Verlaging milieucategorie goed onderbouwen

Verlaging milieucategorie goed onderbouwenverlaging milieucategorie

Een verlaging van de geldende milieucategorie van een bedrijf komt regelmatig voor als de omgeving verandert. Bijvoorbeeld als er woningen gebouwd gaan worden nabij een bedrijventerrein. Of als een bedrijventerrein deels gaat verkleuren, bijvoorbeeld naar een meer gemengde omgeving. Het kan allemaal, mits het maar onderzocht is en onderbouwd is. Vaak is de bijpassende richafstand noodzakelijk vanwege geluid. Het is ook belangrijk om naar de belangen van bedrijven te kijken. Het nadeel van woningen bij bedrijven is meestal de geluidsoverlast van vrachtwagens, laden en lossen, machinegeluid, etc. Dat moet niet onderschat worden. Klachten van bewoners over een normale bedrijfsvoering zijn erg vervelend voor de betreffende ondernemer.

In dit geval ging het om het mogelijk maken van een appartementengebouw met 27 woningen. De nabij gelegen bedrijfspercelen hebben hun bedrijfsbestemming behouden, maar de toegelaten milieucategorie is verlaagd. De gemeente brengt naar voren dat zij het bestaande gebruik hebben bestemd. Voorheen waren de bedrijfspercelen bestemd als ‘bedrijventerrein’ met milieucategorie 3.2. In het nieuwe bestemmingsplan is de specifieke aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – metaalbewerking’ toegekend. Op basis hiervan is milieucategorie 3.1 mogelijk. Volgens de gemeente is hieraan vooraf een inventarisatie uitgevoerd.

Volgens de Afdeling is er in de stukken geen informatie aanwezig over de feitelijke werkzaamheden van het bedrijf. Een controlebezoek heeft niet plaatsgevonden. De Afdeling overweegt als volgt: “De raad heeft de gebruiksmogelijkheden van het perceel beperkt ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan. Het daarbij gehanteerde uitgangspunt dat de niet-benutte gebruiksmogelijkheden worden weggenomen, is in beginsel toelaatbaar. In het algemeen kunnen namelijk aan een geldend bestemmingsplan geen geldende rechten worden ontleend. De gemeenteraad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. (…) Bij het vaststellen van een planregeling die leidt tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden, moet de raad de aard en omvang van de beperkingen onderzoeken, de daarbij betrokken belangen afwegen, en tenslotte de aanvaardbaarheid van deze beperking deugdelijk motiveren. Lees meer in r.o. 5.10 van uitspraak ABRS 21 juli 2021, no. 201904109/1/R4. (verlaging milieucategorie).

Overlast kinderdagverblijf en Activiteitenbesluit

Overlast kinderdagverblijf en Activiteitenbesluit milieubeheeroverlast kinderdagverblijf

Kinderstemgeluid kan zorgen voor hinder bij omwonenden. Met name in een stedelijke omgeving kan dit soort geluid als een klankkast gaan werken. Een buurtbewoner ervaart geluidsoverlast van een kinderdagverblijf en dient een verzoek om handhaving in bij de gemeente. De gemeente geeft aan niet bevoegd te zijn om te gaan handhaven en treedt niet op. Het geluid komt van spelende kinderen op het schoolplein. Volgens de gemeente is het gebruik van het kinderdagverblijf passend in het geldende bestemmingsplan. De gemeente laat verder weten niet bevoegd te zijn om handhavend op te treden op grond van het Activiteitenbesluit. Volgens de gemeente blijft het geluid van spelende kinderen op grond van artikel 2.18 lid 1 Activiteitenbesluit buiten buiten beschouwing.

Volgens de gemeente kan het plein waar de kinderen spelen niet worden aangemerkt als een binnenterrein als bedoeld in artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit. De Afdeling is het hier mee eens en overweegt: “(…) In de Nota van Toelichting bij het Activiteitenbesluit (…) wordt in geval van een binnenterrein gesproken over een buitenterrein dat omsloten is door bebouwing waar het omgevingsgeluid vanwege die beslotenheid doorgaans veel lager zal zijn en het stemgeluid dan eerder tot overlast zal leiden. In dit geval is het plein bij het kinderdagcentrum niet zodanig door bebouwing omgeven dat gesproken kan worden van een besloten ligging. De bebouwing bevindt zich uitsluitend aan de noordzijde (…) en aan de zuidzijde (…)…..” Lees meer in r.o. 4.3 van uitspraak ABRS 2 juni 2021, no. 202002239/1/R3.(overlast kinderdagverblijf).

