Verplichte gewasrotatie in Omgevingswet

Verplichte gewasrotatie in Omgevingswetverplichte gewasrotatie

In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn onder meer voorschriften opgenomen over het op of in de bodem brengen van meststoffen. Via een recente wijziging wordt een deel van het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn geïmplementeerd in het Bal.

Eén van de wijzigingen gaat over de verplichte gewasrotatie met rustgewassen op zand- en lössgronden. Een andere wijziging is de uitrijperiode. Voor grasland en bouwland wordt de uitrijperiode van vaste strorijke mest met 1 maand verruimd. De periode wordt nu van 1 januari tot en met 1 september. Volgens de Nota van Toelichting (NvT) heeft vaste stroorijke mest een positief effect op de bodemkwaliteit.

Verplichte gewasrotatie – De NvT geeft verder aan dat op alle percelen landbouwgrond op zand- en lössgronden een rotatieschema geldt. Eens in de 4 jaar wordt een rustgewas toegepast. Daarmee wordt aangesloten bij de looptijd van het 7e actieprogramma. Het geldt voor alle percelen op bovengenoemde bodemsoorten, dus ook bij graasdieren.

De maatregel is gericht op duurzaamheid. De beoogde gewasrotatie moet zorgen voor een betere bodemkwaliteit en leiden tot biodiversiteit. Rustgewassen zijn niet-uitspoelingsgevoelige gewassen. Deze wortelen dieper en kunnen daardoor dieper in de bodem voedingsstoffen opnemen.

Het jaar  geldt als referentiejaar. Dat jaar is het eerste jaar van de telling. Uiterlijk in 2026 moet dan een rustgewas te zijn ingeteeld op ieder perceel. Eén van de kritiekpunten op deze maatregel is de achteruitgang in inkomen voor de boer. In de NvT wordt hierover het volgende aangegeven:

(…) Iedereen moet een bijdrage leveren aan de grote opgave waarvoor we staan. Hierdoor is er geen uitzondering voor kleinere bedrijven mogelijk. Er is geen bezwaar om vaker dan 4x per jaar een rustgewas te telen.”

Tegenwoordig doen we ‘alles samen’ en worden er steeds meer verplichtingen doorgevoerd. Dit gebeurt heel subtiel en in kleine stapjes. Het zal je inkomen maar raken. Alles voor een betere wereld. Wie is daar nu op tegen? Kritiekpunten: Weten ‘we’ het allemaal zo zeker? Moet alles in wetgeving worden vastgelegd? Waarom wordt er niet meer gestimuleerd via inspirerende visies? Visies waar mensen enthousiast van worden en uit zichzelf maatregelen gaan treffen. Helaas vraagt dat tijd, bezinning en inspirerend leiderschap. Dat is niet populair maar wel nodig!

Houden van paarden bij woning is hobbymatig

Houden van paarden bij woning is hobbymatighouden van paarden

Is het houden van paarden bij een woning nu bedrijfsmatig of hobbymatig? Vaak komen deze vragen aan de orde bij handhavingsverzoeken. Buren ervaren geur- of vliegenoverlast en bellen met de gemeente. In dit geval ging het ook om een verzoek om handhaving. Naar aanleiding daarvan heeft de gemeente ter legalisatie een omgevingsvergunning verleend voor een mestput.

Appellante ervaart overlast van de activiteiten met de paarden en heeft om handhaving verzocht bij de gemeente. Volgens haar had de gemeente de vergunning niet mogen verlenen. Op de locatie geldt gedeeltelijk een woonbestemming.

De Afdeling overweegt als volgt: “Zoals de Afdeling in haar uitspraak van 28 oktober 2020 (…) heeft overwogen, hangt het van de specifieke omstandigheden van het geval af of het houden van paarden in overeenstemming is met de woonbestemming. Daarbij is bepalend of de ruimtelijke uitstraling die dat gebruik gezien zijn aard, omvang en intensiteit heeft, van dien aard is dat deze planologisch gezien niet meer valt te rijmen met de woonfunctie van het betrokken perceel. Of de activiteit een inrichting in de zin van (…) de Wm is, is daarvoor niet bepalend. Het enkele feit dat de mestput een inrichting is, is dus geen reden om te oordelen dat er strijd met de woonbestemming is. 

