Noodzaak uitbreiding agrarisch bedrijf eisen steeds strenger

Noodzaak uitbreiding agrarisch bedrijf eisen steeds strengernoodzaak uitbreiding agrarische bedrijf

Het bestemmingsplan maakt de uitbreiding mogelijk van een bollenteeltbedrijf. Het huidige kavel is volgens de aanvrager vol en om die reden richt het verzoek zich op de overzijde van zijn bedrijf. Op deze grond geldt de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Er geldt geen bouwvlak om de gewenste bebouwing mogelijk te maken. Via een nieuw bestemmingsplan wordt bebouwing op die gronden mogelijk gemaakt van zo’n 2.400 m² met verharding voor parkeerruimte en ruimte voor vrachtwagens om te manouvreren.

Volgens appellant leidt het plan tot een aantasting van zijn woon- en leefklimaat en het vrije uitzicht. In dit geval gaan we in op de eerste beroepsgrond. Volgens appellant is er ten onrechte geen bedrijfsplan ingediend om de noodzaak aan te tonen van de uitbreiding van het bedrijf. Volgens hem moet de nut en noodzaak worden aangetoond. Volgens appellant is de initiatiefnemer geen volwaardige bollenteler. Volgens hem maakt hij gebruik van agrarische percelen van derden die op meer dan 10 km liggen van het bedrijf.

Volgens de raad is er geen aanleiding om de nut en noodzaak te onderbouwen omdat er niet wordt getwijfeld aan de noodzaak van uitbreiding. Volgens de raad blijft het plan bovendien onder de grens van 2 hectare bedrijfsoppervlak zoals genoemd in de gemeentelijke Omgevingsvisie.

De Afdeling overweegtdat de raad bij de beoordeling van het plan niet is uitgegaan van de maximale mogelijkheden van het plan, dat in algemene zin een bouwblok mogelijk maakt voor verschillende categorieën agrarische bedrijven. In de plantoelichting en de daaraan ten grondslag liggende onderzoeken is uitsluitend ingegaan op de ruimtelijke gevolgen van uitbreiding van het bedrijf (…). Daarnaast heeft de raad de noodzaak van de met het voorliggende plan geboden bouwmogelijkheden onvoldoende gemotiveerd. Uit de plantoelichting blijkt niet concreet waarvoor de voorziene nieuwe opslagplaats nodig is. Lees verder in r.o. 6.2 van uitspraak ABRS 8 december 2021, no. 202006443/1/R1. (noodzaak uitbreiding agrarisch bedrijf)

Noot MH: Deze uitspraak laat zien hoe ver de motiveringsplicht kan gaan voor de gemeente om in afwijking van het geldende bestemmingplan een nieuw bouwblok mogelijk te maken voor een agrarisch bedrijf. Met name door strenge provinciale regels. Even uitzoomend heeft het onderliggende aspect vaak vooral te maken met bezwaren van nieuwe bewoners in het buitengebied die niet willen dat agrarische bedrijven uitbreiden omdat bijvoorbeeld hun uitzicht beperkt gaat worden. Zij maken gebruik van de strenge regels uit Provinciale verordeningen. De vraag is hoever we als maatschappij hier in meegaan. Zelf heb ik in de praktijk vaak meegemaakt dat de ruimte voor agrariërs in het buitengebied steeds meer in de verdrukking komt door burgers die in het buitengebied zijn gaan wonen. Volgens mij moet er ook ruimte zijn in het buitengebied – waar anders – voor de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven. Dat wil niet zeggen dat dit onbeperkt is, maar de verhoudingen raken steeds meer uit evenwicht wat mij betreft. Oproep aan gemeenten: zorg ervoor dat er ook ruimte is voor de bedrijfsvoering van agrariërs en laat hier geen nieuwe woningen toe!

