deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Endotoxinen als weigeringsgrond omgevingsvergunning

Endotoxinen als weigeringsgrond omgevingsvergunning

Het komt niet vaak voor dat een gemeente een besluit weigert vanwege gezondheidsmotieven. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het aspect gezondheid een mee te wegen belang: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (…) is het effect dat nabij gelegen veehouderijen op de volksgezondheid kan hebben een mee te wegen belang bij de vaststelling van een bestemmingsplan. De raad dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening te onderzoeken of een plan niet zulke risico’s voor de volksgezondheid meebrengt dat het woon- en leefklimaat niet onaanvaardbaar verslechtert.”

endotoxinen

In dit geval heeft de raad een zogeheten ‘veegplan’ voor het buitengebied vastgesteld. Appellant acht het onterecht dat de raad zijn eerder ingediende uitbreidingsplannen voor zijn pluimveehouderij niet heeft meegenomen in het bestemmingsplan. Ook de door hem verzochte vergroting van het bouwvlak is niet meegenomen. De gemeente heeft deze aanvragen om omgevingsvergunning eerder geweigerd.

Volgens de Afdeling is niet met een eenduidige wettelijke regeling bepaald op welke wijze bestuursorganen de mogelijke gevolgen van de emissie van endotoxinen bij veehouderijen in hun besluitvorming moeten betrekken. Het is aan het bestuursorgaan om bij het besluit over vergunningverlening te bepalen welke maatregelen (…) in het kader van de bescherming van het milieu nodig zijn, waarbij het bestuursorgaan beoordelingsruimte heeft. (…) Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad ter voorkoming van een situatie waarin risico’s voor de gezondheid van omwonenden onstaan, in dit geval in redelijkheid kunnen verwijzen naar het endotoxinekader. Lees meer in r.o. 5.3 van uitspraak ABRS 20 mei 2020, no. 201804487/1/R2.

Bel voor meer informatie 010 – 268 0689.

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Afstanden spuitzonering bepalen

Afstanden spuitzonering bepalen – hoe?

In veel onderbouwingen in bestemmingsplannen wordt ten onrechte uitgegaan van het bouwvlak van de woning tot aan de grens van de bomen. De grondslag hiervoor wordt vaak gelegd in de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. De VNG-brochure is echter niet van toepassing op open teelten. Die kunt u dus niet gebruiken bij het gebruiken van afstanden bij spuitzonering!

afstanden spuitzonering

Allereerst is het belangrijk uit te gaan van de uiterste grenzen van de bestemmingsvlakken. Bij een woning is dat of de bestemming ‘Tuin’ of de bestemming ‘Wonen’. In elk geval dient de tuin meegerekend te worden. Een tuin is een gevoelige bestemming bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Denk hierbij niet al te theoretisch en denk logisch na. Drift kan namelijk ook in tuinen terecht komen waar bijvoorbeeld mensen buiten zitten of kleine kinderen in het gras spelen. Uiteraard kan de mate en intensiteit van drift nogal verschillend zijn. Belangrijk is te beseffen dat geen enkele siuatie maatgevend is. Om die reden is het belangrijk uit te gaan van worstcase scenario’s.

Verder dient er bij het meten te worden uitgegaan van de uiterste grens van het agrarische bestemmingsvlak. Hoewel vaak een spuitvrije zone van zo’n 3 meter in acht wordt genomen door telers bij een boomgaard, bijvoorbeeld vanaf een watertoevoerende sloot, dient te worden uitgegaan van de juridisch-planologische situatie. Meestal staat die bomen toe tot aan de perceelsgrens, spuitvrije zones zijn meestal niet planologisch vastgelegd. Het is dan ook beter om uit te gaan van een worstcase scenario.

Bel voor meer informatie of advies over spuitzonering: 010 – 268 0689

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Gezondheid geitenhouderij en uitbreiding bouwvlak

Gezondheid geitenhouderij en uitbreiding bouwvlak

Het college van B&W heeft geweigerd mee te werken aan een wijziging van het bestemmingsplan voor een uitbreiding van een geitenhouderij. Het gaat in dit geval om een wijziging van het bestaande bouwvlak met toepassing van een wijzigingsbevoegdheid in het geldende bestemmingsplan. Het gaat om 3 bestaande sleufsilo’s die in het verleden illegaal zijn geplaatst.