Weliswaar zijn er op het perceel diverse voorzieningen aanwezig voor het houden van paarden, maar dit betekent op zichzelf nog niet dat er sprake is van een op winst gerichte bedrijfsmatige exploitatie en bedrijfsmatige commerciële activiteiten. Het betekent ook niet dat er strijd is met de woonbestemming. Ook de advertentie van een weekendhulp duidt hier niet op, net als de omstandigheid dat een groot deel van het perceel wordt gebruikt voor het houden van paarden en de daarbij komende werkzaamheden. Op de zitting heeft vergunninghouder toegelicht dat zij op dit moment 2 paarden en een pony op het perceel heeft, maximaal 4 dieren tegelijk op het perceel heeft gehouden en nooit meer dan 2 paarden op het perceel heeft bereden. Ook heeft zij toegelicht dat er geen rijlessen op het perceel worden aangeboden, maar dat kennissen incidenteel gebruik maken van de rijbak.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft appellante niet aannemelijk gemaakt dat vergunninghouder haar bedrijven vanaf het perceel exploiteert.” Lees meer in r.o. 4.1 van uitspraak ABRS 14 september 2022, no. 202004879/1/R2.

Hoogte windturbines vastleggen in natuurvergunning

Hoogte windturbines vastleggen in natuurvergunninghoogte windturbines

Het college van GS heeft een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming verleend voor de bouw van 3 windturbines. De realisatie van het windpark leidt tot stikstofdepositie. Op 370 meter van de planlocatie ligt een Natura-2000 gebied. Tegen het besluit van GS is beroep ingesteld. In een eerdere uitspraak heeft de Afdeling de verleende omgevingsvergunningen en het bestemmingsplan vernietigd.

In de uitspraak geeft de Afdeling onder meer het volgende aan: “De Afdeling volgt appellant (…) in hun betoog dat de hoogte van de windturbines wel gevolgen zou kunnen hebben voor de beoordeling van de cumulatieve effecten op het punt van aanvaringsslachtoffers. Op de zitting heeft het college toegelicht dat de Wnb-vergunning betrekking heeft op de realisatie van windturbines met een tiphoogte van 185 meter, een rotordiameter van 120 meter en een ashoogte van 125 meter. De Afdeling stelt vast dat in de onderzoeken wel van deze hoogten is uitgegaan, maar dat die hoogte niet is vermeld in de aanvraag en ook niet is vastgelegd in de verleende vergunning. Omdat de hoogte van de windturbines, anders dan bij de funderingen, invloed kan hebben op de mogelijke effecten als gevolg van het project, was het in dit geval nodig om de omvang van het project te borgen in het besluit. Gelet hierop is het besluit in zoverre in strijd met de rechtszekerheid.

Rechtszekerheid is een belangrijk beginsel in het Nederlandse recht. In het omgevingsrecht lijkt de werking van dit beginsel steeds meer af te vlakken door vage bepalingen en open begrippen. Niet alles is op voorhand vast te leggen, maar in vergunningen is rechtszekerheid erg belangrijk. Zowel voor de vergunninghouder als voor omwonenden. In het omgevingsplan zal het aantal open begrippen in planregels alleen maar toenemen. De eerder bekritiseerde methode van ‘beschrijving in hoofdlijnen’ uit het bestemmingsplan lijkt weer terug te keren in het omgevingsplan. Het is voor de praktijk heel lastig om daar mee om te gaan. Die methode hoort ook niet thuis in omgevingsplannen. In beleid is het prima om wat open einden te hebben en het globaal te houden. In besluiten en omgevingsplannen niet.

 

 

Extended stay is milieugevoelig in Schipholgebied?

Extended stay is milieugevoelig in Schipholgebied?extended stay

Voor buitenstaanders zal het vreemd in de oren klinken. Hoezo is Extended stay geen wonen? Bij de toepassing van milieuregelgeving zitten er belangrijke verschillen tussen ‘normaal wonen’ of ‘extended stay’, oftewel tijdelijk ergens wonen. Tijdelijk wonen wordt meestal niet als milieugevoelig aangemerkt. In gemeenten rondom Schiphol worden nogal eens aanvragen om omgevingsvergunning ingediend voor extended stay in leegstaande bedrijfspanden of kantoorgebouwen. Dit is voor een projectontwikkelaar of investeerder een interessante optie: als extended stay niet als regulier wonen wordt aangemerkt dan is de meeste milieuwetgeving niet van toepassing en kunnen er in principe kleine appartementen worden gerealiseerd.

