hoge geluidbelasting en omgevingsvergunning geweigerd

Hoge geluidbelasting en omgevingsvergunning geweigerd hoge geluidbelasting

‘Bouwen, bouwen en nog eens bouwen’ is het credo van veel gemeentebestuurders. Er moeten immers 1 miljoen woningen bijkomen. Vaak worden ten koste van alles vergunningen verleend. Ook voor woningen bij spoorwegen en bij andere locaties waar de geluidbelasting veel te hoog is. Door hogere waarden vast te stellen wordt er kunstmatig een hogere geluidbelasting toegestaan. Dit keer niet. Hulde voor de gemeente Nijmegen!

De gemeente heeft een nieuw bestemmingsplan vastgesteld. Ten opzichte van het eerder vastgestelde bestemmingsplan is de wijziging dat er binnen de bestemming Gemengd geen wonen meer is toegestaan. Een stichting was voornemens er 80 woningen te realiseren. Deze ziet zich nu geconfronteerd met een weigering omgevingsvergunning vanwege het gewijzigde bestemmingsplan.

Volgens de stichting heeft de raad onvoldoende gemotiveerd waarom er ter plaatse geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

De Afdeling overweegt als volgt: “In de plantoelichting heeft de raad (…) toegelicht dat er vanwege de ligging van de planlocatie sprake is van wegverkeerslawaai en industrielawaai. Industrielawaai wordt veroorzaakt door het gezoneeerde industrieterrein (…) dat zich aan de overzijde van de planlocatie bevindt. De planlocatie ligt binnen de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein. Als gevolg hiervan is de gevelbelasting van het pand dermate hoog dat de maximale grenswaarde voor industrielawaai op drie gevels wordt overschreden. Het vaststellen van hogere waarden is daardoor niet mogelijk, tenzij een overdrachtsmaatregel wordt getroffen waardoor de geluidbelasting aan de gevel dusdanig is dat wordt voldaan aan de voorkeurswaarden dan wel dat hogere waarden kunnen worden vastgesteld. Ook de voorkeurswaarde voor wegverkeerslawaai wordt ruim overschreden. Realisatie van een woonvorm is alleen mogelijk als hogere waarden worden vastgesteld of als er een overdrachts-onderbrekende voorziening wordt toegepast. Ter hoogte van de planlocatie is tevens sprake van cumulatie van genoemde zoneringsplichtige geluidbronnen wegverkeerslawaai en industrielawaai. Deze redenen zorgen ervoor dat wonen op de planlocatie in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, aldus de raad.” Lees meer in r.o. 5 van uitspraak ABRS 11 augustus 202002555/1/R4. (hoge geluidbelasting)

Reken- en meetvoorschrift geluid comfortbox woningen

Reken- en meetvoorschrift geluid en comfortbox woningenreken- en meetvoorschrift

Een voormalige kantoorgebouw wordt getransformeerd naar 80 woningen. Het bouwplan voorziet tevens in een zogeheten comfortbox in elke woning. De comfortbox is een kast waar via een rooster aan de buitenkant van de gevel en een te openen raam in de woning lucht van buiten via een tussenruimte in de comfortbox naar binnen kan en lucht van binnen naar buiten. Het rooster en het geluidsabsorberend materiaal in de comfortbox moeten ervoor zorgen dat wordt voldaan aan de voorkeurswaarden van de Wet geluidhinder. Het gaat in deze zaak om of het bouwplan voldoet aan de voorkeurswaarden van de Wet geluidhinder. Moet hierbij gekeken worden naar de gemiddelde geluidsbelasting of naar de hoogste geluidsbelasting op het gevelvlak met het raam in de comfortbox?