Geluid bedrijfsactiviteiten en woningen

Geluid bedrijfsactiviteiten en aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij woningengeluid bedrijfsactiviteiten

In de huidige tijd van woningtekorten staat bedrijvigheid onder druk. Het credo is bouwen, bouwen en nog eens bouwen. De politiek gaat hier vaak mee aan de haal en bedrijven worden steeds meer naar de flanken van gemeenten gedrukt. In de praktijk heb ik meegemaakt hoe nadelig dit kan uitpakken voor bedrijven. Bedrijven zijn er in alle soorten en maten, maar met name grotere bedrijven hebben ruimte nodig voor vrachtwagens, laden- en lossen en ook activiteiten die piekgeluiden kunnen veroorzaken. Daar passen geen woningen bij. Ook op bedrijventerreinen zijn vaak nog steeds bedrijfswoningen aanwezig. Die werden vroeger vaak bewoond door de ondernemer zelf. De praktijk is dat deze vaak verkocht worden aan mensen die de aantrekkelijk geprijsde woning wel kunnen waarderen en op de koop toenemen dat ze op een bedrijventerrein wonen. Na verloop van tijd gaat de geluidbelasting vervelen en gaan ze klagen bij de gemeente. Ik ben er dan ook voorstander van om geen enkele bedrijfswoning op bedrijventerreinen (meer) toe te staan, ook geen bewoning door de ondernemer zelf.  Het voorkomt een een boel ellende.

Het is mode om gemengde gebieden te maken van voormalige bedrijventerreinen. Het ziet er vaak ook heel aantrekkelijk uit: in deze gebieden kan er gewoond worden en er is bedrijvigheid mogelijk. Vaak gaat het om hippe appartementengebouwen en wordt er een hoogstedelijk milieu gecreëerd. Als het gaat om milieucategorie 1 of 2 bedrijvigheid is het nog acceptabel. Vanaf milieucategorie 3.1 bedrijvigheid begint het al te schuren, want geluid gaat naar boven en bewoners van appartementen met open ramen gaan klagen over het laden en lossen van vrachtwagens voor horeca en winkels. Dit geldt eveneens voor de bevoorrading en laden en lossen bij mini-brouwerijen. Het begint vaak heel sympathiek en heeft een groot knuffelgehalte: er wordt een oud vervallen pand omgetoverd tot hippe brouwerij met horeca. Het plaatselijk gebrouwen bier vindt gretig aftrek in de buurt en het bedrijf wordt steeds groter. Daarna beginnen de klachten van de nieuwe bewoners. Het is helaas bijna overal de realiteit. Succesvolle bedrijvigheid vraagt nu eenmaal ruimte en gaat meestal gepaard met enige overlast. Ik vind dat ontwerpers hier te weinig bij stilstaan. In theorie en de juridische werkelijkheid wordt meestal voldaan aan de grenswaarden van geluid. De praktijk is echter weerbarstig. De bewoners zetten ramen open en willen op hun balkon zitten. Met geluid van de buitenruimte wordt meestal geen rekening gehouden. Bij de berekeningen voor geluid wordt vrijwel alleen rekening gehouden met het geluid op de gevel van de woning. Dit is de juridische realiteit, maar niet de weerbarstige praktijk die chaotisch is en waar van alles door elkaar loopt. Betrek dus ook geluid van de buitenruimte bij de berekeningen en het ontwerp. Die afweging kan gemaakt worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening, en straks bij de toedeling van functies onder de Omgevingswet.

In deze uitspraak van de Afdeling van 8 december 2021 (geluid bedrijfsactiviteiten) komt ook deze problematiek in grote lijnen aan de orde in r.o. 4 en verder. Het gaat hier om een transformatie van een bedrijventerrein naar een gemengd gebied met woningen en ruimte voor werken, leren en recreatie. In deze uitspraak is in het akoestisch onderzoek onvoldoende rekening gehouden met manouvrerende vrachtwagens bij laad- en losactiviteiten bij bestaande bedrijvigheid.

Schakel De Omgevingsjurist in voor kansenkaarten voor transformatie! Op basis van de juridische én praktische realiteit geven we in 1 oogopslag weer welke mogelijkheden er zijn en waar u rekening mee moet houden. In woord en beeld. Bel 010 – 307 2273 voor meer informatie of vul onderstaand formulier in.

Neem contact op

  • Dit veld is voor validatie doeleinden en moet ongewijzigd blijven.

