Verlaging milieucategorie goed onderbouwen

Verlaging milieucategorie goed onderbouwenverlaging milieucategorie

Een verlaging van de geldende milieucategorie van een bedrijf komt regelmatig voor als de omgeving verandert. Bijvoorbeeld als er woningen gebouwd gaan worden nabij een bedrijventerrein. Of als een bedrijventerrein deels gaat verkleuren, bijvoorbeeld naar een meer gemengde omgeving. Het kan allemaal, mits het maar onderzocht is en onderbouwd is. Vaak is de bijpassende richafstand noodzakelijk vanwege geluid. Het is ook belangrijk om naar de belangen van bedrijven te kijken. Het nadeel van woningen bij bedrijven is meestal de geluidsoverlast van vrachtwagens, laden en lossen, machinegeluid, etc. Dat moet niet onderschat worden. Klachten van bewoners over een normale bedrijfsvoering zijn erg vervelend voor de betreffende ondernemer.

In dit geval ging het om het mogelijk maken van een appartementengebouw met 27 woningen. De nabij gelegen bedrijfspercelen hebben hun bedrijfsbestemming behouden, maar de toegelaten milieucategorie is verlaagd. De gemeente brengt naar voren dat zij het bestaande gebruik hebben bestemd. Voorheen waren de bedrijfspercelen bestemd als ‘bedrijventerrein’ met milieucategorie 3.2. In het nieuwe bestemmingsplan is de specifieke aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – metaalbewerking’ toegekend. Op basis hiervan is milieucategorie 3.1 mogelijk. Volgens de gemeente is hieraan vooraf een inventarisatie uitgevoerd.

Volgens de Afdeling is er in de stukken geen informatie aanwezig over de feitelijke werkzaamheden van het bedrijf. Een controlebezoek heeft niet plaatsgevonden. De Afdeling overweegt als volgt: “De raad heeft de gebruiksmogelijkheden van het perceel beperkt ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan. Het daarbij gehanteerde uitgangspunt dat de niet-benutte gebruiksmogelijkheden worden weggenomen, is in beginsel toelaatbaar. In het algemeen kunnen namelijk aan een geldend bestemmingsplan geen geldende rechten worden ontleend. De gemeenteraad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. (…) Bij het vaststellen van een planregeling die leidt tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden, moet de raad de aard en omvang van de beperkingen onderzoeken, de daarbij betrokken belangen afwegen, en tenslotte de aanvaardbaarheid van deze beperking deugdelijk motiveren. Lees meer in r.o. 5.10 van uitspraak ABRS 21 juli 2021, no. 201904109/1/R4. (verlaging milieucategorie).

Overlast kinderdagverblijf en Activiteitenbesluit

Overlast kinderdagverblijf en Activiteitenbesluit milieubeheeroverlast kinderdagverblijf

Kinderstemgeluid kan zorgen voor hinder bij omwonenden. Met name in een stedelijke omgeving kan dit soort geluid als een klankkast gaan werken. Een buurtbewoner ervaart geluidsoverlast van een kinderdagverblijf en dient een verzoek om handhaving in bij de gemeente. De gemeente geeft aan niet bevoegd te zijn om te gaan handhaven en treedt niet op. Het geluid komt van spelende kinderen op het schoolplein. Volgens de gemeente is het gebruik van het kinderdagverblijf passend in het geldende bestemmingsplan. De gemeente laat verder weten niet bevoegd te zijn om handhavend op te treden op grond van het Activiteitenbesluit. Volgens de gemeente blijft het geluid van spelende kinderen op grond van artikel 2.18 lid 1 Activiteitenbesluit buiten buiten beschouwing.

Volgens de gemeente kan het plein waar de kinderen spelen niet worden aangemerkt als een binnenterrein als bedoeld in artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit. De Afdeling is het hier mee eens en overweegt: “(…) In de Nota van Toelichting bij het Activiteitenbesluit (…) wordt in geval van een binnenterrein gesproken over een buitenterrein dat omsloten is door bebouwing waar het omgevingsgeluid vanwege die beslotenheid doorgaans veel lager zal zijn en het stemgeluid dan eerder tot overlast zal leiden. In dit geval is het plein bij het kinderdagcentrum niet zodanig door bebouwing omgeven dat gesproken kan worden van een besloten ligging. De bebouwing bevindt zich uitsluitend aan de noordzijde (…) en aan de zuidzijde (…)…..” Lees meer in r.o. 4.3 van uitspraak ABRS 2 juni 2021, no. 202002239/1/R3.(overlast kinderdagverblijf).