In de praktijk komen er veel klachten binnen bij gemeenten over geluidsoverlast van kinderdagverblijven. Dit kan voorkomen worden door geen kinderdagverblijven met buitenruimte meer toe te staan in dichtbevolkte woonbuurten. Meestal wordt de buitenruimte aan de achterkant van het kinderdagverblijf gesitueerd waar ook de tuinen van buurtbewoners aangrenzen. Dit levert op lange termijn vooral frustratie op bij bewoners, maar ook bij de eigenaren/exploitanten van kinderdagverblijven. Ook in dit geval geldt: voorkomen is beter dan genezen!

Leef- en werkklimaat binnenstad vanwege onbeperkte horeca onder druk

Leef- en werkklimaat binnenstad onvoldoende onderzochtleef- en werkklimaat

Het college van B&W heeft twee wijzigingsplannen vastgesteld in verband met de wijziging van horecaquota in delen van de binnenstad. De wijzigingsplannen voorzien in de wijziging van de lijst met toegestane horecabedrijven per horecagebied. Appellant vreest een onaanvaardbare aantasting van de gebruiksmogelijkheden voor zijn pand en voor een vermindering van de leefbaarheid en veiligheid nabij het pand.

De Afdeling overweegt als volgt: “Op de gronden in de plangebieden zijn functies als horeca, wonen, detailhandel en bedrijven op korte afstand van elkaar gesitueerd. Gelet hierop is naar het oordeel van de Afdeling sprake van ‘gebieden met functiemenging’ zodat de beoordelingssystematiek voor functiemenging van toepassing is. (…) In de toelichting bij de wijzigingsplannen staat dat de milieuzoneringssystematiek, die is gebaseerd op de begrenzing van de bestemming, niet verandert. Wel kan door de toenemende aantallen horecabedrijven door cumulatie de druk op het woon- en leefklimaat groter worden, met name bij de vestiging van horecabedrijven van horecacategorieën 1 en 2 (…). 

Gelet op de ontwikkelingen die de plannen mogelijk maken en de aard van die ontwikkelingen, kunnen de wijzigingsplannen evenwel in zodanige mate tot een toenemende druk op de milieusituatie leiden dat niet is uit te sluiten dat cumulatieve effecten zullen leiden tot een onaanvaardbare verslechtering van het leef- en werkklimaat  en de sociale veiligheid in de plangebieden. Hoewel met de vaststelling van de wijzigingsplannen de bestemmingen en de aard van de toegestane horecabedrijven niet wijzigen, maken de wijzigingsplannen het wel mogelijk dat binnen het bestemmingsvlak ‘Centrum-Horecagebied’ (…) zich onbeperkt horecabedrijven kunnen vestigen van horecacategorieën (…). De stellingen van het college (…) dat de wijzigingsplannen in de praktijk niet zullen leiden tot het verdwijnen van alle niet-horecafuncties en dat eventuele gevolgen van een toename aan horecabedrijven per nieuwe horecavestiging zullen worden beoordeeld, kunnen daaraan niet afdoen. Het onderzoek en de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de wijzigingsplannen moeten zijn gericht op de maximale planologische mogelijkheden van die plannen.”

Lees meer in uitspraak ABRS 23 oktober 2019, no. 201807232/1/R3

Bel voor advies over milieuzonering in de binnenstad met 010 – 268 0689

lichtmasten sportveld en geluid omwonenden

Lichtmasten sportveld en geluidhinder omwonenden. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat?lichtmasten sportveld

De gemeente Bloemendaal heeft een reparatieplan vastgesteld om lichtmasten bij hockeyvelden mogelijk te maken. De lichtmasten zijn 18 meter hoog. Omwonenden zijn hier niet blij mee en voeren in beroep aan dat de vrees bestaat dat hun woon- en leefklimaat wordt aangetast. In de uitspraak wordt tevens ingegaan op natuuraspecten en cultuurhistorische waarden in relatie tot de lichtmasten. Dat wordt hier verder niet besproken.