 

 

Noodzaak agrarische bedrijfswoning steeds lastiger aan te tonen

Noodzaak agrarische bedrijfswoning steeds lastiger aan te tonennoodzaak agrarische bedrijfswoning

Als agrariër is het prettig om bij het bedrijf te wonen, dat geldt helemaal voor veeteelt. Toch wordt dat vaak niet begrepen door mensen van buiten de agrarische sector. Je kunt als boer toch ook in het dichtstbijzijnde dorp wonen? Met camera’s en videobeelden, zo wordt geredeneerd, kan voldoende toezicht worden gehouden. In het geldende bestemmingsplan is in dit geval de volgende definitie opgenomen van bedrijfswoning: “een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, van wie huisvesting daar gelet op de bestemming of gebouw daar noodzakelijk is.” Er bestaan ook varianten hierop, maar de gemene deler is het aantonen van de noodzaak. Uit deze uitspraak kan ook de conclusie worden getrokken hoe belangrijk het is een deskundige in te schakelen om de noodzaak te onderbouwen. Geloofwaardigheid en kennis van de betreffende sector is hierbij essentieel. Hiermee kan het verschil worden gemaakt. Belangrijk is bij het onderbouwen een adviseur te kiezen die op de hoogte is van de feitelijke bedrijfsvoering in de betreffende sector. Daarnaast heeft u iemand nodig die in juridische opzicht kan onderbouwen. Daar zit een verschil tussen. De combinatie maakt de onderbouwing sterker en overtuigender. Bezuinig daar niet op!

Om dit te beoordelen schakelen gemeenten vaak een agrarische adviescommissie in. Deze adviezen worden nagenoeg altijd opgevolgd door de gemeente. In dit geval heeft de gemeente geen commissie geraadpleegd maar de aanvraag zonder een dergelijk advies afgewezen. Het gaat hier om een bedrijf dat chrysanten teelt. De Afdeling redeneert als volgt: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (…) is voor de vraag naar de noodzaak van een bedrijfswoning van belang of de bedrijfsprocessen ter plaatse zoveel tijd en aandacht op eisen, dat op grond daarvan een redelijk belang om op het perceel te wonen aanwezig moet worden geacht. Het is aan de aanvrager om aannemelijk te maken dat dat belang bestaat. (…) Hoewel op de zitting duidelijk is geworden dat appellant veel tijd en aandacht besteedt aan haar bedrijf, heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat het wonen op het perceel noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering van het bedrijf. Het college heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat het bedrijfsproces (…) dat onder meer bestaat uit het rooien en kweken van bollen en het sorteren en het verpakken van de bollen voor de verkoop en de verkoop van de bollen zelf, niet vereist dat appellant constant aanwezig is of toezicht moet houden op dat proces. Het college heeft hierbij kunnen meewegen dat appellant feitelijk voor de bedrijfsvoering ook niet constant op het perceel aanwezig is. Zo maakt appellant voor de teelt onder meer gebruik van andere teeltlocaties en verkoopt zij de bollen op verschillende locaties, waarvoor zij ook tussen verschillende locaties heen en weer moet rijden. Lees verder in r.o. 4.2. (noodzaak agrarische bedrijfswoning, ABRS 27 oktober 2021, no. 202005952/1/R1.

Huisvesting arbeidsmigranten niet zo maar afwijzen

Huisvesting arbeidsmigranten niet zo maar afwijzenhuisvesting arbeidsmigranten

De behoefte aan huisvesting voor arbeidsmigranten is nog steeds erg groot. Aanvragen roepen vaak veel weerstand op bij mensen. Voor woonwijken, maar ook bedrijventerreinen. Toch zullen de tomaten in de kassen geplukt moeten worden en de appels en peren in boomgaarden. Zonder de inzet van arbeidsmigranten gaat het niet. Dat is de alledaagse praktijk voor veel tuinders en kwekers. Voor gemeenten is dit geen gemakkelijke opgave. Wat zijn geschikte locaties? Lokale politici willen aan de ene kant ondernemers tevreden stellen en aan de andere kant tegemoet komen aan de bezwaren van inwoners. Weigeren van verzoeken kan, maar wel met ruimtelijk relevante argumenten en onderbouwing.

Dat een gemeente niet altijd wegkomt met een weigering laat de uitspraak van 20 oktober 2021 van de Raad van State (huisvesting arbeidsmigranten) zien.