In de praktijk komen er veel klachten binnen bij gemeenten over geluidsoverlast van kinderdagverblijven. Dit kan voorkomen worden door geen kinderdagverblijven met buitenruimte meer toe te staan in dichtbevolkte woonbuurten. Meestal wordt de buitenruimte aan de achterkant van het kinderdagverblijf gesitueerd waar ook de tuinen van buurtbewoners aangrenzen. Dit levert op lange termijn vooral frustratie op bij bewoners, maar ook bij de eigenaren/exploitanten van kinderdagverblijven. Ook in dit geval geldt: voorkomen is beter dan genezen!

Hybride detailhandel lastig voor gemeenten

Hybride detailhandel lastig voor gemeentenhybride detailhandel

Door de toenemende digitalisering komen er steeds meer zogeheten hybride tussenvormen van detailhandel. Een mix van online winkelen, winkelen op locatie, een espressobar en het product beleven op locatie. Hoe ga je daar als gemeente mee om? De meeste bestemmingsplannen bevatten nog traditionele begrippen van detailhandel. Soms is er een passage toegevoegd over online winkelen, maar dan houdt het wel op. De traditionele definities voldoen niet meer. Dat weten ze bij de gemeente ook, maar hoe ga je er dan mee om? Het concept dat door een ondernemer is bedacht (hybride detailhandel) biedt door de meerdere mogelijkheden ook meer kans op overleven in een moeilijke tijd. Dat is de andere kant vanuit de ondernemer bezien. De praktijk van alledag is dynamisch en snel. Om mee te kunnen met de vraag van klanten moet een ondernemer vaak snel handelen.

In een casus die zich in Zoetermeer afspeelt gebeurt is soortgelijks. De gemeente heeft het bedrijf een last onder dwangsom opgelegd vanwege het uitoefenen van detailhandel op een bedrijventerrein. In het pand zijn verder een kantoor, een testbaan, een afhaalbalie en pashokjes aanwezig. De hoofdfunctie is een postorderbedrijf. Volgens de gemeente is de detailhandel ter plaatse niet toegestaan en in strijd met het geldende bestemmingsplan. De bestemming ter plaatse is ‘bedrijf t/m cat. 4.2’ met aanduiding ‘detailhandel perifeer’. Het college stelt zich op het standpunt dat sprake is van detailhandel, omdat op de begane grond van het pand op een groot winkeloppervlak grote hoeveelheden consumentengoederen zijn uitgestald ter verkoop. Dit gebruik moet worden beëindigd door de producten in het grote magazijn aan het zicht van de klanten te onttrekken. Ook de moet aan hen de toegang aan het magazijn worden ontzegd.

De Raad van State overweegt dat er sprake is van webwinkel. Producten worden online besteld en bij de klanten bezorgd. Klanten kunnen de producten ook afhalen in het pand aan de afhaalbalie. Ook is er een experience center. Lees meer in r.o. 6.3 van uitspraak ABRS 14 juli 2021, no.  201908988/1/R3.(hybride detailhandel)

Gebied VNG-brochure bestaand of nieuw?

Gebied VNG-brochure bestaand of nieuw gebied bij kwalificatie?gebied VNG-brochure

Bij het bepalen van een geschikte afstand tussen woningen en bedrijven wordt in de praktijk vaak gebruik gemaakt van de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. Een belangrijke stap bij de toepassing ervan is het beantwoorden van de vraag ‘wat voor soort gebied is het?’. Is het een rustige woonwijk, een gemengd gebied of een gebied met functiemenging?

In deze casus gaat het om een verleende omgevingsvergunning voor de bouw van 43 woningen en kleinschalige bedrijvigheid. Een buurtbewoner vreest geluidhinder en een aantasting van zijn woon- en leefklimaat. Verder is er volgens appellant sprake van een woongebied en niet van een gemengd gebied met functiemenging, zoals de raad betoogt. Volgens de Raad van State is bij de kwalificatie van het gebied de bestaande situatie bepalend. Zie uitspraak ABRS 7 juli 2021, no. 202002133/1/R2. – gebied VNG-brochure

Dit laatste lijkt me niet altijd juist. Bij een nieuw en groter plangebied is het heel goed mogelijk de nieuwe situatie als bepalend te nemen. Bij bijvoorbeeld een transformatie van een bedrijventerrein naar een gemengd gebied of een woongebied kan het heel goed mogelijk zijn om dat gebied en nabije omgeving te kwalificeren als een gemengd gebied of een rustige woonwijk. De redenering van de Raad van State acht ik ongenuanceerd en te kort door de bocht. Geen plangebied of situatie is namelijk hetzelfde. De bestaande situatie is uiteraard belangrijk maar ook de nieuwe situatie en de grootte van het nieuwe plangebied.