De Hockeyclub wil de lichtmasten plaatsen om zo hun trainingscapaciteit te vergroten. Appellanten vrezen ernstige geluidsoverlast als gevolg van het gebruik van de lichtmasten, omdat de betreffende velden intensiever zullen worden gebruikt. Er wordt verder volgens hen niet voldaan aan de richtafstand van 50 meter ingevolge de VNG-brochure. Deze afstand wordt aanbevolen tussen woningen en een veldsportcomplex.

Volgens de raad hoefde hij niet te onderzoeken of de lichtmasten tot onaanvaardbare geluidhinder zullen leiden. Dit omdat de lichtmasten volgens de gemeente niet leiden tot een wijziging van de representatieve bedrijfssituatie op de betreffende velden. Volgens de gemeente is bij de beoordeling of geluidoverlast aanvaardbaar is alleen de representatieve bedrijfssituatie relevant. Dat is de bedrijfssituatie die zich vaker dan 12 maal per jaar voordoet. In de huidige situatie worden de betreffende sportvelden al vaker dan 12 maal per jaar gebruikt, maar dat is volgens de gemeente planologisch toegestaan. Weliswaar zal de representatieve bedrijfssituatie vaker optreden, maar dat is volgens de gemeente geen relevante omstandigheid. [lichtmasten sportveld]

De Afdeling overweegt als volgt: “De raad heeft ten onrechte niet onderzocht wat de gevolgen van het gebruik van velden 3 en 4 met lichtmasten zullen zijn voor de geluidbelasting van de woningen (…). In de VNG-brochure wordt voor het aspect geluid een richtafstand van 50 meter aanbevolen tussen een veldsportcomplex en een rustige woonwijk. Aan deze richtafstand wordt niet voldaan, omdat de afstand tot de dichtstbij gelegen woning (…) ongeveer 37 meter is. Een kleinere afstand dan 50 meter kan ruimtelijk aanvaardbaar zijn, maar de raad had dat moeten onderbouwen met een onderzoek. Het kan aanvaardbaar zijn als de representatieve bedrijfssituatie vaker zal optreden, maar om dat te kunnen beoordelen moet inzichtelijk zijn hoe hoog de geluidbelasting in de representatieve bedrijfssituatie is. Daar komt bij dat uit het aanvullend lichthinderonderzoek volgt dat de lichtbelasting op de woning (…) hoog zal zijn. De betogen slagen.”

Zie verder uitspraak ABRS 20 februari 2019, no. 201709283/1/A1.

Vragen over aanvaardbaar woon- en leefklimaat in relatie tot sportvelden?

Bel 06-55897008 of mail.

Golfbaan en woon- en leefklimaat omwonenden

Golfbaan en woon- en leefklimaat omwonendengolfbaan

Een bestemmingsplan maakt de bouw van woningen mogelijk dichtbij een golfbaan. Appellanten betogen dat de woningen te dicht bij de golfbaan mogelijk worden gemaakt. Zij betogen dat de locatie met woningen die wordt ontsloten via een route over het terrein van de golfbaan leidt tot een onevenredige beperking van het gebruik van de golfbaan vanwege veiligheidsrisico’s. Zij wijzen op de standaard veiligheidszone van 30 meter die in acht moet worden genomen tussen een golfbaan en een locatie waar mensen (niet golfers) zich begeven daaronder begrepen openbare wegen. Deze afstand wordt bij sommige holes niet in acht genomen.

Gelet op deze veiligheidsrisico’s kan op de locatie ook geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden verzekerd. Tevens zullen golfers moeten opletten op het verkeer dat over het terrein rijdt en kunnen zij daarom niet meer vrijspelen.

In het door de eigenaar overlegde rapport van de betreffende architect is opgenomen dat uit de ‘vuistregels baanveiligheid’ blijkt dat een afstand van minimaal 40-80 m tussen een hole en de buitengrens van een golfterrein een veilige afstand is. Er is sprake van een grote marge, omdat de veilige afstand afhankelijk is van wat er aan de buitengrens aan activiteiten plaatsvindt. Een snelweg heeft meer afstand nodig dan een bos. Tevens hangt de afstand af van eventueel aanwezige beplanting. De afstand wordt gemeten vanuit het hart van de fairway. Lees meer in r.o. 31.6 van uitspraak ABRS 14 november 2018, no. 201607156/1/R2.