De Afdeling overweegt als volgt: “(…) De artikelen 44 en 82, eerste lid van de Wet geluidhinder bevatten voorkeurswaarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel van woningen. In artikel 2.2, tweede lid van het Reken- en meetvoorschrift staat dat indien de vaststelling van de geluidsbelasting in dB(A) vanwege een industrieterrein plaatsvindt ten behoeve van de vaststelling van de geluidsbelasting van de gevel van woningen, het immissiepunt zich op het punt van de gevel bevindt waar de hoogste geluidsbelasting optreedt. Gelet op de tekst van deze artikelen is het college er terecht vanuit gegaan dat niet moet worden gekeken naar de gemiddelde geluidsbelasting op het gevelvlak met het te openen raam. Dit wordt naar het oordeel van de Afdeling bevestigd door de toelichting van artikel 2.2 van het Reken- en meetvoorschrift (…). Daarin staat dat in het algemeen een hoogte van 5 m boven het maaiveld wordt aangehouden. Het equivalent geluidsniveau wordt echter op een andere hoogte bepaald, indien redelijkerwijs mag worden verwacht dat op die andere hoogte de geluidsbelasting hoger is dan de geluidsbelasting op 5 m boven maaiveld (…). Er moet daarom ook (…) worden gekeken naar het punt waar de geluidsbelasting het hoogst is.” Lees meer in r.o. 6.3 van uitspraak ABRS 11 augustus 2021, no. 202001449/1/R4.

Omgevingswet

Het Reken- en meetvoorschrift 2012 gaat op in de Omgevingsregeling.

Carillon geluid is onversterkte muziek Activiteitenbesluit

Carillon geluid is onversterkte muziek inzake Activiteitenbesluitcarillon muziek

Carillon geluid blijft de gemoederen bezig houden. Omwonenden ervaren vaak geluidsoverlast van het klokkenspel in een toren in de stad. Het geluid van de bronzen klokken wordt kortom niet altijd op prijs gesteld. In deze zaak heeft een bewoner een verzoek om handhaving ingediend bij de gemeente vanwege strijd met artikel 2.18, eerste lid Activiteitenbesluit milieubeheer. De gemeente heeft dit verzoek afgewezen. Volgens de gemeente is er geen sprake van strijd met het voornoemde artikel van het Activiteitenbesluit.

De rechtbank Den Haag overweegt als volgt: “De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat het geluid van het carillon niet als muziek kan worden aangemerkt. In het Activiteitenbesluit noch in daaraan gerelateerde regelgeving is gedefinieerd wat onder muziek moet worden verstaan. De door eiser vermelde Nota van Toelichting geeft evenmin een definitie. Het betoog dat uit deze toelichting volgt dat enkel van muziek sprake is indien dat direct door een mens wordt gemaakt, slaagt niet. Dat in de Nota van Toelichting een fanfarekorps als voorbeeld wordt genoemd waarop de uitzondering uit artikel 2.18, eerste lid, onderdeel f, van het Activiteitenbesluit van toepassing is, maakt niet dat de wetgever zonder meer alleen door de mens gemaakte onversterkte muziek op het oog heeft gehad. De rechtbank ziet daarom aanleiding om aan te sluiten bij het algemeen taalgebruik. Volgens ‘Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal’ wordt verstaan onder muziek: ‘het kunstzinnig ordenen van klanken’. Nu niet in geschil is dat bij de mechanische aandrijving het carillon melodieën speelt, is de rechtbank van oordeel dat het geluid van het carillon als muziek kan worden gekwalificeerd. De rechtbank volgt eiser dan ook niet in zijn stelling dat het geluid van het carillon wordt versterkt. De rechtbank overweegt dat de Afdeling (…) al heeft overwogen dat carillonmuziek onversterkte muziek is als bedoeld in artikel 2.18 (…) van het Activiteitenbesluit. Lees meer in r.o. 2.4 van uitspraak Rb Den Haag, 31 mei 2021, JnB 2021, 658. Carillon geluid.

Hoe is onversterkte muziek geregeld onder de Omgevingswet?

  • artikel 22.70 Bruidsschat (tijdelijk deel omgevingsplan)

Dit artikel is overgekomen uit het Activiteitenbesluit en wordt gedecentraliseerd naar de gemeente. Gemeenten hebben nu meestal een artikel over onversterkte muziek opgenomen in de APV in artikel 4:5. De gemeente kan er voor kiezen om onversterkte muziek op te nemen in het definitieve omgevingsplan in meer maatwerk.

Laat een verordeningenscan uitvoeren door OmgevingsplanOnline! Meer weten? Bel 010 – 307 22 73 of vul onderstaand formulier in. We nemen dan contact met u op. Let op! Alleen voor gemeenten.

Neem contact op

  • Dit veld is voor validatie doeleinden en moet ongewijzigd blijven.

