiding ‘intensieve veehouderij’ verwijderd, de stallen worden gesloopt en de woning kan behouden blijven. Ook kunnen er meestal nieuwe woningen bijgebouwd worden vanwege een ruimte-voor-ruimte regeling. Op papier lijkt dit een prima oplossing. Boer blij, burger blij. De praktijk is echter weerbarstiger. Wonen op het platteland is voor velen aantrekkelijk. Meer ruimte, meer tuin en door het hybride werken hoeven we immers niet meer perse dichtbij het werk te wonen. Prima toch?

Agrarisch en wonen mengen is een illusie. Wat ik vooral geleerd heb in de praktijk is dat ‘burgerwonen’ niet zo goed past bij agrarische activiteiten. Mest uitrijden, stank, bespuiten van gewassen, heen en weer rijden van tractoren en grote machines of het geluid van een melkmachine op hoorbare afstand: omwonenden worden er niet blij van. In de agrarische sector wordt vaak gewerkt van vroeg in de ochtend tot laat in de avond. Het is een ‘way of life’ waar mensen uit de stad vaak niets van begrijpen, al denken ze van wel. Met name nieuwe bewoners in het landelijk gebied willen niet geconfronteerd worden met al die agrarische activiteiten. Ze hebben meestal een romantisch beeld van het platteland. Vaak hebben ze flink wat te besteden door de verkoop van hun woning in de Randstad en kopen ze een voormalige agrarische locatie op buiten de Randstad. Principieel als ze zijn komen ze op voor de natuur, eten ze biologisch of macrobiotisch, werken met een laptopje en rijden ze Tesla. Of heel gechargeerd: zeg maar de gemiddelde De Correspondent-lezer. De betweters die het allemaal zo zeker weten hoe het platteland eruit moet zien en hoe het klimaat werkt. Ik heb al heel wat verzoeken voorbij zien komen: workshopstudio’s in de voormalige stallen, blote voeten paden, meditatiecursussen, bloemrijk grasland, etc. Inderdaad nogal verstorend als er mest wordt uitgereden op een naastgelegen agrarisch land.

Dit zijn vaak de bewoners die ook zienswijzen indienen tegen ontwerpbesluiten van agrarische bedrijven die bijv. hun stal willen aanpassen aan de nieuwste technieken. Het bouwvlak moet worden aangepast en hup bezwaar maken. Het geeft agrariërs veel stress. In de agrarische sector vinden veel innovaties plaats, zoals precisielandbouw, nieuwe teelten, nieuwe stalsystemen, nieuwe spuitmethoden, etc. We mogen er best trots op zijn! Het vraagt grote investeringen (en aflossingen) om dat mogelijk te maken. Het vraagt ook tijd en geduld om het te implementeren op het bedrijf.

Meer scheiding tussen agrarische activiteiten en wonen Het is belangrijk voor een gemeente om in te zien dat er grote verschillen bestaan in het dagelijks leven van boeren en burgers. Een ander werkritme, een andere mentaliteit. Geef de agrariërs die er nog zijn de ruimte voor hun agrarische activiteiten. Denk bij een verzoek dat binnenkomt voor een nieuwe woning na of de beoogde woonlocatie niet te dicht bij een agrarisch bedrijf ligt. Kijk ook eens verder dan alleen wetgeving of de richtafstanden uit de VNG-brochure. Omdat de druk op gemeenten voor woningen zo hoog is, wordt er onvoldoende nagedacht voor de lange termijn. De gemeente kan namelijk op macroniveau in de omgevingsvisie gebieden reserveren voor uitsluitend land- en tuinbouw. Bijv. agrarische gebieden voor alleen fruitteelt of hoge bomenteelt. Binnen deze gebieden worden nieuwe burgerwoningen dan uitgesloten. Vervolgens kan het geïmplementeerd worden door het omgevingsplan te wijzigen. In andere gebieden in het buitengebied kan het wel weer mogelijk zijn om nieuwe woningen mogelijk te maken, omdat de agrarische bedrijven zijn gesaneerd. Het gaat er vooral om dat er wordt nagedacht wat de gemeente nu wil met het landelijk gebied.