De raad van Westland heeft een herziening doorgevoerd voor een bestemmingsplan dat met name grootschalige bedrijvigheid toelaat. Volgens de raad is de herziening noodzakelijk omdat is gebleken dat de regels voor horecabedrijven in het bestemmingsplan dermate ruim geïnterpreteerd kunnen worden, dat er onbedoelde planologische ruimte wordt geboden voor gebouwen voor nachtverblijf voor arbeidsmigranten. Appellant wil op de door hem gekochte grond huisvesting voor arbeidsmigranten realiseren. Hij voert aan dat ten tijde van de koop het bestemmingsplan dit mogelijk maakte. Hij heeft bij de gemeente een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor de bouw van 150 units voor 300 arbeidsmigranten. Volgens appellant past de gemeente – vrij vertaald – vertragende tactieken toe om uiteindelijk het verzoek te weigeren. Appellant voert verder aan dat aan het vervallen van de mogelijkheid van logiesvoorzieningen voor arbeidsmigranten geen voldoende zwaarwegend ruimtelijk relevant motief ten grondslag ligt.

De Afdeling tikt de gemeente op de vingers: “(…) De Afdeling stelt vast dat de raad kort voor de vaststelling van het plan (…) wel een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven voor het verlenen van een buitenplanse omgevingsafwijkingsvergunning voor een logiesgebouw voor arbeidsmigranten aan NL Jobs onder het voorheen geldende plan. (…) Naar het oordeel van de Afdeling getuigt het bij het plan geheel uitsluiten van de logiesmogelijkheid voor arbeidsmigranten, terwijl de raad kort ervoor een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven voor een omgevingsafwijkingsvergunning voor een logiesgebouw voor arbeidsmigranten aan NL Jobs niet van consistentie. Lees meer in r.o. 12.3 (onderaan) van uitspraak ABRS 20 oktober 2021, no. 201904316/1/R3.

Heeft u als gemeente hulp nodig bij een aanvraag voor huisvesting van arbeidsmigranten? Bel 010 – 307 2273 of vul onderstaand formulier in.

Neem contact op

  • Dit veld is voor validatie doeleinden en moet ongewijzigd blijven.

Tempo circulaire economie moet fors omhoog!

Tempo circulaire economie moet fors omhoog!

Volgens het ministerie van IenW moet het tempo van de circulaire economie fors omhoog. Volgens een brief van 18 oktober 2021 gaan de grondstoffentrends niet de goede kant op. En inderdaad staan de prijzen onder grote druk en dreigt er schaarste. Volgens mij is er ook niemand tegen een circulaire economie. Alleen het tempo waarin de wijzigingen worden doorgevoerd is zorgelijk. Wie gaat dit allemaal betalen? Een volgend punt van zorg is het tempo dat steeds hoger wordt. Volgens mij zijn we op een punt beland waarin regeringen wereldwijd moeten herbezinnen en moeten nadenken. Nadenken vraagt reflectie en even terugtrekken. Even weg uit de waan van de dag. Even niet schreeuwen en reageren. Wat willen we nu eigenlijk? Welke kant moet het op? Wat gaat het kosten en wat levert het op? Dat laatste hoeft niet altijd financiële opbrengst te zijn. Waarom wordt er geen tijd genomen om een visie te maken? En naar elkaar te luisteren, ook al ben je het niet met elkaar eens, in plaats van cancelen.circulaire economie

Met name de agrarische sector krijgt te maken met de ene na de andere beleidswijziging. Deze kleinerende en directieve aanpak roept weerstand op. Op deze manier krijg je de agrarische sector niet mee. Boeren weten ook wel dat het anders moet, daar zijn ze vaak al mee bezig. Vanuit het Rijk wordt vaak een blik met experts opengetrokken en een programma opgezet die boeren wel even laten zien hoe het moet. Ja, vanuit de studeerkamer ziet dat er goed uit. Maar hoe breng je zoiets in de praktijk? Dat laatste is een stuk moeilijker en weerbarstiger. Dat vraagt geduld en begrip. En wie gaat de nieuwe aanpak betalen? Veel mensen hebben een te romantisch beeld van een boerderij. Het is keihard werken tegen veel te lage prijzen.