Verlaging milieucategorie goed onderbouwen

Verlaging milieucategorie goed onderbouwenverlaging milieucategorie

Een verlaging van de geldende milieucategorie van een bedrijf komt regelmatig voor als de omgeving verandert. Bijvoorbeeld als er woningen gebouwd gaan worden nabij een bedrijventerrein. Of als een bedrijventerrein deels gaat verkleuren, bijvoorbeeld naar een meer gemengde omgeving. Het kan allemaal, mits het maar onderzocht is en onderbouwd is. Vaak is de bijpassende richafstand noodzakelijk vanwege geluid. Het is ook belangrijk om naar de belangen van bedrijven te kijken. Het nadeel van woningen bij bedrijven is meestal de geluidsoverlast van vrachtwagens, laden en lossen, machinegeluid, etc. Dat moet niet onderschat worden. Klachten van bewoners over een normale bedrijfsvoering zijn erg vervelend voor de betreffende ondernemer.

In dit geval ging het om het mogelijk maken van een appartementengebouw met 27 woningen. De nabij gelegen bedrijfspercelen hebben hun bedrijfsbestemming behouden, maar de toegelaten milieucategorie is verlaagd. De gemeente brengt naar voren dat zij het bestaande gebruik hebben bestemd. Voorheen waren de bedrijfspercelen bestemd als ‘bedrijventerrein’ met milieucategorie 3.2. In het nieuwe bestemmingsplan is de specifieke aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – metaalbewerking’ toegekend. Op basis hiervan is milieucategorie 3.1 mogelijk. Volgens de gemeente is hieraan vooraf een inventarisatie uitgevoerd.

Volgens de Afdeling is er in de stukken geen informatie aanwezig over de feitelijke werkzaamheden van het bedrijf. Een controlebezoek heeft niet plaatsgevonden. De Afdeling overweegt als volgt: “De raad heeft de gebruiksmogelijkheden van het perceel beperkt ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan. Het daarbij gehanteerde uitgangspunt dat de niet-benutte gebruiksmogelijkheden worden weggenomen, is in beginsel toelaatbaar. In het algemeen kunnen namelijk aan een geldend bestemmingsplan geen geldende rechten worden ontleend. De gemeenteraad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. (…) Bij het vaststellen van een planregeling die leidt tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden, moet de raad de aard en omvang van de beperkingen onderzoeken, de daarbij betrokken belangen afwegen, en tenslotte de aanvaardbaarheid van deze beperking deugdelijk motiveren. Lees meer in r.o. 5.10 van uitspraak ABRS 21 juli 2021, no. 201904109/1/R4. (verlaging milieucategorie).

Overlast kinderdagverblijf en Activiteitenbesluit

Overlast kinderdagverblijf en Activiteitenbesluit milieubeheeroverlast kinderdagverblijf

Kinderstemgeluid kan zorgen voor hinder bij omwonenden. Met name in een stedelijke omgeving kan dit soort geluid als een klankkast gaan werken. Een buurtbewoner ervaart geluidsoverlast van een kinderdagverblijf en dient een verzoek om handhaving in bij de gemeente. De gemeente geeft aan niet bevoegd te zijn om te gaan handhaven en treedt niet op. Het geluid komt van spelende kinderen op het schoolplein. Volgens de gemeente is het gebruik van het kinderdagverblijf passend in het geldende bestemmingsplan. De gemeente laat verder weten niet bevoegd te zijn om handhavend op te treden op grond van het Activiteitenbesluit. Volgens de gemeente blijft het geluid van spelende kinderen op grond van artikel 2.18 lid 1 Activiteitenbesluit buiten buiten beschouwing.

Volgens de gemeente kan het plein waar de kinderen spelen niet worden aangemerkt als een binnenterrein als bedoeld in artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit. De Afdeling is het hier mee eens en overweegt: “(…) In de Nota van Toelichting bij het Activiteitenbesluit (…) wordt in geval van een binnenterrein gesproken over een buitenterrein dat omsloten is door bebouwing waar het omgevingsgeluid vanwege die beslotenheid doorgaans veel lager zal zijn en het stemgeluid dan eerder tot overlast zal leiden. In dit geval is het plein bij het kinderdagcentrum niet zodanig door bebouwing omgeven dat gesproken kan worden van een besloten ligging. De bebouwing bevindt zich uitsluitend aan de noordzijde (…) en aan de zuidzijde (…)…..” Lees meer in r.o. 4.3 van uitspraak ABRS 2 juni 2021, no. 202002239/1/R3.(overlast kinderdagverblijf).