Gezondheid intensieve veehouderij en juridische werkelijkheid

Gezondheid intensieve veehouderij en juridische werkelijkheidgezondheid intensieve veehouderij

In een nieuw bestemmingsplan voor het buitengebied is een mogelijkheid opgenomen om vergroting van de oppervlakte van de agrarische gebouwen. Dit is geregeld via een afwijkingsmogelijkheid in het bestemmingsplan.

Hierbij is rekening gehouden met de zogeheten ‘stalderingsregeling’ van de provincie Noord-Brabant. Deze stalderingsregeling houdt kortweg in dat binnen een in de Verordening ruimte aangeduid stalderingsgebied de toename van de oppervlakte dierenverblijf van een hokdierhouderij binnen een bouwperceel uitsluitend wordt toegestaan als elders in dat gebied de oppervlakte dierenverblijf van een hokdierhouderij is afgenomen met tenminste 110%.

Hoewel er in de uitspraak ook interessante overwegingen zijn opgenomen over de stalderingsregeling, neem ik hier alleen de overwegingen over gezondheid intensieve veehouderij en woon- en leefklimaat over. Volgens appellanten 1 en 2 leidt het plan tot een onaanvaardbare aantasting van hun woon- en leefklimaat. Het bestemmingsplan maakt namelijk de uitbreiding van een intensieve veehouderij mogelijk. Wat betreft de bouwmogelijkheden die bij recht zijn opgenomen in het bestemmingsplan, is de gemeente van mening dat deze niet leiden tot een aantasting van het woon- en leefklimaat van de bewoners. Bij de toets van de aanvraag om omgevingsvergunning voor de bouwaanvraag bleek namelijk dat aan de gestelde normen voor geur, ammoniak en fijn stof kan worden voldaan. De Afdeling volgt de gemeente hierin.

Appellanten sub 3 en 4 stellen dat het plan zal leiden tot een verdere verslechtering van het leefklimaat in de omgeving van het plangebied. Uit recente onderzoeken van het RIVM en de GGD volgt dat er een verband bestaat tussen gezondheidseffecten en woonafstanden tot intensieve veehouderijen. De GGD adviseert om binnen 250 meter van intensieve veehouderen geen nieuwbouw te realiseren en voor bouwplannen tussen de 250 en 1000 m een aanvullende risicobeoordeling uit te voeren. Eén van de appellanten kampt met ernstige luchtwegproblemen en vreest voor een verdere achteruitgang van zijn gezondheid als van de planologische ontwikkelingsmogelijkheden gebruik wordt gemaakt. Hij heeft een verklaring van zijn huisarts overgelegd.

Volgens de gemeente bevatten de planregels voldoende waarborgen om onaanvaardbare effecten op de volksgezondheid te voorkomen.

De Afdeling overweegt als volgt: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (…) is het effect dat nabij gelegen veehouderen op de volksgezondheid kunnen hebben een mee te wegen belang bij de vaststelling van een bestemmingsplan. De raad dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening te onderzoeken of een plan niet zodanige risico’s voor de volksgezondheid meebrengt dat het woon- en leefklimaat onaanvaardbaar verslechtert. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (…) vindt de bestrijding van besmettelijke dierziekten zijn regeling primair in andere regelgeving. Voorts kunnen aan omgevingsvergunningen voorschriften worden verbonden om de gevolgen voor de volksgezondheid te voorkomen dan wel te beperken. Uit het voorgaande volgt dat de Wro in dit kader een aanvullend karakter heeft. (…)

Voor zover appellanten stellen dat, gelet op de adviesafstanden van de GGD, in het plan verdergaande beperkingen moeten worden opgelegd aan de ontwikkelingsmogelijkheden van de intensieve veehouderij heeft de raad daarvoor in redelijkheid geen aanleiding hoeven te zien. Uit het door appellanten genoemde advies van de GGD (…) volgt niet dat een uitbreiding van een intensieve veehouderij vanuit het oogpunt van volksgezondheid moet worden verboden binnen een bepaalde afstand tot een woning. De keuze van de raad om bij gebreke van algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten over de gezondheidsrisico’s van intensieve veehouderijen de adviesafstand van de GGD niet over te nemen is niet onredelijk. Dat binnen de gemeente (…) een groot aantal intensieve veehouderijen is gevestigd en dat maatschappelijke onrust is ontstaan over de gevolgen daarvan op de volksgezondheid, biedt op zichzelf (…) onvoldoende grond voor een verdergaande beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden van de intensieve veehouderij. (…). Zie verder uitspraak ABRS 7 november 2018, no. 201605590/2/R2.