De Zoomsters die de hele dag achter een beeldscherm zitten en thuiswerken hebben werkelijk geen idee. Ze denken verantwoord bezig te zijn: aankopen doen bij een biologische winkel of markt, elektrisch rijden en oordelen maar over mensen die niet zo leven. Regelmatig jog ik door de wijk Feyenoord en denk ik, hoe gaan deze mensen die drie-hoog-achter wonen, de hoge energieprijzen betalen, de dure boodschappen (inflatie), etc. Een groot deel van deze mensen is aan het overleven en is helemaal niet bezig met de circulaire economie. Vooral ook tijdens de lockdowns had ik met ze te doen: zonder tuin met een gezin noodgedwongen binnenzitten, baan verliezen, kinderen die niet naar school konden en een MP die na de rellen maar riep dat het asocialen waren. Tenenkrommend! Wat dit met de circulaire economie te maken heeft? Nou eigenlijk alles. Vanuit de rijksoverheid worden er met grote haast allerlei veranderingen doorgevoerd zonder af te vragen hoe de bevolking ervoor staat. Een circulaire economie is geen elitaire bezigheid. Het vraagt visie voor een langere termijn, even pas op de plaats maken en communiceren met de bevolking.

Oprukkende woningbouw en bedrijven in de knel

Oprukkende woningbouw en bedrijven in de kneloprukkende woningbouw

In veel steden worden bestaande bedrijventerreinen getransformeerd naar hippe gemengde woon/werkgebieden of komen er door inbreiding woningen te dicht bij bedrijven te liggen. Door de krantenkoppen ‘Nederland moet 1 miljoen woningen bouwen‘ of ‘Woningbouw in de lift, maar tekorten blijven urgent‘ geldt de korte termijn en wordt er nauwelijks gekeken naar de belangen van bedrijven door de oprukkende woningbouw. Ondernemers voelen zich dan ook steeds meer beknot in hun bedrijfsvoering.

De opdracht lijkt: zoveel mogelijk woningen bouwen om te voldoen aan de politieke opdracht. Mijn advies: kijk verder dan alleen naar de juridische regels. Regels zijn een juridische werkelijkheid, maar die komt meestal niet overeen met de alledaagse praktijk en bedrijfsvoering van de ondernemer. Uit een recente uitspraak van de Raad van State wordt dit nog eens bevestigd.

Het bestemmingsplan in kwestie maakt een woning mogelijk nabij een kleine slachterij/slagerij. Dit bedrijf zit al tientallen jaren op deze locatie in een dorp. De gemoederen zijn zeer hoog opgelopen tussen de ondernemer en de gemeente. De ondernemer voert in beroep aan dat hij door de woning in zijn bedrijfsvoering wordt aangetast. Vanwege geur- en geluidsoverlast kan er geen sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woning. De Afdeling stelt hem in zijn gelijk en overweegt onder meer: “De raad heeft met deze werkwijze naar het oordeel van de Afdeling vanuit een bepaalde uitkomst wat geur betreft de maximaal vergunde situatie berekend. Daarmee heeft de raad een verkeerde volgorde gehanteerd.” Volgens de Afdeling moet eerst de representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden worden bepaald. Verder is ten onrechte niet de cumulatie van geluid onderzocht. Zie r.o. 4.2 van uitspraak ABRS 29 september 2021, no. 201909072/1/R3 voor een uitgebreide uiteenzetting.

De Afdeling tikt de gemeente verder op de vingers: “Voor zover de raad het standpunt inneemt dat appellant een nieuwe milieuvergunning zou moeten aanvragen waarin hogere normen voor het maximale geluidniveau kunnen worden opgenomen (…) is dit naar het oordeel van de Afdeling in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Ook in zoverre gaat de raad uit van een verkeerde volgorde. De raad moet uitgaan van het bestaande bedrijf dat een milieuvergunning heeft en een maatbestemming (…).”