In dit geval gaat het om de realisatie van 2500 studentenwoningen en 1580 kamers voor extended stay in een leegstaand kantoorgebouw. Het project wordt met een bestemmingsplan mogelijk gemaakt. De minister heeft beroep ingesteld omdat volgens hem het plan in strijd is met het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB). Volgens hem moeten de mogelijk gemaakte kamers voor extended stay worden aangemerkt als woningen in de zin van het LIB. In principe geldt er een bouwverbod in het gebied vanwege de nabijheid van Schiphol en zijn er geen geluidgevoelige gebouwen toegestaan.

Over het bepaalde in het LIB overweegt de Raad van State onder meer: “In de nota van toelichting staat verder dat de regeling voor het beperkingengebied (…) tot doel heeft ernstige hinder en ernstige slaapverstoring door vliegtuiglawaai te beperken, omdat dit kan leiden tot negatieve gezondheidseffecten van inwoners en gebruikers van dit gebied. (…) Vanwege de relatief hoge (potentiële) geluidbelasting in dit gebied, zijn nieuwe woningen en andere gebouwen met een geluidgevoelige functie in principe niet toegestaan. De wijzigingen in de regels voor dit beperkingengebied zijn erop gericht om gemeenten meer flexibiliteit te bieden met het oog op het aanpakken van lokale leefbaarheidsproblemen. Binnen de gestelde beperkende regels krijgen gemeenten meer eigen verantwoordelijkheid voor de afweging van de belangen ten aanzien van kleinschalige projecten die noodzakelijk worden geacht voor de lokale leefbaarheid. (…). 

(…) Uit het voorgaande volgt dat een gemeentebestuur binnen de grenzen van de in het LIB aangegeven uitzonderingsmogelijkheden kan beslissen om geluidgevoelige gebouwen in het beperkingengebied LIB-4 toe te staan. De besluitgever heeft daarbij kleinschalige projecten voor ogen gehad en niet een grootschalig project als de toevoeging van 2500 studentenwoningen, als door het plan mogelijk gemaakt. (..).

Extended stay – “De raad stelt zich op het standpunt dat de in het plan mogelijk gemaakte kamers voor extended stay niet zijn aan te merken als woningen in de zin van het LIB. Uit (…) de planregels blijkt dat het om logies en kortstondig verblijf moet gaan. Verder wijst de raad erop dat het LIB geen duidelijke begrenzing in de maximale verblijfsduur kent, zodat hij heeft kunnen kiezen voor een dynamische verwijzing in artikel  (…) naar een beleidsregel. 

Lees meer in r.o. 22 en verder van uitspraak ABRS 18 mei 2022.

 

 

Geluid modelvliegtuig leidt tot stressreacties koeien

Geluid modelvliegtuig leidt tot stressreacties koeien?geluid modelvliegtuig

Een niet alledaags effect van geluid komt aan de orde in een uitspraak van de Afdeling van 6 april 2022. Ja, waarom niet? Dieren kunnen net zoals mensen ook stress ervaren of schrikken van plotseling geluid. De vraag is of de gemeente dit aspect moet meewegen in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

De gemeente heeft een omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van een agrarisch perceel voor een modelvliegtuigclub. In een eerdere vergunning was opgenomen dat de vlieghoogte tenminste 20 meter moet bedragen. Deze voorwaarde is nu niet opgenomen. Een rundveehouder is hier minder blij mee en geeft aan dat zijn zoogkoeien stress kunnen ondervinden van het geluid van de modelvliegtuigen.

Volgens het college en de vliegclub wijzen verschillende onderzoeken en verklaringen uit dat koeien geen stress ondervinden van overvliegende modelvliegtuigen. Het college vult hierbij aan dat het eerder gestelde voorschrift alleen was opgenomen vanwege de bezwaren van appellant en niet vanuit het aspect een goede ruimtelijke ordening. Volgens hen kunnen de eerder gemaakte rapporten opnieuw worden gebruikt. De situatie is volgens hen niet gewijzigd. Uit diverse verklaringen van onder meer een dierenarts komt naar voeren dat koeien geen stress ondervinden van modelvliegtuigen op voornoemde hoogte. Ze reageerden ook nauwelijks op het opstijgen en vliegen van de modelvliegtuigen. Verder zijn er volgens de Afdeling geen algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten naar voren gebracht op grond waarvan moet worden aangenomen dat vliegen met modelvliegtuigen leidt tot dusdanige schrikreacties en stress bij koeien (…) dat het stellen van een hoogtevoorschrift niet achterwege had mogen blijven. Lees meer in r.o. 4.3 van voornoemde uitspraak.