Noot MH: Tot nu toe valt er nog weinig te halen bij de Raad van State als het gaat om gezondheid en woon- en leefklimaat bij woningen die nabij intensieve veehouderijen liggen. Nog steeds wordt dezelfde standaardoverweging aangehaald: ‘bij gebreke van algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten, etc.‘ Dit moet erg frustrerend zijn voor individuele patiënten die met klachten kampen van de luchtwegen. Dit is helaas de juridische werkelijkheid die nogal eens afwijkt van de ‘normale’ werkelijkheid. [gezondheid intensieve veehouderij]

grotere milieubelasting toestaan op bedrijfswoning bedrijventerrein

Grotere milieubelasting toestaan op bedrijfswoning bedrijventerreingrotere milieubelasting

De relatie bedrijfswoning en bedrijventerrein is een ongelukkige. Meestal gaat het om situaties die lang geleden zijn ontstaan omdat in een ver verleden de ondernemer bij zijn bedrijf woonde. De ellende begint vaak als de ondernemer de betreffende woning verkoopt aan een derde die vervolgens gaat klagen over stank- of geluidsoverlast. Hoewel door de technologische ontwikkelingen al minder vaak is van geluid- of stankoverlast, zijn er vrijwel altijd factoren aanwezig die zorgen voor hinder voor omwonenden. Dat kan ook laden en lossen zijn in de vroege ochtend. Meestal wil men wel de lusten ervaren (goedkopere woning), maar niet de lasten. Men vergeet zich vaak de vraag te stellen: waarom woon ik eigenlijk op een bedrijventerrein?

In een uitspraak van de Afdeling van 19 september 2018 komt de relatie bedrijfswoning en bedrijventerrein aan de orde. Wat was er aan de hand?

De raad heeft een nieuw bestemmingsplan vastgesteld voor een bedrijventerrein. De appellant betreft een eigenaar van een bedrijfswoning op het bedrijventerrein. Op grond in de nabijheid van zijn woning worden in het nieuwe plan bedrijven toegestaan met een milieucategorie van 3.1 en 3.2 in plaats van milieucategorie 1 en 2, zoals in het voorheen geldende plan. Appellant vreest als gevolg hiervan een aantasting van zijn woon- en leefklimaat. Hij wijst erop dat niet aan de aanbevolen richtsafstand wordt voldaan zoals aangegeven in de VNG-brochure.

De Afdeling overweegt als volgt: “Aan een voorheen geldend bestemmingsplan kunnen in het algemeen geen blijvende rechten worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels vaststellen. In dit geval heeft de raad ervoor gekozen om, met het oog op een aantrekkelijk vestigingsklimaat, ter plaatse van in het geding zijnde gronden, bedrijven van milieucategorie 3.2 en 3.1 toe te staan. (…)

De Afdeling stelt vast dat het aan de orde zijnde gebied gekwalificeerd kan worden als een ‘gemengd gebied’. De raad heeft vanwege de omstandigheid dat in dit geval sprake is van een bedrijfswoning op een bedrijventerrein aanleiding gezien voor de bedrijven van milieucategorie 3.2 een richtafstand van 30 meter te hanteren. De Afdeling is van oordeel dat de raad in redelijkheid  deze richtafstand heeft kunnen hanteren voor bedrijven van milieucategorie 3.2 tot de bedrijfswoning van appellant. Hierbij acht de Afdeling (…) het van belang dat voor een bedrijfswoning op een bedrijventerrein in het algemeen een grotere milieubelasting aanvaardbaar kan worden geacht dan voor een burgerwoning (…). Lees meer in r.o. 4.4 van uitspraak ABRS 19 september 2018, no. 201709944/1/R1.