Praktische tips voor de gemeente

  • Ga als gemeente niet eindeloos door – tot achter de komma – met het juridisch fijnslijpen van geur- en akoestische onderzoeken totdat er een gewenst resultaat is bereikt. Aan alle knoppen kan immers worden gedraaid. De situatie en weergave in de onderzoeken komt dan steeds verder af te staan van de praktijk: er is een juridische werkelijkheid en de werklijkheid van de dagelijkse praktijk. Die verschillen nogal.
  • Besef dat er een mens achter de ondernemer zit. De doorsnee ondernemer is trots op zijn zaak, emotioneel betrokken en wil helemaal niet procederen tegen de gemeente. Het kost veel geld en levert langdurige stress op. Besef dat de ondernemer en zijn gezin emotioneel zijn betrokken bij hun zaak. Het is hun brood. Door procederen gaat de deur steeds verder dicht en gaan de hakken in het zand.
  • Blijf met elkaar in gesprek, ook al wordt de toon emotioneel en onredelijk. Uiteraard zijn er grenzen maar met een kop koffie en gezamenlijk om de tafel ontstaat er van beide kanten meer begrip. Er wordt meer bereikt dan via digitale communicatie.
  • Is het nodig met 4 mensen van de gemeente aan te schuiven? Vaak meegemaakt dat de gemeente met teveel mensen aan tafel zit tegenover de ondernemer en adviseur. Het is intimiderend, mensen praten met meel in hun mond en zeggen weinig. De bedoeling is met elkaar in gesprek raken op een prettige manier. Voor een goed vervolg is dat cruciaal.
  • Zorg als gemeente dat je afspraken nakomt of zeg eenvoudig nee. Nee is ook een antwoord, ook al is dat niet het gewenste antwoord. Duidelijkheid is cruciaal. Draai er niet omheen.

Overvoerd door de lawine aan informatie over de Omgevingswet? De Omgevingswet komt eraan!

Bent u het overzicht inmiddels kwijt? De bestaande handreikingen geven maar weinig informatie hoe het praktisch aangepakt moet worden. Veel informatie is te abstract en weinig praktisch.

Wij (Marian en Brigit) hebben een eigen praktisch methode ontwikkeld om het omgevingsplan in te voeren bij de gemeente. We ontlasten met onze aanpak gemeentelijke RO-medewerkers.

Bel 010 – 307 2273 of mail naar marian@omgevingsplanonline.nl voor meer informatie over:

Daggemiddelde horecabezoekers in planregels onvoldoende rechtszeker

Daggemiddelde horecabezoekers in planregels onvoldoende rechtszeker

Het bestemmingsplan in kwestie maakt horeca mogelijk nabij een natuurgebied. De locatie betreft de toegangspoort tot het gebied en heeft verschillende functies zoals een klim- en educatiebos. Omwonenden betogen dat de beoogde kleinschaligheid onvoldoende is vastgelegd in de planregels. In het bestemmingsplan gaat het om de volgende planregel:

De voor Horeca aangewezen gronden zijn bestemd voor:

(…) ‘Klim- speel- en educatiebos met avonturenpad met een maximaal daggemiddelde van 50 bezoekers, bestaande uit maximaal twee klimparcoursen en één klimparcours in combinatie met een tokkelbaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding van ‘specifieke vorm van recreatie – klim- speel- en educatiebos met avonturenbos’. 

De Afdeling geeft het volgende aan: “Met deze planregels is beoogd de kleinschaligheid te borgen, maar daarin is de raad volgens hen niet geslaagd, omdat niet duidelijk is geregeld hoeveel bezoekers maximaal per dag het klim-, speel- en educatiebos gedurende de openingstijden kunnen bezoeken en hoeveel bezoekers daar op piekmomenten tegelijk mogen verblijven. (…) Naar het oordeel van de Afdeling zijn de artikelen (…) van de planregels ten aanzien van die maximalisatie echter onduidelijk en rechtsonzeker. In de beide planregels ontbreekt een maatstaf om te bepalen wat onder een daggemiddelde moet worden verstaan. Evenmin staat op grond van de planregels vast of het vermelde daggemiddelde voor de gronden met de bestemming ‘Horeca’ en ‘Natuur’ bij elkaar moeten worden opgeteld. Daarmee is niet duidelijk geregeld hoeveel bezoekers er maximaal binnen de bestemmingsvlakken ‘Horeca’ en ‘Natuur’ mogen verblijven. (…) Het betoog slaagt.” Zie uitspraak ABRS 29 september 2021, no. 202002507/1/R2. Daggemiddelde horecabezoekers


Noot MH: In praktische zin valt heel goed te begrijpen dat de gemeente gekozen heeft voor een daggemiddelde.De ene dag kan het erg druk zijn op de locatie en op andere dagen weer niet. De gemeente had echter op moeten nemen bij de definities wat onder daggemiddelde moet worden verstaan en of dit geldt voor beide bestemmingen samen of per bestemmingsvlak. Waarschijnlijk was het bestemmingsplan dan ten aanzien van dit punt in stand gebleven.