Het college heeft aan de weigering ten grondslag gelegd dat zolang gezondheidsrisico’s van geitenhouderijen niet kunnen worden ingeschat, niet kan worden gesteld dat de gevraagde wijziging van het bouwvlak niet leidt tot een onevenredige aantasting van in de omgeving aanwezige functies en waarden en/of belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. Dit laatste is een van de wijzigingsvoorwaarden zoals opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid. Daarbij heeft het college ook het uitgangspunt in acht genomen van de Omgevingsverordening Gelderland om de legale en feitelijke situatie bij geitenhouderij te bevriezen. De stelling van appellant dat de opslag van ruwvoer op zich niet leidt tot gezondheidsrisico’s doet hieraan volgens het college niet af.

De Afdeling overweegt als volgt: “De Afdeling overweegt dat het college onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt waarom het meent dat gezondheidsrisico’s als gevolg van de bouw van 3 silo’s op het perceel op voorhand niet kunnen worden uitgesloten. Appellant stelt terecht dat het college niet kan volstaan met een verwijzing naar het standpunt van de raad (…) als weergegeven in uitspraak (…) over een ander plan/project. Reden hiervoor is dat de onzekere gezondheidsrisico’s voor omwonenden in die uitspraak door de raad werden gekoppeld aan de vestiging van, de uitbreiding van, dan wel de omschakeling naar en een toename van de oppervlakte van dierenverblijven van geitenhouderijen. (…) In dit geval is de wens om het bouwvlak te wijzigen echter uitsluitend ingegeven door de wens 3 bestaande silo’s te legaliseren. Met de bouw van silo’s vindt de facto geen uitbreiding/wijziging van het oppervlak van een dierenverblijf bij een geitenhouderij plaats. (…). Lees meer in uitspraak ABRS 1 april 2020, no. 2019033/1/R1. (gezondheid geitenhouderij)

gezondheid geitenhouderij

Meer weten over gezondheid in het bestemmingsplan?

Bel 010 – 268 0689 of mail.

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

spuitvrije zones instellen kan gewoon

Spuitvrije zones instellen kan gewoonspuitvrije zones

Onlangs zijn er moties ingediend door kamerleden over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de nabijheid van woningen. Het is een veelbesproken onderwerp waar de nodige bezorgdheid over ontstaan is. Op zich is dat goed te begrijpen, al is het erg jammer dat de nuchtere blik over dit onderwerp ontbreekt.

In de moties is verzocht om verplichte instelling van spuitvrije zones voor agrarische percelen die dichtbij woningen liggen en om dit bij voorkeur via wetgeving te regelen. In deze zones mogen dan geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden. De minister heeft hierbij ook juridisch onderzoek naar laten doen of er middels wetgeving spuitvrije zones verplicht gesteld kunnen worden. Zie hiervoor bijgaande brief.

Vreemd genoeg wordt er nooit gekeken naar het instrument bestemmingsplan. Via een bestemmingsplan – en straks het Omgevingsplan – bestaan er mogelijkheden om spuitvrije zones in te stellen op agrarisch percelen die in de omgeving liggen van woningen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan namelijk ook het aspect gezondheid meegewogen worden. In de aankomende Omgevingswet is gezondheid zelfs expliciet opgenomen als belang in het kader van de fysieke leefomgeving. Via maatwerk kunnen in een bestemmingsplan spuitvrije zones worden opgenomen. Uiteraard dient dit in goed overleg met agrariërs te gebeuren.

Behalve het instellen van zones is het nog belangrijker om agrariërs ook ruimte te geven voor het verbouwen van gewassen en in boomgaarden. Steeds vaker worden namelijk woningen door gemeenten toegestaan bij agrarische percelen. Bijvoorbeeld voormalige agrarische locaties die in planologisch opzicht worden omgezet in woonpercelen. Ja, het is logisch dat er dan meer klachten komen over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Met nieuwe bewoners komen vaak de problemen. Het wonen bij boomgaarden is vaak toch minder romantisch dan gedacht.

Hoewel het hier te ver gaat om op detailniveau in te gaan op de mogelijkheden van spuitvrije zones, is het dus helemaal niet nodig om dit via wetgeving te regelen. De juridische instrumenten bestaan al, alleen nog toepassen!

Meer weten over het instellen van spuitvrije zones? Bel 010 – 268 0689.