In dit specifieke geval was het volgens de Afdeling niet nodig een dergelijk voorschrift op te nemen. Toch lijkt me wel dat een gemeente bij een planologisch besluit bij afwijking van het geldende bestemmingsplan dient af te wegen of dergelijk geluid een onevenredige schrikreactie oproept bij dieren. De gronden hebben immers een agrarische bestemming en landbouwdieren moeten hier rustig kunnen grazen of verblijven. Ik zou gemeenten willen adviseren bij een dergelijke casus het aspect wel mee te wegen in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

omgevingsvergunning geitenhouderij onterecht geweigerd

Omgevingsvergunning geitenhouderij ten onrechte geweigerd

Een gemeente heeft een omgevingsvergunning geweigerd voor een uitbreiding van een geitenhouderij. De vergunning is geweigerd vanwege aanblijvende onzekerheid over de gezondheidsrisico’s voor de omgeving. Volgens de rechtbank heeft het college dit kunnen doen. Appellant is het hier niet mee eens en heeft de stap naar de Raad van State gezet.

“In dit geval gaat het om een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e van de Wabo. Een omgevingsvergunning voor die activiteit kan op grond van artikel 2.14, derde lid van de Wabo alleen worden geweigerd als dat in het belang van de bescherming van het milieu nodig is. Naar het oordeel van de Afdeling geeft dit toetsingskader aan het bevoegd gezag niet de ruimte om een omgevingsvergunning uit voorzorg te weigeren.

Het college moet nagaan of het belang van de bescherming van het milieu eraan in de weg staat dat de vergunning wordt verleend. (…) Alleen belangen waarover voldoende duidelijkheid en zekerheid bestaat kunnen in dit verband een rol spelen. Ook voor belangen die gerelateerd zijn aan gezondheid betekent dit (…) dat op grond van algemeen wetenschappelijk aanvaarde inzichten moet vast staan dat de activiteit waarvoor de vergunning wordt gevraagd zodanige risico’s oplevert, dat om die reden nadere voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden dan wel de vergunning om die reden moet worden geweigerd. Wat betreft de activiteit die hier aan de orde is, is dit naar het oordeel van de Afdeling niet vast komen te staan.

Aan de conclusie van de afweging van het college van gedeputeerde staten van Utrecht komt in dit verband geen doorslaggevende betekenis toe omdat (…) die afweging is gegeven in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Dit geldt ook voor het bij die afweging betrokken VGO. Onbetwist is namelijk dat het VGO geen algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten biedt over het verband tussen het houden van geiten en negatieve gevolgen voor de gezondheid van omwonenden. (…)”. Lees meer in r.o. 4.3 van uitspraak ABRS 23 februari 2022, no. 202002286/1/R4.

Geluidwallen juridisch afdwingen in bestemmingsplan?

Geluidwallen juridisch afdwingen in bestemmingsplan?geluidwallen

Naast een motorcrossterrein wordt via een bestemmingsplan een innovatiecentrum mogelijk gemaakt. Volgens appellanten is het akoestisch onderzoek niet volledig. De mogelijke gevolgen van de aanwezige gebouwen voor de geluidbelasting van het motorcrossterrein en daarmee voor de geluidruimte en geluidcontour zijn volgens hem niet inzichtelijk gemaakt. Daarnaast richten appellanten zich op de afwezigheid van de borging van de benodigde geluidwallen in het bestemmingsplan.