Tuinsteden als oplossing voor pandemieën?

Tuinsteden als oplossing voor pandemieën?

Tijdens de lockdowns die we hebben meegemaakt om de verspreiding van Covid-19 tegen te gaan, is het wel heel erg duidelijk geworden hoe belangrijk groene ruimte in een woonomgeving is. Je zult als gezin maar ‘3-hoog-achter’ in een krappe bovenwoning wonen in bijvoorbeeld Rotterdam-Zuid en een lockdown moeten meemaken. Dat valt niet mee. De beleving van zo’n lockdown is anders als je ruim woont en/of de mogelijkheid hebt om dichtbij je woning naar een park te lopen.

Sport- en voetbalveldjes, wandelmogelijkheden en groene ruimte in de buurt van de woning zijn belangrijk voor mensen om voldoende te kunnen bewegen. Waar we nu keihard achter zijn gekomen gaat geheel in tegen het principe van de laatste jaren in de stedenbouw en ruimtelijke ordening: verdichten, verdichten en nog eens verdichten. Dit principe is ingesteld op ruimtelijke efficiëntie en maximalisatie in breed opzicht en veel minder op menselijk welzijn. De mens heeft ook behoefte aan rust en ruimte.

Een mooi basisontwerp is het principe van de tuinsteden van Ebenezer Howard. Deze ontwerpideeën zijn ontstaan als gevolg van de industriële revolutie, met veel vervuiling en uitstoot van industrie en smerige steden. Hoewel dit laatste tegenwoordig niet te vergelijken is met toen, is het principe van scheiding van functies en parken in steden ook nu heel bruikbaar. Het tegenwoordige mengen van functies, zoals wonen op of nabij bedrijventerreinen of tussen bedrijven is gewoon geen goed idee. Ook in de huidige tijd leidt dit vaak tot klachten als gevolg van geluidsoverlast door bijvoorbeeld laden en lossen. Langdurige geluidsoverlast bij mensen is schadelijk voor de lange termijn en bedrijven kunnen worden geschaad in een normale bedrijfsvoering.

Ook in Nederland zijn prachtige ‘tuinsteden’ te vinden, zoals tuindorp Het Lansink in Hengelo dat er nog steeds heel mooi uit ziet. Met name ook de grote vijver dat als buitenzwembad fungeert is uniek en prachtig om te zien. Tuindorp Vreewijk in Rotterdam ziet er ook nog heel mooi uit: mooie groene zones tussen woningen, watergangen en prettig om rond te wandelen.

Wat de pandemie me verder heeft duidelijk gemaakt is onze illusie om te denken dat alles maakbaar is. We zijn het contact met de natuur verloren – (‘bomen waar blaadjes van afvallen zijn maar lastig in de straat, ook dat moet geregeld worden door de gemeente’) en denken dat we alles kunnen regelen en voorspellen met apps en modellen. Het is goed om te beseffen dat het niet meer dan hulpmiddelen zijn en niet ‘de waarheid’. Of zoals de quote van de Britse statisticus George Box: ‘All models are wrong, some are useful’.

De ‘tuinstad-zonering’ is als principe juist nu heel goed bruikbaar. Meer groene openbare ruimte in woonbuurten, sport- en trapveldjes, wandelpaden, etc. Ruimtes die voor iedereen toegankelijk zijn, zonder dat je geld hoeft uit te geven.

Hieronder is de tuinstadzonering aangegeven. Deze tekening is gebaseerd op de ideeën van Ebenezer Howard.

tuinsteden

VNG-brochure landelijk gebied toch gemengd gebied

VNG-brochure landelijk gebied toch gemengd gebiedVNG-brochure landelijk gebied

Een gemeente heeft een omgevingsvergunning verleend voor het toestaan van horeca bij een rijksmonument. Het gaat om het gebruik voor maximaal 2 dagen in de week. Appellant vreest voor geluidsoverlast en voor aantasting van zijn woonklimaat. De Afdeling overweegt als volgt:

Het college dient bij het nemen van een besluit op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit afwijken van het bestemmingsplan, mede te beoordelen welke gevolgen de gevraagde activiteiten hebben voor het woon- en leefklimaat van omliggende woningen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (…) mag het college daartoe aansluiting zoeken bij de geluidsnormen van het Activiteitenbesluit en bij de richtafstanden die zijn opgenomen in de brochure “Bedrijven en milieuzonering” van de VNG. De in de VNG-brochure opgenomen afstanden zijn indicatief en gemotiveerd afwijken van deze afstanden is mogelijk. In dat geval kan het college aansluiting zoeken bij de in de VNG-brochure opgenomen streefwaarden voor geluid. Daarbij is relevant welke geluidbelasting in de representatieve bedrijfssituatie valt te verwachten van de bedrijfsactiviteiten, al dan niet na het treffen van aanvullende maatregelen. (…) In het akoestisch onderzoek is geconcludeerd dat hoewel het perceel is gelegen in een landelijk gebied, er aangesloten kan worden bij het omgevingstype gemengd gebied. De locatie is namelijk gelegen bij het drukbevaren Amsterdam-Rijnkanaal, aan weerszijden van het landgoed zijn agrarische bedrijven gelegen, op het landgoed is detailhandel aanwezig en op de locatie is het railverkeer (…) duidelijk hoorbaar. Gelet op deze verschillende functies in de omgeving is de Afdeling van oordeel dat in het akoestisch onderzoek in redelijkheid kon worden aangesloten bij het omgevingstype gemengd gebied.” Zie uitspraak ABRS 30 juni 2021, 201904525/1/R4.(VNG-brochure landelijk gebied).

Bij de toepassing van de VNG-brochure is een belangrijke stap het kwalificeren van de omgeving van het plangebied. Doe dat ruim, dus niet alleen het plangebied. De VNG-brochure bevat definities van gemengd gebied en landelijk gebied. Dat biedt aanknopingspunten, maar deze uitspraak laat zien dat ook de definities niet in beton zijn gegoten en praktisch toegepast moeten worden, (lees: gezond verstand gebruiken). Belangrijk is te motiveren waarom.

Geluid buitenzwembad en aantasting woon- en leefklimaat

Geluid buitenzwembad en aantasting woon- en leefklimaatgeluid buitenzwembad

Geluiden bij een buitenzwembad kunnen leiden tot ergernis bij omwonenden. Het kan geluid zijn van een waterpomp, stemgeluid, afzuiging, etc. Het is meestal een combinatie van factoren dat leidt tot overlast. Hoewel het meestal maar een beperkt aantal weken is per jaar. In dit geval gaat het om een uitbreiding van een camping met meer staanplaatsen. Appellanten vrezen dat de uitbreiding zal leiden tot de aantasting van hun woon- en leefklimaat.

Volgens appellanten wordt het nieuwe buitenzwembad mogelijk gemaakt op minder dan 100 m van hun woning. In de VNG-brochure wordt een richtafstand van 200 m aanbevolen. De raad heeft een aanvullend akoestisch onderzoek laten uitvoeren. Uit dit onderzoek blijkt dat het hoogste berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ten gevolge van alle activiteiten ten hoogste 41 dB(A), 40 dB(A) en 18 dB(A) voor onderscheidenlijk de dag-, avond- en nachtperiode bedraagt. Volgens de Afdeling kan op basis hiervan worden afgeweken van de hiervoor genoemde richtafstand. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus uit het Activiteitenbesluit worden niet overschreden. Verder is volgens de Afdeling rekening gehouden met alle relevante geluidsbronnen: een grasmaaier, afzuiging, laden en lossen van auto’s, pratende en schreeuwende stemmen, koelmotoren en muziek. Lees verder in r.o. 18 e.v. van uitspraak ABRS 31 maart 2021, no. 202003602/1/R3. (geluid buitenzwembad)

VNG-brochure niet toepassen op bestaande situaties

VNG-brochure niet toepassen op bestaande situatiesVNG-brochure

Hoewel de VNG-brochure richtafstanden en indelingen zijn verouderd, kunnen ze erg handig zijn om te bekijken welke afstand passend is tussen woningen en bedrijven. Dat wordt dan ook nog veel gedaan. Als hulpmiddel prima, maar het is geen wetgeving. In onderstaande uitspraak komt dat nog eens ter sprake. Deze uitspraak gaat over de planologisch-juridische realisatie van een plattelandswoning. Het geldende bestemmingsplan laat alleen bewoning toe in de bedrijfswoning behorend bij een agrarisch bedrijf.