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Gezondheid in bestemmingsplan telt niet mee

Gezondheid in bestemmingsplan telt niet meegezondheid in bestemmingsplan

Gezondheid is belangrijk voor een mens, zo niet het allerbelangrijkste. Zonder een goede gezondheid kunnen we niet goed functioneren en beleven we alles anders. Bij ruimtelijke planvorming, zoals bij een bestemmingsplan, is gezondheid echter een ondergeschoven kindje. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient het aspect gezondheid te worden meegenomen in de besluitvorming. In de praktijk verdwijnt dit belang echter naar de achtergrond. Het kan niet op boksen tegen bijvoorbeeld financiële belangen. Ook is het erg lastig om in juridische procedures aan te tonen dat het aspect gezondheid in het geding komt. In de praktijk van de ruimtelijke ordening is het voldoen aan een bepaalde grenswaarde, zoals bij geluid namelijk voldoende. Verder wordt er niet naar gekeken. In de praktijk weegt naar mijn mening het financiële belang het zwaarst. Ook de blik op de korte termijn overheerst.

In een uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019, no. 201709213/1/R3 komt het aspect gezondheid aan de orde bij de vaststelling van een wijzigingsplan. Dit plan is opgesteld voor de bouw van een stal voor een pluimveebedrijf. Appellanten vrezen voor hun gezondheid vanwege de uitbreiding van het pluimveebedrijf. Zij wijzen op de gevolgen van fijn stof en ammoniak. Volgens hen komt de stal op ongeveer 160 meter van hun woning te staan. Ze hebben een aantal wetenschappelijke rapporten overlegd om het gezondheidsgevaar aan te tonen.

De Afdeling overweegt het volgende: “(…) het effect dat nabij gelegen veehouderijen kunnen hebben op de volksgezondheid is een mee te wegen belang bij een bestemmingsplan. De raad dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening te onderzoeken of een plan zulke risico’s voor de volksgezondheid meebrengt dat het woon- en leefklimaat daarmee onaanvaardbaar verslechtert. Zoals overwogen onder 3 wordt bij een wijzigingsplan (…) in beginsel uitgegaan van de planologische aanvaardbaarheid van de ontwikkelingen die (…). Lees meer in r.o. 10.1 van voornoemde uitspraak.

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

beroep gezondheidsrisico antennemast zinloos

Beroep gezondheidsrisico antennemast is zinloosberoep antennemast

Een niet echt bemoedigende titel! Toch geeft dit op dit moment wel de juridische realiteit weer over (hoger) beroep inzake gezondheidsrisico’s van de plaatsing van antennemasten. U zult dus met iets beters moeten komen voor een geslaagd (hoger) beroep!

Wat was er aan de hand? 

Het college van B&W had een omgevingsvergunning verleend voor onder meer de plaatsing van een antennemast voor mobiele telefonie. De betreffende antennemast is een vrijstaande stalen vakwerkconstructie met een hoogte van 39,90 m. Het bouwwerk is in strijd met het geldende bestemmingsplan.

Appellanten betogen onder meer dat het college uit voorzorg had moeten afzien van de verlening van de omgevingsvergunning vanwege gezondheidsrisico’s. Zij verwijzen daarbij naar de EU-resolutie van 2 april 2009 (…) waaruit volgt dat nog veel onduidelijkheid bestaat over de gezondheidsrisico’s en de veiligheid met betrekking tot blootstelling van mensen aan elektromagnetische velden.

De Afdeling overweegtDe rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het college niet gehouden was  de gevraagde omgevingsvergunning uit voorzorg te weigeren vanwege het onvoldoende bestaan van inzicht in de gezondheidsrisico’s. De rechtbank heeft daarbij terecht gewezen naar de uitspraken van (…), waarin de Afdeling heeft overwogen dat de Gezondheidsraad in het rapport ‘Elektromagnetische velden, jaarbericht 2008’ van maart 2009 heeft vermeld dat volgens de Commissie Elektromagnetische velden er geen aanwijzingen zijn dat blootstelling aan radiofrequente velden in de woonomgeving leidt tot gezondheidsproblemen. 

In de uitspraak (…) is voorts een door de Stichting (…) opgesteld deskundigenbericht genoemd. In dat deskundigenbericht is vermeld dat uit wereldwijde onderzoeken naar de effecten van radiofrequente elektromagnetische velden blijkt dat radiofrequente elektromagnetische velden een nadelig gezondheidseffect kunnen hebben. Lees verder in r.o. 14.1 van uitspraak ABRS 5 december 2018, no. 201801062/1/A1.  [beroep gezondheidsrisico]

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Gezondheid intensieve veehouderij en juridische werkelijkheid

Gezondheid intensieve veehouderij en juridische werkelijkheidgezondheid intensieve veehouderij

In een nieuw bestemmingsplan voor het buitengebied is een mogelijkheid opgenomen om vergroting van de oppervlakte van de agrarische gebouwen. Dit is geregeld via een afwijkingsmogelijkheid in het bestemmingsplan.