Meer weten over richtafstanden, het verkorten ervan of een andere oplossing voor bedrijfswoningen op een bedrijventerrein?

de omgevingsjurist

Gezondheidsverkenning omwonenden landbouwpercelen RIVM

Gezondheidsverkenning omwonenden landbouwpercelen RIVM: weinig nieuws onder de zon

De laatste tijd staat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op open teelten in een grote publieke belangstelling. Er is ongerustheid over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de effecten hiervan op de gezondheid van met name omwonenden. Via social media en krantenberichten worden paniekerige berichten geplaatst die zorgen voor de onnodige onrust. Ook lokale politici laten zich leiden door dergelijke berichten zonder eens goed de onderliggende publicaties te lezen. Eén van de publicaties die in juli 2018 is verschenen is een publicatie van het RIVM ‘Gezondheidsverkenning omwonenden van landbouwpercelen’. gezondheidsverkenning omwonenden

Hoewel ik een zeer groot voorstander ben van (uitgebreid) onderzoek naar de effecten van deze middelen op de gezondheid is het naar mijn mening net zo belangrijk om ook eens naar de oorzaken te kijken waarom mensen hiervan hinder zeggen te ondervinden. In onze adviespraktijk gebeurt het regelmatig dat er particulieren aankloppen die graag een voormalige agrarische bedrijfswoning willen kopen op het platteland. Ik adviseer vrijwel altijd de locatie niet te kopen en informeer hen over de risico’s. De woning is relatief goedkoop en is om die reden aantrekkelijk voor veel mensen. Enthousist als ze zijn wordt er meestal niet verder gekeken dan hun neus lang is en gaan ze vervolgens dichtbij bijv. fruitteeltlocaties wonen. Naar mijn mening moeten gemeenten hier niet langer aan meewerken. Dat wil zeggen dat er eerst eens goed wordt gekeken naar de afstand van de tuin van de woning tot de grens van het agrarische perceel. Het uitoefenen van agrarische activiteiten – behalve het bespuiten van open teelten, geldt dit evenzeer voor oogsten, ploegen, etc. – staat meestal op gespannen voet met een goed of aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het begint hier! Bepaal vooraf eens wat een acceptabele afstand is. Besef dat agrariërs in het buitengebied ervoor zorgen dat er voldoende voedsel is en dat de voedselvoorziening in de supermarkt niet zo maar tot stand komt. De verwende consument wil nu eenmaal geen appels die er niet glimmend uitzien of die plekjes vertonen. Dit geldt evenzeer voor de aardappelteelt of andere open teelten.

Als mensen eenmaal in de plattelandswoning wonen gaan ze klagen over de bespuitingen over de gewassen of over stof dat in de tuin terechtkomt. Deze aspecten worden vaak onderschat bij gemeenten. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning of het vaststellen van een bestemmingsplan voor een nieuwe gevoelige functie nabij open teelten kunnen deze aspecten worden meegewogen in de besluitvorming in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Op deze manier kan voorkomen worden dat nieuwe bewoners te dichtbij agrarische percelen gaan wonen.

De voorlopige conclusie van het RIVM is trouwens dat er over het algemeen geen duidelijke verbanden bestaan tussen gezondheid en de nabijheid van landbouwpercelen. Wel verdienen sommige aspecten nader onderzoek. Lees het onderzoek naar de gezondheidsverkenning omwonenden hier.

woon- en leefklimaat uitgaan van bestemmingsplan

Woon- en leefklimaat aanvaardbaar? woon- en leefklimaat

Het college van B&W heeft een omgevingsvergunning geweigerd voor het tijdelijk gebruiken van een kantoor voor woondoeleinden. Eindelijk een gemeente die rekening houdt met bestaande bedrijvigheid en niet zwicht voor (nog meer) woningen op een bestaand bedrijventerrein!

Volgens appellant is het besluit onvoldoende gemotiveerd. Ter plaatse is bedrijvigheid mogelijk met milieucategorie 3.2 ingevolge de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering. Volgens het college worden door het project bestaande omliggende bedrijven op slot gezet. Hiermee worden de bestaande ruimtelijke mogelijkheden van de bedrijven beperkt. Hiermee wordt afbreuk gedaan aan het vestigingsklimaat op het bedrijventerrein.