In de praktijk komen er veel klachten binnen bij gemeenten over geluidsoverlast van kinderdagverblijven. Dit kan voorkomen worden door geen kinderdagverblijven met buitenruimte meer toe te staan in dichtbevolkte woonbuurten. Meestal wordt de buitenruimte aan de achterkant van het kinderdagverblijf gesitueerd waar ook de tuinen van buurtbewoners aangrenzen. Dit levert op lange termijn vooral frustratie op bij bewoners, maar ook bij de eigenaren/exploitanten van kinderdagverblijven. Ook in dit geval geldt: voorkomen is beter dan genezen!

Hybride detailhandel lastig voor gemeenten

Hybride detailhandel lastig voor gemeentenhybride detailhandel

Door de toenemende digitalisering komen er steeds meer zogeheten hybride tussenvormen van detailhandel. Een mix van online winkelen, winkelen op locatie, een espressobar en het product beleven op locatie. Hoe ga je daar als gemeente mee om? De meeste bestemmingsplannen bevatten nog traditionele begrippen van detailhandel. Soms is er een passage toegevoegd over online winkelen, maar dan houdt het wel op. De traditionele definities voldoen niet meer. Dat weten ze bij de gemeente ook, maar hoe ga je er dan mee om? Het concept dat door een ondernemer is bedacht (hybride detailhandel) biedt door de meerdere mogelijkheden ook meer kans op overleven in een moeilijke tijd. Dat is de andere kant vanuit de ondernemer bezien. De praktijk van alledag is dynamisch en snel. Om mee te kunnen met de vraag van klanten moet een ondernemer vaak snel handelen.

In een casus die zich in Zoetermeer afspeelt gebeurt is soortgelijks. De gemeente heeft het bedrijf een last onder dwangsom opgelegd vanwege het uitoefenen van detailhandel op een bedrijventerrein. In het pand zijn verder een kantoor, een testbaan, een afhaalbalie en pashokjes aanwezig. De hoofdfunctie is een postorderbedrijf. Volgens de gemeente is de detailhandel ter plaatse niet toegestaan en in strijd met het geldende bestemmingsplan. De bestemming ter plaatse is ‘bedrijf t/m cat. 4.2’ met aanduiding ‘detailhandel perifeer’. Het college stelt zich op het standpunt dat sprake is van detailhandel, omdat op de begane grond van het pand op een groot winkeloppervlak grote hoeveelheden consumentengoederen zijn uitgestald ter verkoop. Dit gebruik moet worden beëindigd door de producten in het grote magazijn aan het zicht van de klanten te onttrekken. Ook de moet aan hen de toegang aan het magazijn worden ontzegd.

De Raad van State overweegt dat er sprake is van webwinkel. Producten worden online besteld en bij de klanten bezorgd. Klanten kunnen de producten ook afhalen in het pand aan de afhaalbalie. Ook is er een experience center. Lees meer in r.o. 6.3 van uitspraak ABRS 14 juli 2021, no.  201908988/1/R3.(hybride detailhandel)

Gebied VNG-brochure bestaand of nieuw?

Gebied VNG-brochure bestaand of nieuw gebied bij kwalificatie?gebied VNG-brochure

Bij het bepalen van een geschikte afstand tussen woningen en bedrijven wordt in de praktijk vaak gebruik gemaakt van de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. Een belangrijke stap bij de toepassing ervan is het beantwoorden van de vraag ‘wat voor soort gebied is het?’. Is het een rustige woonwijk, een gemengd gebied of een gebied met functiemenging?