Hierbij is rekening gehouden met de zogeheten ‘stalderingsregeling’ van de provincie Noord-Brabant. Deze stalderingsregeling houdt kortweg in dat binnen een in de Verordening ruimte aangeduid stalderingsgebied de toename van de oppervlakte dierenverblijf van een hokdierhouderij binnen een bouwperceel uitsluitend wordt toegestaan als elders in dat gebied de oppervlakte dierenverblijf van een hokdierhouderij is afgenomen met tenminste 110%.

Hoewel er in de uitspraak ook interessante overwegingen zijn opgenomen over de stalderingsregeling, neem ik hier alleen de overwegingen over gezondheid intensieve veehouderij en woon- en leefklimaat over. Volgens appellanten 1 en 2 leidt het plan tot een onaanvaardbare aantasting van hun woon- en leefklimaat. Het bestemmingsplan maakt namelijk de uitbreiding van een intensieve veehouderij mogelijk. Wat betreft de bouwmogelijkheden die bij recht zijn opgenomen in het bestemmingsplan, is de gemeente van mening dat deze niet leiden tot een aantasting van het woon- en leefklimaat van de bewoners. Bij de toets van de aanvraag om omgevingsvergunning voor de bouwaanvraag bleek namelijk dat aan de gestelde normen voor geur, ammoniak en fijn stof kan worden voldaan. De Afdeling volgt de gemeente hierin.

Appellanten sub 3 en 4 stellen dat het plan zal leiden tot een verdere verslechtering van het leefklimaat in de omgeving van het plangebied. Uit recente onderzoeken van het RIVM en de GGD volgt dat er een verband bestaat tussen gezondheidseffecten en woonafstanden tot intensieve veehouderijen. De GGD adviseert om binnen 250 meter van intensieve veehouderen geen nieuwbouw te realiseren en voor bouwplannen tussen de 250 en 1000 m een aanvullende risicobeoordeling uit te voeren. Eén van de appellanten kampt met ernstige luchtwegproblemen en vreest voor een verdere achteruitgang van zijn gezondheid als van de planologische ontwikkelingsmogelijkheden gebruik wordt gemaakt. Hij heeft een verklaring van zijn huisarts overgelegd.

Volgens de gemeente bevatten de planregels voldoende waarborgen om onaanvaardbare effecten op de volksgezondheid te voorkomen.

De Afdeling overweegt als volgt: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (…) is het effect dat nabij gelegen veehouderen op de volksgezondheid kunnen hebben een mee te wegen belang bij de vaststelling van een bestemmingsplan. De raad dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening te onderzoeken of een plan niet zodanige risico’s voor de volksgezondheid meebrengt dat het woon- en leefklimaat onaanvaardbaar verslechtert. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (…) vindt de bestrijding van besmettelijke dierziekten zijn regeling primair in andere regelgeving. Voorts kunnen aan omgevingsvergunningen voorschriften worden verbonden om de gevolgen voor de volksgezondheid te voorkomen dan wel te beperken. Uit het voorgaande volgt dat de Wro in dit kader een aanvullend karakter heeft. (…)

Voor zover appellanten stellen dat, gelet op de adviesafstanden van de GGD, in het plan verdergaande beperkingen moeten worden opgelegd aan de ontwikkelingsmogelijkheden van de intensieve veehouderij heeft de raad daarvoor in redelijkheid geen aanleiding hoeven te zien. Uit het door appellanten genoemde advies van de GGD (…) volgt niet dat een uitbreiding van een intensieve veehouderij vanuit het oogpunt van volksgezondheid moet worden verboden binnen een bepaalde afstand tot een woning. De keuze van de raad om bij gebreke van algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten over de gezondheidsrisico’s van intensieve veehouderijen de adviesafstand van de GGD niet over te nemen is niet onredelijk. Dat binnen de gemeente (…) een groot aantal intensieve veehouderijen is gevestigd en dat maatschappelijke onrust is ontstaan over de gevolgen daarvan op de volksgezondheid, biedt op zichzelf (…) onvoldoende grond voor een verdergaande beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden van de intensieve veehouderij. (…). Zie verder uitspraak ABRS 7 november 2018, no. 201605590/2/R2.