De Afdeling overweegt als volgt: “dat uit het (…) akoestisch onderzoek blijkt dat op twee beoordelingspunten de vergunde geluidwaarden van het motorcrossterrein zullen worden overschreden door geluidreflecties tegen de voorziene nieuwbouw (…). In het akoestisch onderzoek staat dat om deze overschrijdingen weg te nemen het aantal motorcrossterreinen met 7% moet worden verlaagd of geluidwallen dienen te worden aangelegd langs de lange baan van het motorcrossterrein. De raad heeft gekozen voor het treffen van overdrachtsmaatregelen in de vorm van geluidwallen (…). De raad heeft verklaard dat de aanleg van geluidwal 1 door het motorcrossterrein zelf zal plaatsvinden en dat voor de aanleg en de instandhouding van de geluidwallen 2, 3 en 4 anterieure overeenkomsten met de gemeente (…) – eigenaar van de gronden (…) – zal worden gesloten. 

De Afdeling overweegt dat deze overeenkomsten, mede gelet op de omstandigheid dat deze niet kunnen worden afgedwongen door derden – niet voldoende zekerheid bieden dat de geluidwallen daadwerkelijk worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. Naar het oordeel van de Afdeling kan daaraan niet afdoen dat de gemeente grotendeels eigenaar is van de gronden waarop de wallen zijn voorzien. Omdat de raad de wallen 1, 2 en 3 noodzakelijk heeft geacht voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het voorliggende plan, heeft de raad de aanleg en in standhouding van de betreffende wallen ten onrechte niet in het plan verzekerd. De raad had daartoe een voorwaardelijke verplichting in de planregels moeten opnemen die inhoudt dat gronden in het plangebied uitsluitend mogen worden bebouwd indien en voorzover de aanleg en instandhouding van de geluidwallen die noodzakelijk zijn voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid in het plan zijn verzekerd. De Afdeling is van oordeel dat het plan in zoverre in strijd met artikel 3.1 van de Wro is vastgesteld.” Lees meer in uitspraak ABRS 23 februari 2022, no. 201809540/1/R2.

 

Omgevingsvergunning evenementen verlenen? Let op!

Omgevingsvergunning evenementen verlenen? Let op!omgevingsvergunning evenementen

Jaarlijkse evenementen in gemeenten leveren voor de gemeente vaak veel zienswijzen of bezwaarschriften op. De gemeente verleent meestal een vergunning op grond van de APV en een omgevingsvergunning. De laatste is meestal vanwege strijd met het geldende bestemmingsplan. Zelf ook vaak genoeg meegemaakt bij gemeenten dat de APV-vergunning al was verleend en dat de omgevingsvergunning moest worden geweigerd. Dat is zowel voor omwonenden als voor de aanvrager verwarrend. De meeste bezwaren van omwonenden hebben te maken met geluid. Geluid is een onderdeel van de afweging die in het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden meegewogen.

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het evenement is het belangrijk voorwaarden op te nemen over geluid. Deze uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 februari 2022 geeft dat mooi weer:

Voor evenementen met een luidruchtig karakter bestaan, (…) geen landelijke geldende geluidsnormen. Wat aanvaardbaar wordt geacht, is ter beoordeling van het lokale gezag, dat belast is met het verlenen van vergunningen en ontheffingen. (…) Bij de invulling van het geluidsniveau dat voor geluidruchtige evenementen aanvaardbaar wordt geacht, richten lokale bestuursorganen zich in de praktijk veelal naar de Nota (…). De rechtbank is van oordeel dat verweerder bij het bestreden besluit niet toereikend heeft gemotiveerd dat omwonenden geen onevenredige geluidshinder ondervinden van de te houden evenementen in de categorieën 1, 2 en 3 in totaliteit en in samenhang bezien. 

(…) Voorts is relevant dat voor het woon- en leefklimaat van omwonenden niet alleen de toegestane geluidniveaus van belang zijn, maar ook hoe vaak deze geluidniveaus zich mogen voordoen. De hinder neemt toe naarmate omwonenden langer worden blootgesteld aan geluid, en voor evenementen betekent dit dat zowel de duur als frequentie waarop deze plaatsvinden bij de beoordeling dienen te worden betrokken. Lees meer in r.o. 9.3. (omgevingsvergunning evenementen)

Dove gevel of niet?

Dove gevel of niet?dove gevel

In een uitspraak van 10 december 2021 van de Rechtbank Zeeland wordt helder uiteengezet wat ook al weer een dove gevel is. Het begrip komt vaak voor in akoestische onderzoeken. In de Wet geluidhinder is een definitie opgenomen van ‘gevel’: bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak. In artikel 1b, vierde lid van de Wgh worden uitzonderingen genoemd, die ook wel ‘dove gevel’ worden genoemd. Dat zijn onder meer een constructie waar geen te openen delen aanwezig zijn of alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn.

