Plattelandswoning en woon- en leefklimaat

Plattelandswoning en woon- en leefklimaat plattelandswoning

De plattelandswoning is nog steeds populair. De vraag naar woningen is heel groot, dus wordt er van alles uit de kast gehaald om ook voormalige agrarische bedrijfswoningen planologisch geschikt te maken voor ‘burgerbewoning’. Oftewel voor bewoning door derden. Hoewel ik zelf geen voorstander ben van plattelandswoningen, – ik vind het vooral een juridische oplossing – is het wel de realiteit bij veel gemeenten.

Agrarische bedrijfsvoering

Om de planologische wijziging mogelijk te maken bevat het Bkl hiervoor instructieregels. Volgens de toelichting bij het Bkl is het een voortzetting van de Wet plattelandswoningen uit 2013. De gemeente kan afwijkende regels maken in het omgevingsplan voor de onderdelen geluid, geur, trillingen en slagschaduw. De gemeente kan met andere woorden een lager beschermingsniveau voor deze onderdelen accepteren om de woning mogelijk te maken. In de meeste gevallen zal het gaan om de onderdelen geur en geluid. Het is immers niet de bedoeling dat het agrarische bedrijf waar de bedrijfswoning toe behoorde, in de bedrijfsvoering wordt gehinderd door de ‘burgerbewoning’. Dat wil alleen niet zeggen dat er bij een lager beschermingsniveau ook meteen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woning.

Aanvaardbaar woon- en leefklimaat

Zoals gezegd wordt een plattelandswoning niet beschermd tegen milieu-emissies van het bijbehorende agrarische bedrijf. Volgens de Afdeling (zie ABRS 13 mei 2026, no. 202302187/1/R4, r.o. 9.1) moet er enerzijds als ondergrens wel sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, en mag er anderzijds sneller worden geoordeeld dat hier sprake is dan bij een normale burgerwoning. Hoe is dat in de praktijk te realiseren?

Wat te onderzoeken

Bedenk dat niet alle milieu-emissies van het naastgelegen agrarische bedrijf ‘gedekt’ worden door de instructieregels van het Bkl. Wat te onderzoeken?

  • onderzoek naar spuitzones van nabij gelegen open teelten: laat je bijv. bewoning toe voor nieuwe bewoners naast een perceel met hoge bomenteelt?
  • activiteiten van overige agrarische bedrijvigheid, zoals geluid van landbouwmachines die vlak langs de plattelandswoning rijden
  • stof dat vrijkomt bij ploegen en andere bewerking van agrarische gronden richting tuin van de plattelandswoning
  • bestaande situatie en maximale planologische mogelijkheden agrarisch bedrijf: welke ontwikkelingen zijn er mogelijk?
  • endoxinen

Kortom, betrek bij de ETFAL-afweging naar een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woning dus meer onderdelen dan geur en geluid uit het Bkl.

Plattelandswoning en onderzoek spuitzone boomgaard

Plattelandswoning en onderzoek spuitzone boomgaard – uitspraak Raad van Stateplattelandswoning

Plattelandswoning realiseren?Onderzoek spuitzones boomgaard of boomteeltbedrijf  – Bij een omgevingsvergunning of wijziging van de bestemming voor een plattelandswoning dienen alle facetten van een goede ruimtelijke ordening te worden onderzocht. Dit wordt heel vaak vergeten. In de volksmond wordt vaak gezegd, ‘een plattelandswoning moet meer milieuoverlast velen‘. Hoewel dat op onderdelen wel zo is, kan men dat niet in het algemeen zo zeggen. Eén van de aandachtspunten: ligt de woning nabij een boomteeltbedrijf of een boomgaard? Zo ja, onderbouw dan waarom er al dan niet sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woning. Dat dient met een op locatie uitgevoerd onderzoek te gebeuren en niet vanachter een bureau.

De realisatie van een plattelandswoning kan een oplossing zijn voor een voormalige agrarische bedrijfswoning die al jaren wordt gebruikt als burgerwoning, maar erg dicht bij het agrarische bedrijf ligt waar de woning voorheen deel van uitmaakte.

De eerste uitspraak over de plattelandswoning in relatie tot spuitzones, komt aan de orde in een uitspraak van de Raad van State van 8 juni 2016, no. 201408339/2/A1. Het spuitzonerapport dat hier aan de orde komt is opgesteld door mw. mr. H.H. Harberink (De Omgevingsjurist). Ze is gespecialiseerd in spuitzones van boomgaarden en boomkwekerijen in relatie tot woningbouw. Het rapport is in beroep ‘overeind gebleven’.

In dit geval ging het om een voormalige bedrijfswoning bij een boomkwekerij. Beide onderdelen waren kadastraal gesplitst en verkocht. Beide eigenaren leefden helaas al jaren in onmin met elkaar. In eerste instantie had de gemeente de omgevingsvergunning verleend voor de planologische realisatie van de plattelandswoning. Dat ging in beroep niet goed. Vergeten was een onderbouwing aan te leveren dat er ondanks het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen sprake was van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woning. In tweede instantie is het wel gelukt, dankzij een onderbouwing van De Omgevingsjurist.