Noot MH: Tot nu toe valt er nog weinig te halen bij de Raad van State als het gaat om gezondheid en woon- en leefklimaat bij woningen die nabij intensieve veehouderijen liggen. Nog steeds wordt dezelfde standaardoverweging aangehaald: ‘bij gebreke van algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten, etc.‘ Dit moet erg frustrerend zijn voor individuele patiënten die met klachten kampen van de luchtwegen. Dit is helaas de juridische werkelijkheid die nogal eens afwijkt van de ‘normale’ werkelijkheid. [gezondheid intensieve veehouderij]

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Gezondheidsverkenning omwonenden landbouwpercelen RIVM

Gezondheidsverkenning omwonenden landbouwpercelen RIVM: weinig nieuws onder de zon

De laatste tijd staat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op open teelten in een grote publieke belangstelling. Er is ongerustheid over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de effecten hiervan op de gezondheid van met name omwonenden. Via social media en krantenberichten worden paniekerige berichten geplaatst die zorgen voor de onnodige onrust. Ook lokale politici laten zich leiden door dergelijke berichten zonder eens goed de onderliggende publicaties te lezen. Eén van de publicaties die in juli 2018 is verschenen is een publicatie van het RIVM ‘Gezondheidsverkenning omwonenden van landbouwpercelen’. gezondheidsverkenning omwonenden

Hoewel ik een zeer groot voorstander ben van (uitgebreid) onderzoek naar de effecten van deze middelen op de gezondheid is het naar mijn mening net zo belangrijk om ook eens naar de oorzaken te kijken waarom mensen hiervan hinder zeggen te ondervinden. In onze adviespraktijk gebeurt het regelmatig dat er particulieren aankloppen die graag een voormalige agrarische bedrijfswoning willen kopen op het platteland. Ik adviseer vrijwel altijd de locatie niet te kopen en informeer hen over de risico’s. De woning is relatief goedkoop en is om die reden aantrekkelijk voor veel mensen. Enthousist als ze zijn wordt er meestal niet verder gekeken dan hun neus lang is en gaan ze vervolgens dichtbij bijv. fruitteeltlocaties wonen. Naar mijn mening moeten gemeenten hier niet langer aan meewerken. Dat wil zeggen dat er eerst eens goed wordt gekeken naar de afstand van de tuin van de woning tot de grens van het agrarische perceel. Het uitoefenen van agrarische activiteiten – behalve het bespuiten van open teelten, geldt dit evenzeer voor oogsten, ploegen, etc. – staat meestal op gespannen voet met een goed of aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het begint hier! Bepaal vooraf eens wat een acceptabele afstand is. Besef dat agrariërs in het buitengebied ervoor zorgen dat er voldoende voedsel is en dat de voedselvoorziening in de supermarkt niet zo maar tot stand komt. De verwende consument wil nu eenmaal geen appels die er niet glimmend uitzien of die plekjes vertonen. Dit geldt evenzeer voor de aardappelteelt of andere open teelten.

Als mensen eenmaal in de plattelandswoning wonen gaan ze klagen over de bespuitingen over de gewassen of over stof dat in de tuin terechtkomt. Deze aspecten worden vaak onderschat bij gemeenten. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning of het vaststellen van een bestemmingsplan voor een nieuwe gevoelige functie nabij open teelten kunnen deze aspecten worden meegewogen in de besluitvorming in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Op deze manier kan voorkomen worden dat nieuwe bewoners te dichtbij agrarische percelen gaan wonen.

De voorlopige conclusie van het RIVM is trouwens dat er over het algemeen geen duidelijke verbanden bestaan tussen gezondheid en de nabijheid van landbouwpercelen. Wel verdienen sommige aspecten nader onderzoek. Lees het onderzoek naar de gezondheidsverkenning omwonenden hier.

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

windsingel boomgaarden borgen in planregels bestemmingsplan

Windsingel boomgaarden borgen in planregels bestemmingsplanwindsingel fruitboomgaarden

De casus in deze uitspraak heeft geen betrekking op een ontwikkeling bij een boomgaard, maar wel op de borging van een windsingel in de regels van een bestemmingsplan. Dat laatste is erg belangrijk. In dit bestemmingsplan wordt de uitbreiding van een kampeerterrein mogelijk gemaakt. De bewoners van nabij gelegen woningen vrezen dat de uitbreiding gevolgen voor hun woon- en leefklimaat zal hebben.