hoge geluidbelasting en omgevingsvergunning geweigerd

Hoge geluidbelasting en omgevingsvergunning geweigerd hoge geluidbelasting

‘Bouwen, bouwen en nog eens bouwen’ is het credo van veel gemeentebestuurders. Er moeten immers 1 miljoen woningen bijkomen. Vaak worden ten koste van alles vergunningen verleend. Ook voor woningen bij spoorwegen en bij andere locaties waar de geluidbelasting veel te hoog is. Door hogere waarden vast te stellen wordt er kunstmatig een hogere geluidbelasting toegestaan. Dit keer niet. Hulde voor de gemeente Nijmegen!

De gemeente heeft een nieuw bestemmingsplan vastgesteld. Ten opzichte van het eerder vastgestelde bestemmingsplan is de wijziging dat er binnen de bestemming Gemengd geen wonen meer is toegestaan. Een stichting was voornemens er 80 woningen te realiseren. Deze ziet zich nu geconfronteerd met een weigering omgevingsvergunning vanwege het gewijzigde bestemmingsplan.

Volgens de stichting heeft de raad onvoldoende gemotiveerd waarom er ter plaatse geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

De Afdeling overweegt als volgt: “In de plantoelichting heeft de raad (…) toegelicht dat er vanwege de ligging van de planlocatie sprake is van wegverkeerslawaai en industrielawaai. Industrielawaai wordt veroorzaakt door het gezoneeerde industrieterrein (…) dat zich aan de overzijde van de planlocatie bevindt. De planlocatie ligt binnen de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein. Als gevolg hiervan is de gevelbelasting van het pand dermate hoog dat de maximale grenswaarde voor industrielawaai op drie gevels wordt overschreden. Het vaststellen van hogere waarden is daardoor niet mogelijk, tenzij een overdrachtsmaatregel wordt getroffen waardoor de geluidbelasting aan de gevel dusdanig is dat wordt voldaan aan de voorkeurswaarden dan wel dat hogere waarden kunnen worden vastgesteld. Ook de voorkeurswaarde voor wegverkeerslawaai wordt ruim overschreden. Realisatie van een woonvorm is alleen mogelijk als hogere waarden worden vastgesteld of als er een overdrachts-onderbrekende voorziening wordt toegepast. Ter hoogte van de planlocatie is tevens sprake van cumulatie van genoemde zoneringsplichtige geluidbronnen wegverkeerslawaai en industrielawaai. Deze redenen zorgen ervoor dat wonen op de planlocatie in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, aldus de raad.” Lees meer in r.o. 5 van uitspraak ABRS 11 augustus 202002555/1/R4. (hoge geluidbelasting)

Reken- en meetvoorschrift geluid comfortbox woningen

Reken- en meetvoorschrift geluid en comfortbox woningenreken- en meetvoorschrift

Een voormalige kantoorgebouw wordt getransformeerd naar 80 woningen. Het bouwplan voorziet tevens in een zogeheten comfortbox in elke woning. De comfortbox is een kast waar via een rooster aan de buitenkant van de gevel en een te openen raam in de woning lucht van buiten via een tussenruimte in de comfortbox naar binnen kan en lucht van binnen naar buiten. Het rooster en het geluidsabsorberend materiaal in de comfortbox moeten ervoor zorgen dat wordt voldaan aan de voorkeurswaarden van de Wet geluidhinder. Het gaat in deze zaak om of het bouwplan voldoet aan de voorkeurswaarden van de Wet geluidhinder. Moet hierbij gekeken worden naar de gemiddelde geluidsbelasting of naar de hoogste geluidsbelasting op het gevelvlak met het raam in de comfortbox?