Verder overweegt de Afdeling (…) dat deze brochure een richtlijn is waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken. De VNG-brochure is bedoeld voor toepassing in nieuwe situaties, zoals de vestiging of wijziging van een bedrijf. De brochure is niet zonder meer van toepassing op situaties die betrekking hebben op gevoelige functies die bewust rondom een agrarisch bedrijf worden gesitueerd, zoals een bedrijfswoning of een plattelandswoning of om onderliggende hinder tussen milieubelastende bedrijven te beoordelen. (..).” Lees meer in r.o. 4.2. van uitspraak ABRS 23 juni 2021, no. 202003711/1/R2.

In situaties waar samenhang moet worden bereikt – dat is ook het streven van de Omgevingswet – moet worden gewerkt met meer lagen. Een handig hulpmiddel zijn tekeningen met richtafstanden, gewenste afstanden en bestaande situatie over elkaar te leggen (op kalkpapier). Het is niet gebruikelijk voor juristen en beleidsmedewerkers om met tekeningen te werken, maar het helpt echt. Het biedt meer inzicht, ook voor politici. Neem ook de omgeving mee op die tekeningen, dus niet alleen het plangebied.

 

 

Piekbelasting terminalbedrijf en goede ruimtelijke ordening

Piekbelasting terminalbedrijf en een goede ruimtelijke ordeningpiekbelasting

De gemeente heeft een bestemmingsplan vastgesteld voor de nieuwbouw van 35 woningen en een volkstuinencomplex. Een nabij gelegen containerterminal verzet zich tegen de plannen en vreest voor een belemmering in de bedrijfsvoering. De werkzaamheden bestaan uit het laden en lossen van containerschepen.

Het bedrijf stelt in beroep onder meer dat het geluidzonebeheerplan en de berekende cumulatieve geluidbelasting niet zien op de maximale geluidniveaus (piekbelasting). Met verwijzing naar het akoestisch onderzoek (…) stelt het bedrijf dat tot 300x per etmaal als gevolg van de verlading in de containerterminal vanuit de inrichting voor de nieuwe bewoners (goed) herkenbare piekgeluiden kunnen worden gehoord, waaronder 70x in de avondperiode.

(…) “De raad stelt dat de piekgeluiden door laad- en losactiviteiten voldoen aan de grenswaarden voor de maximale geluidbelasting uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De Afdeling is echter van oordeel dat een goede ruimtelijke ordening voor het aspect geluid slechts gedeeltelijk wordt ingevuld door het Activiteitenbesluit milieubeheer en daarbuiten een zelfstandige betekenis heeft. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening had de raad dienen te beoordelen of met de piekgeluiden ten gevolge van de bedrijfswerkzaamheden (…), gelet op de zeer hoge dagelijkse frequentie hiervan, bij de voorziene woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, ook al blijven deze piekgeluiden ieder afzonderlijk binnen de grenswaarden voor maximale geluidniveaus in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Nu de raad dit niet heeft gedaan, is het besluit in zoverre onzorgvuldig genomen. Het betoog slaagt.” Zie uitspraak ABRS 23 juni 201905487/1/R2.

hondengeblaf hondenpension en VNG-brochure

Hondengeblaf hondenpension en VNG-brochurehondengeblaf

Hondengeblaf is een vaak voorkomende klacht bij gemeenten. Met name in woonbuurten is het niet verstandig hondenkennels te vestigen. Ook uitlaatdiensten van honden liggen gevoelig. In deze zaak heeft de gemeente een omgevingsvergunning verleend voor een honden- en kattenpension. Appellant is eigenaar van een nabijgelegen theaterhoeve en vreest in zijn woon- en leefklimaat te worden aangetast vanwege hondengeblaf.

De gemeente heeft zich op het standpunt gesteld dat het in redelijkheid de omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen. Volgens de gemeente is een geluidbelasting op de theaterhoeve van 52 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en 64 dB(A) voor het maximaal geluidniveau niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.

De Afdeling overweegt het volgende: “dat het college bij de beoordeling van de geluidbelasting aansluiting heeft gezocht bij het stappenplan uit de VNG-brochure. Niet in geschil is dat voor dierenpensions gelegen in rustig buitengebied een richtafstand van 100 m van toepassing is, waar in de gegeven situatie niet aan kan worden voldaan. Het college heeft onder verwijzing van het akoestisch onderzoek (…) toegelicht dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter plaatse van de bedrijfswoning van appellant 50 dB(A) zal bedragen, zodat ook niet kan worden voldaan aan de toepasselijke geluidwaarde van de tweede stap uit het stappenplan, zijnde een langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 45 dB(A). Het college heeft ten aanzien van de overschrijding (…) toegelicht dat… lees meer in r.o. 6.1 e.v. van uitspraak ABRS 21 april 2021, no. 202002500/1/R2