Zorgen bijvoorbeeld opzetramen voor een woning ervoor dat een gevel doof is? Volgens de rechtbank is dat niet het geval: “(…) los van de discussie over de voorzetramen staat vast dat ook de voordeur zich in de gevel bevindt. (..) De vraag of een te openen deel direct grenst aan een geluidsgevoelige ruimte is enkel relevant bij een dove gevel als bedoeld in artikel 1b, vierde lid, aanhef en onder b van de Wet geluidhinder. Daarin is bepaald dat een gevel doof is als er sprake is van bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn. Mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Blijkens de memorie van toelichting (…) valt daarbij te denken aan een nooduitgang. Een voordeur kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als een ‘bij uitzondering te openen deel’.

Hoe zit dat onder de Omgevingswet? Onder de Omgevingswet wordt het begrip ‘geluidsgevoelige gevel’ gehanteerd. De dove gevel is dan een niet-geluidsgevoelige gevel. De regels zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze regels gaan over de emissie van geluid door activiteiten op voor geluid gevoelige gebouwen. Het geluidsniveau op geluidgevoelige gebouwen moet aanvaardbaar zijn. De gemeente moet rekening houden met het geluid door alle activiteiten samen. Behalve gewijzigde terminologie, wordt volgens Stb. 2018, 292 het bestaande stelsel voor geluid in beginsel gehandhaafd.

Wonen in plattelandswoning gezond?

Wonen in plattelandswoning gezond? Een brede afweging is noodzakelijkwonen in plattelandswoning

Over het onderwerp plattelandswoning zijn al veel uitspraken verschenen. In het verleden zijn diverse voormalige bedrijfswoningen bij agrarische bedrijven verkocht. Voor een prikje werden deze woningen gekocht door ‘stadsbewoners’ en bewoond. So far so good zou je zeggen. De praktijk is echter weerbarstig. Het wonen op het platteland en het leven op een boerenbedrijf is minder romantisch dan een tv-programma als Boer zoekt vrouw voorschotelt. Boeren maken lange dagen en zijn altijd heen en weer met vee of werken op het land met grote machines. Het is een way of life. Het past vaak niet bij het leven van een stadsbewoner met een keurige ‘9-tot-5-job’ die rust wil en geen stank op zijn vrije dagen. Daar begint vaak de wrijving. Ik ben dan ook van mening dat ook het boerenleven enige bescherming behoeft. Ik bedoel hiermee dat er gebieden moeten zijn binnen een gemeente waar agrariërs redelijkerwijs hun gang kunnen gaan en waar geboerd kan worden. Maak in die gebieden geen burgerwoningen mogelijk, het is vragen om problemen.

In onderstaande uitspraak werd een planologische wijziging doorgevoerd van een voormalige tweede bedrijfswoning naar plattelandswoning. Op hetzelfde adres is een melkveehouderij aanwezig. De agrariër stelt in beroep dat hij vreest dat hij in zijn bedrijfsvoering wordt belemmerd door de plattelandswoning. Volgens de raad wordt de woning al gebruikt voor burgerbewoning.

Hoewel een plattelandswoning geen bescherming geniet tegen milieuemissies van het agrarische bedrijf, moet er wel een afweging worden gemaakt in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Er moet dus wel worden afgewogen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ook moet bekeken worden of het bedrijf geen problemen zal ondervinden van de planologische wijziging naar plattelandswoning.

De Afdeling overweegt als volgt: “Over het standpunt van appellant dat de raad rekening had moeten houden met het Endotoxine toetsingskader, overweegt de Afdeling als volgt. Bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid is het aan het bestuursorgaan om te bepalen op welke wijze de emissies van endotoxinen bij de besluitvorming moet worden betrokken, of er maatregelen nodig zijn, en zo ja welke, dat zijn. (…) Ook bestaat er thans geen plicht om een toetsingskader toe te passen, zoals het Endotoxine toetsingskader (…). Dit laat onverlet dat de raad het beroep van appellant op mogelijke gevolgen van endotoxinen bij de beoordeling moet betrekken. Lees meer ABRS 19 januari 2022, no. 202005306/1/R2. (wonen in plattelandswoning).