De Afdeling overweegt als volgt: “(…) De artikelen 44 en 82, eerste lid van de Wet geluidhinder bevatten voorkeurswaarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel van woningen. In artikel 2.2, tweede lid van het Reken- en meetvoorschrift staat dat indien de vaststelling van de geluidsbelasting in dB(A) vanwege een industrieterrein plaatsvindt ten behoeve van de vaststelling van de geluidsbelasting van de gevel van woningen, het immissiepunt zich op het punt van de gevel bevindt waar de hoogste geluidsbelasting optreedt. Gelet op de tekst van deze artikelen is het college er terecht vanuit gegaan dat niet moet worden gekeken naar de gemiddelde geluidsbelasting op het gevelvlak met het te openen raam. Dit wordt naar het oordeel van de Afdeling bevestigd door de toelichting van artikel 2.2 van het Reken- en meetvoorschrift (…). Daarin staat dat in het algemeen een hoogte van 5 m boven het maaiveld wordt aangehouden. Het equivalent geluidsniveau wordt echter op een andere hoogte bepaald, indien redelijkerwijs mag worden verwacht dat op die andere hoogte de geluidsbelasting hoger is dan de geluidsbelasting op 5 m boven maaiveld (…). Er moet daarom ook (…) worden gekeken naar het punt waar de geluidsbelasting het hoogst is.” Lees meer in r.o. 6.3 van uitspraak ABRS 11 augustus 2021, no. 202001449/1/R4.

Omgevingswet

Het Reken- en meetvoorschrift 2012 gaat op in de Omgevingsregeling.

Carillon geluid is onversterkte muziek Activiteitenbesluit

Carillon geluid is onversterkte muziek inzake Activiteitenbesluitcarillon muziek

Carillon geluid blijft de gemoederen bezig houden. Omwonenden ervaren vaak geluidsoverlast van het klokkenspel in een toren in de stad. Het geluid van de bronzen klokken wordt kortom niet altijd op prijs gesteld. In deze zaak heeft een bewoner een verzoek om handhaving ingediend bij de gemeente vanwege strijd met artikel 2.18, eerste lid Activiteitenbesluit milieubeheer. De gemeente heeft dit verzoek afgewezen. Volgens de gemeente is er geen sprake van strijd met het voornoemde artikel van het Activiteitenbesluit.

De rechtbank Den Haag overweegt als volgt: “De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat het geluid van het carillon niet als muziek kan worden aangemerkt. In het Activiteitenbesluit noch in daaraan gerelateerde regelgeving is gedefinieerd wat onder muziek moet worden verstaan. De door eiser vermelde Nota van Toelichting geeft evenmin een definitie. Het betoog dat uit deze toelichting volgt dat enkel van muziek sprake is indien dat direct door een mens wordt gemaakt, slaagt niet. Dat in de Nota van Toelichting een fanfarekorps als voorbeeld wordt genoemd waarop de uitzondering uit artikel 2.18, eerste lid, onderdeel f, van het Activiteitenbesluit van toepassing is, maakt niet dat de wetgever zonder meer alleen door de mens gemaakte onversterkte muziek op het oog heeft gehad. De rechtbank ziet daarom aanleiding om aan te sluiten bij het algemeen taalgebruik. Volgens ‘Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal’ wordt verstaan onder muziek: ‘het kunstzinnig ordenen van klanken’. Nu niet in geschil is dat bij de mechanische aandrijving het carillon melodieën speelt, is de rechtbank van oordeel dat het geluid van het carillon als muziek kan worden gekwalificeerd. De rechtbank volgt eiser dan ook niet in zijn stelling dat het geluid van het carillon wordt versterkt. De rechtbank overweegt dat de Afdeling (…) al heeft overwogen dat carillonmuziek onversterkte muziek is als bedoeld in artikel 2.18 (…) van het Activiteitenbesluit. Lees meer in r.o. 2.4 van uitspraak Rb Den Haag, 31 mei 2021, JnB 2021, 658. Carillon geluid.

Hoe is onversterkte muziek geregeld onder de Omgevingswet?

  • artikel 22.70 Bruidsschat (tijdelijk deel omgevingsplan)

Dit artikel is overgekomen uit het Activiteitenbesluit en wordt gedecentraliseerd naar de gemeente. Gemeenten hebben nu meestal een artikel over onversterkte muziek opgenomen in de APV in artikel 4:5. De gemeente kan er voor kiezen om onversterkte muziek op te nemen in het definitieve omgevingsplan in meer maatwerk.

Laat een verordeningenscan uitvoeren door OmgevingsplanOnline! Meer weten? Bel 010 – 307 22 73 of vul onderstaand formulier in. We nemen dan contact met u op. Let op! Alleen voor gemeenten.

Neem contact op

  • Dit veld is voor validatie doeleinden en moet ongewijzigd blijven.