In deze casus gaat het om een verleende omgevingsvergunning voor de bouw van 43 woningen en kleinschalige bedrijvigheid. Een buurtbewoner vreest geluidhinder en een aantasting van zijn woon- en leefklimaat. Verder is er volgens appellant sprake van een woongebied en niet van een gemengd gebied met functiemenging, zoals de raad betoogt. Volgens de Raad van State is bij de kwalificatie van het gebied de bestaande situatie bepalend. Zie uitspraak ABRS 7 juli 2021, no. 202002133/1/R2. – gebied VNG-brochure

Dit laatste lijkt me niet altijd juist. Bij een nieuw en groter plangebied is het heel goed mogelijk de nieuwe situatie als bepalend te nemen. Bij bijvoorbeeld een transformatie van een bedrijventerrein naar een gemengd gebied of een woongebied kan het heel goed mogelijk zijn om dat gebied en nabije omgeving te kwalificeren als een gemengd gebied of een rustige woonwijk. De redenering van de Raad van State acht ik ongenuanceerd en te kort door de bocht. Geen plangebied of situatie is namelijk hetzelfde. De bestaande situatie is uiteraard belangrijk maar ook de nieuwe situatie en de grootte van het nieuwe plangebied.

Tuinsteden als oplossing voor pandemieën?

Tuinsteden als oplossing voor pandemieën?

Tijdens de lockdowns die we hebben meegemaakt om de verspreiding van Covid-19 tegen te gaan, is het wel heel erg duidelijk geworden hoe belangrijk groene ruimte in een woonomgeving is. Je zult als gezin maar ‘3-hoog-achter’ in een krappe bovenwoning wonen in bijvoorbeeld Rotterdam-Zuid en een lockdown moeten meemaken. Dat valt niet mee. De beleving van zo’n lockdown is anders als je ruim woont en/of de mogelijkheid hebt om dichtbij je woning naar een park te lopen.

Sport- en voetbalveldjes, wandelmogelijkheden en groene ruimte in de buurt van de woning zijn belangrijk voor mensen om voldoende te kunnen bewegen. Waar we nu keihard achter zijn gekomen gaat geheel in tegen het principe van de laatste jaren in de stedenbouw en ruimtelijke ordening: verdichten, verdichten en nog eens verdichten. Dit principe is ingesteld op ruimtelijke efficiëntie en maximalisatie in breed opzicht en veel minder op menselijk welzijn. De mens heeft ook behoefte aan rust en ruimte.

Een mooi basisontwerp is het principe van de tuinsteden van Ebenezer Howard. Deze ontwerpideeën zijn ontstaan als gevolg van de industriële revolutie, met veel vervuiling en uitstoot van industrie en smerige steden. Hoewel dit laatste tegenwoordig niet te vergelijken is met toen, is het principe van scheiding van functies en parken in steden ook nu heel bruikbaar. Het tegenwoordige mengen van functies, zoals wonen op of nabij bedrijventerreinen of tussen bedrijven is gewoon geen goed idee. Ook in de huidige tijd leidt dit vaak tot klachten als gevolg van geluidsoverlast door bijvoorbeeld laden en lossen. Langdurige geluidsoverlast bij mensen is schadelijk voor de lange termijn en bedrijven kunnen worden geschaad in een normale bedrijfsvoering.

Ook in Nederland zijn prachtige ‘tuinsteden’ te vinden, zoals tuindorp Het Lansink in Hengelo dat er nog steeds heel mooi uit ziet. Met name ook de grote vijver dat als buitenzwembad fungeert is uniek en prachtig om te zien. Tuindorp Vreewijk in Rotterdam ziet er ook nog heel mooi uit: mooie groene zones tussen woningen, watergangen en prettig om rond te wandelen.

Wat de pandemie me verder heeft duidelijk gemaakt is onze illusie om te denken dat alles maakbaar is. We zijn het contact met de natuur verloren – (‘bomen waar blaadjes van afvallen zijn maar lastig in de straat, ook dat moet geregeld worden door de gemeente’) en denken dat we alles kunnen regelen en voorspellen met apps en modellen. Het is goed om te beseffen dat het niet meer dan hulpmiddelen zijn en niet ‘de waarheid’. Of zoals de quote van de Britse statisticus George Box: ‘All models are wrong, some are useful’.

De ‘tuinstad-zonering’ is als principe juist nu heel goed bruikbaar. Meer groene openbare ruimte in woonbuurten, sport- en trapveldjes, wandelpaden, etc. Ruimtes die voor iedereen toegankelijk zijn, zonder dat je geld hoeft uit te geven.