Uitgaan van bestemmingsplan

Volgens de Afdeling heeft het college in redelijkheid – onder verwijzing naar de richtafstanden uit de VNG-brochure – de gevraagde omgevingsvergunning kunnen weigeren: “(…) In het geval van een nieuwe ontwikkeling zijn de richtafstanden uit de VNG-brochure een hulpmiddel om te bepalen of bedrijven daardoor worden belemmerd in hun bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden en, voor zover het gaat om milieugevoelige functies als woningen gaat, of ter plaatse sprake kan zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. (…). De door appellant overlegde notitie (…) gaat voorts uit van een gemengd gebied, waar hier geen sprake van is, nu het om een bedrijventerrein gaat, zodat aan die notitie reeds daarom niet die waarde toekomt die appellant daaraan gehecht wenst te zien. (…) Bij de beoordeling of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, dient te worden uitgegaan van hetgeen het bestemmingsplan in de omgeving toelaat.” Lees meer in uitspraak ABRS 4 april 2018, no. 201606951/1/A1. 

Vragen over een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in relatie tot een bestemmingsplan? Onderbouwing of advies nodig voor uw plan? Bel 010 – 268 0689 voor meer informatie! Of lees meer info over dit onderwerp

Gemengd gebied of afstand tot woningen?

Gemengd gebied of afstand tot woningen?gemengd gebied

Functies in steden worden steeds meer vermengd met elkaar vanwege het streven naar verdichting, meer woningen en gemengde gebieden. Bijv. bij de transformatie van een bedrijventerrein tot een gemengde woonomgeving. Bij kleinschalige bedrijvigheid kan dit prachtige nieuwe woonomgevingen opleveren met karakter. Gemengd gebied is dan ook erg gewild.

Wonen, wonen en nog eens wonen

De praktijk is echter weerbarstig. Door de nadruk op nieuwe woningen te leggen worden vaak zittende bedrijven, zoals bedrijven met een hogere geluidbelasting dan wenselijk bij wonen, benadeeld in hun bedrijfsvoering. Zoals bijv. bedrijven die buiten slijpwerkzaamheden uitvoeren, ook al is het incidenteel. Of bij het laden en lossen. Nieuwe bewoners gaan er vaak over klagen bij de gemeente. Ook kan het woon- en leefklimaat van de bewoners behoorlijk in de knel komen door bedrijvigheid die eigenlijk niet past bij woningen. Een aspect dat naar mijn mening onvoldoende aandacht krijgt in de praktijk omdat nieuwe woningen nu eenmaal meer priorteit hebben bij bestuurders. Gemeenten moeten echter ook voor zittende bedrijven opkomen!

Geluid ook bij kruimelgevallen afwegen – Bij de vaststelling van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen die gemengde gebieden mogelijk maken, moeten de aspecten ‘een goed of aanvaardbaar woon- en leefklimaat’ en de ‘bedrijfsvoering van zittende bedrijven’ uitvoerig aandacht krijgen. Het onderdeel geluid moet ook afgewogen worden bij kruimelafwijkingen en kan niet door gemeentelijk kruimelgevallenbeleid opzij worden gezet, zie hiervoor de volgende uitspraak van ABRS 28 februari 2018

Omdat de nadruk vaak op het bouwen van woningen ligt, dreigen voorgaande aspecten in de verdrukking te komen. Ook voor de gezondheid van de toekomstige  bewoners, is het niet goed om te dicht bij bedrijven te wonen die geluid veroorzaken. De afweging die in het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden gemaakt, biedt daar juist mogelijkheden voor. Vaak kunnen hier aspecten aan de orde komen die bijv. niet afgedekt worden in formele wetgeving, zoals de Wet geluidhinder of het Activiteitenbesluit milieubeheer. De uitspraak van 21 maart 2018 van de Afdeling is hier een goed voorbeeld van.

Zoals ik al aangaf kunnen woningen in gemengde gebieden hele mooie woongebieden opgeleveren met karakter. Denk daarbij echter wel aan de belangen van de zittende bedrijven!

Woningen mogelijk maken op voormalige bedrijventerreinen?

Bel ons voor:

  • quick scans, onderbouwingen en adviezen inzake juridische en technische aspecten van geluid, zoals akoestisch onderzoek;
  • quicks scans, onderbouwingen en adviezen inzake milieuzonering (welke afstand tussen woningen en bedrijven is haalbaar?)
  • bestemmingsplannen voor gemengde gebieden

Bel 010 – 268 0689 voor meer informatie.