Omschrijving windsingel boomgaarden – haag is niet direct hoog

Volgens hen is ten onrechte de aard van de aan te brengen beplanting slechts omschreven als een reguliere windsingel voor fruitboomgaarden. Het begrip windsingel is onvoldoende gedefinieerd en bovendien is een dergelijke singel niet groenblijvend. Volgens hen is daarnaast de locatie daarvan te onbepaald en is een dergelijke singel ongeschikt om op een grondwal te plaatsen. Ook zal het lang duren voordat er een hogere begroeiing ontstaat.

Door de gemeente is uiteengezet dat voorheen ter plaatse een windsingel aanwezig was. Deze windsingel is gerooid en vervangen door een grondwal met beplanting. Om toch een afdoende bescherming te verkrijgen bij de woning van appellant is gekozen voor het voorschrijven van een reguliere windsingel voor fruitboomgaarden. Het is de bedoeling volgens de gemeente dat beplanting met een hoogte van 3 meter wordt gepoot met een gemiddelde groeisnelheid van 1 m per jaar en een maximumhoogte van 8 meter. Het direct aanplanten van bomenn met een hoogte van bijv. 6 meter geeft aanzienlijk minder garantie voor een afscherming die duurzaam is, omdat uit ervaring is gebleken dat het langer duurt voordat bomen van die grootte daadwerkelijk tot wasdom komen. Deze regeling is gericht op het terugbrengen van de oorspronkelijke situatie ter plaatse.

De Afdeling oordeelt dat met de in de raadsvoordracht gegeven beschrijving afdoende verslag is gedaan van de bevindingen uit het onderzoek naar de mogelijke afscherming van het perceel van appellant. Lees meer in r.o. 11.1 van uitspraak ABRS 21 maart 2018, no. 201608879/1/R2.

Bel voor juridische borging van groen in planregels 010 – 268 0689. Of lees meer over dit onderwerp.

 

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

driftreductie gewasbeschermingsmiddelen open teelten 75% per 1 januari 2018

Driftreductie gewasbeschermingsmiddelen op open teelten naar tenminste 75% per 1-1-2018driftreductie gewasbeschermingsmiddelen

Per 1 januari 2018 wordt een belangrijke wijziging doorgevoerd voor open teelten. Per voornoemde datum dient bij alle open teelt een driftreductie van tenminste 75% te worden bereikt. Hoewel de meeste telers al serieus aan driftreductie doen en er allerlei programma’s voor bestaan is de wijziging van het Activiteitenbesluit milieubeheer op 1 januari 2018 een feit.

Driftreductie gewasbeschermingsmiddelen over hele landbouwperceel in plaats van eerste 14 meter. In het thans geldende Activiteitenbesluit geldt dat voor de eerste 14 meter vanaf de insteek van de sloot verplichte driftreducerende methoden moeten worden gebruikt. Dit is vanaf 1 september voor het gehele landbouwperceel verplicht. De reden hiervoor is dat de reductie niet meer uitsluitend is gericht vanuit de bescherming van het water, maar ook voor de bescherming van omwonenden en passanten van het landbouwperceel.

In de praktijk gebeurde dit overigens al. Welke agrariër gaat met driftreducerende spuitdoppen rijden voor slechts de eerste 14 meter? Toch is dit winst. Het beginsel van geïntegreerde gewasbescherming wint steeds meer terrein en daar is uiteindelijk iedereen bij gebaat.

Omdat controle in de praktijk lastig is te realiseren, wordt voorgeschreven dat die reductie moet worden aangetoond door in representatieve gebruiksomstandigheden metingen uit te voeren volgens de aangewezen testmethoden. De bewijslast ligt bij de toepasser van het gewasbeschermingsmiddel.

Voornoemde ontwikkeling betekent dat hiermee rekening kan worden gehouden in het kader van onderzoeken naar spuitzones van boomgaarden en andere open teelten.

Meer weten over driftreductie en een goed woon- en leefklimaat? Over het bouwen van woningen nabij landbouwpercelen met open teelten? Lees meer over spuitzones.

Mr. Marian Harberink is gespecialiseerd in spuitzonering en een goed woon- en leefklimaat. Ze heeft vele onderbouwingen gemaakt voor gemeenten, projectontwikkelaars, telers en particulieren. Ook heeft ze meerdere artikelen geschreven over dit onderwerp in vaktijdschriften, zoals Milieu & Recht en de Boomkwekerij.

omgevingsjurist