Hieronder is de tuinstadzonering aangegeven. Deze tekening is gebaseerd op de ideeën van Ebenezer Howard.

tuinsteden

VNG-brochure landelijk gebied toch gemengd gebied

VNG-brochure landelijk gebied toch gemengd gebiedVNG-brochure landelijk gebied

Een gemeente heeft een omgevingsvergunning verleend voor het toestaan van horeca bij een rijksmonument. Het gaat om het gebruik voor maximaal 2 dagen in de week. Appellant vreest voor geluidsoverlast en voor aantasting van zijn woonklimaat. De Afdeling overweegt als volgt:

Het college dient bij het nemen van een besluit op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit afwijken van het bestemmingsplan, mede te beoordelen welke gevolgen de gevraagde activiteiten hebben voor het woon- en leefklimaat van omliggende woningen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (…) mag het college daartoe aansluiting zoeken bij de geluidsnormen van het Activiteitenbesluit en bij de richtafstanden die zijn opgenomen in de brochure “Bedrijven en milieuzonering” van de VNG. De in de VNG-brochure opgenomen afstanden zijn indicatief en gemotiveerd afwijken van deze afstanden is mogelijk. In dat geval kan het college aansluiting zoeken bij de in de VNG-brochure opgenomen streefwaarden voor geluid. Daarbij is relevant welke geluidbelasting in de representatieve bedrijfssituatie valt te verwachten van de bedrijfsactiviteiten, al dan niet na het treffen van aanvullende maatregelen. (…) In het akoestisch onderzoek is geconcludeerd dat hoewel het perceel is gelegen in een landelijk gebied, er aangesloten kan worden bij het omgevingstype gemengd gebied. De locatie is namelijk gelegen bij het drukbevaren Amsterdam-Rijnkanaal, aan weerszijden van het landgoed zijn agrarische bedrijven gelegen, op het landgoed is detailhandel aanwezig en op de locatie is het railverkeer (…) duidelijk hoorbaar. Gelet op deze verschillende functies in de omgeving is de Afdeling van oordeel dat in het akoestisch onderzoek in redelijkheid kon worden aangesloten bij het omgevingstype gemengd gebied.” Zie uitspraak ABRS 30 juni 2021, 201904525/1/R4.(VNG-brochure landelijk gebied).

Bij de toepassing van de VNG-brochure is een belangrijke stap het kwalificeren van de omgeving van het plangebied. Doe dat ruim, dus niet alleen het plangebied. De VNG-brochure bevat definities van gemengd gebied en landelijk gebied. Dat biedt aanknopingspunten, maar deze uitspraak laat zien dat ook de definities niet in beton zijn gegoten en praktisch toegepast moeten worden, (lees: gezond verstand gebruiken). Belangrijk is te motiveren waarom.

Geluid buitenzwembad en aantasting woon- en leefklimaat

Geluid buitenzwembad en aantasting woon- en leefklimaatgeluid buitenzwembad

Geluiden bij een buitenzwembad kunnen leiden tot ergernis bij omwonenden. Het kan geluid zijn van een waterpomp, stemgeluid, afzuiging, etc. Het is meestal een combinatie van factoren dat leidt tot overlast. Hoewel het meestal maar een beperkt aantal weken is per jaar. In dit geval gaat het om een uitbreiding van een camping met meer staanplaatsen. Appellanten vrezen dat de uitbreiding zal leiden tot de aantasting van hun woon- en leefklimaat.

Volgens appellanten wordt het nieuwe buitenzwembad mogelijk gemaakt op minder dan 100 m van hun woning. In de VNG-brochure wordt een richtafstand van 200 m aanbevolen. De raad heeft een aanvullend akoestisch onderzoek laten uitvoeren. Uit dit onderzoek blijkt dat het hoogste berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ten gevolge van alle activiteiten ten hoogste 41 dB(A), 40 dB(A) en 18 dB(A) voor onderscheidenlijk de dag-, avond- en nachtperiode bedraagt. Volgens de Afdeling kan op basis hiervan worden afgeweken van de hiervoor genoemde richtafstand. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus uit het Activiteitenbesluit worden niet overschreden. Verder is volgens de Afdeling rekening gehouden met alle relevante geluidsbronnen: een grasmaaier, afzuiging, laden en lossen van auto’s, pratende en schreeuwende stemmen, koelmotoren en muziek. Lees verder in r.o. 18 e.v. van uitspraak ABRS 31 maart 2021, no. 202003602/1/R3. (geluid buitenzwembad)