deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Afstanden spuitzonering bepalen

Afstanden spuitzonering bepalen – hoe?

In veel onderbouwingen in bestemmingsplannen wordt ten onrechte uitgegaan van het bouwvlak van de woning tot aan de grens van de bomen. De grondslag hiervoor wordt vaak gelegd in de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. De VNG-brochure is echter niet van toepassing op open teelten. Die kunt u dus niet gebruiken bij het gebruiken van afstanden bij spuitzonering!

afstanden spuitzonering

Allereerst is het belangrijk uit te gaan van de uiterste grenzen van de bestemmingsvlakken. Bij een woning is dat of de bestemming ‘Tuin’ of de bestemming ‘Wonen’. In elk geval dient de tuin meegerekend te worden. Een tuin is een gevoelige bestemming bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Denk hierbij niet al te theoretisch en denk logisch na. Drift kan namelijk ook in tuinen terecht komen waar bijvoorbeeld mensen buiten zitten of kleine kinderen in het gras spelen. Uiteraard kan de mate en intensiteit van drift nogal verschillend zijn. Belangrijk is te beseffen dat geen enkele siuatie maatgevend is. Om die reden is het belangrijk uit te gaan van worstcase scenario’s.

Verder dient er bij het meten te worden uitgegaan van de uiterste grens van het agrarische bestemmingsvlak. Hoewel vaak een spuitvrije zone van zo’n 3 meter in acht wordt genomen door telers bij een boomgaard, bijvoorbeeld vanaf een watertoevoerende sloot, dient te worden uitgegaan van de juridisch-planologische situatie. Meestal staat die bomen toe tot aan de perceelsgrens, spuitvrije zones zijn meestal niet planologisch vastgelegd. Het is dan ook beter om uit te gaan van een worstcase scenario.

Bel voor meer informatie of advies over spuitzonering: 010 – 268 0689

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Spuitzone ook bij bestaande boomkwekerij onderzoeken

Spuitzone ook bij bestaande boomkwekerij onderzoekenspuitzone

Het bestemmingsplan in kwestie maakt een boomteeltbedrijf mogelijk met als nevenactiviteit een hoveniersbedrijf. Deze activiteiten waren per ongeluk niet bestemd in het geldende bestemmingsplan. Het gaat in dit geval dus om een bestaand bedrijf dat gelegaliseerd wordt. Voor de kwekerij wordt tevens de bouw van een loods mogelijk gemaakt.

Appellant woont naast het perceel en stelt overlast te ervaren van het bedrijf. Hij wijst er op dat er ten onrechte geen specifiek onderzoek is gedaan naar de gevolgen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zo dicht bij zijn woonperceel. De gemeente heeft gebruik gemaakt van het algemene onderzoek van de WUR naar spuitzones uit 2012 dat voor de gehele gemeente is gemaakt en stelt verder dat dit een bestaande situatie betreft en dat de activiteiten van het bedrijf abusievelijk niet in het geldende bestemmingsplan waren opgenomen. Om die reden heeft de gemeente geen locatiespecifiek onderzoek uitgevoerd naar de spuitzone van het bedrijf.

De Afdeling overweegt als volgt: “Zoals de Afdeling eerder heeft geoordeeld betekent het enkele gegeven dat een bestaande situatie aan de orde is niet dat in het geheel geen betekenis behoeft te worden toegekend aan de milieuhygiënische gevolgen van een boomgaard voor de omgeving. Het laten voortbestaande van een bestaande historisch gegroeide situatie kan onder omstandigheden in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening, indien blijkt dat de nadelige gevolgen hiervan zo groot zijn dat deze in redelijkheid niet langer aanvaardbaar kunnen worden geacht. Dit is met name het geval indien de gezondheid van omwonenden niet kan worden gegarandeerd. 

Gezien de in het algemeen aan te houden spuitzone van 20 meter volgens het door de raad gehanteerde rapport, welke afstand in het geheel niet wordt gehaald, en vanwege het ontbreken van locatiespecifiek onderzoek, is de Afdeling van oordeel dat de raad er geen blijk van heeft gegeven zich ervan te hebben vergewist of in redelijkheid doorslaggevend belang kan worden toegekend aan het voortzetten van de gestelde bestaande situatie. Dat, naar de raad stelt, aan de rand van het perceel ter hoogte van de woning, de te bouwen loods is voorzien die eventuele drift kan weren is daarvoor onvoldoende. Bij de te hanteren spuitzone dient immers van de maximale planologische mogelijkheden te worden uitgegaan en de aanduiding staat een boomkwekerij toe tot aan de rand van het perceel toe. (…).”

Lees meer in uitspraak ABRS 16 augustus 2017, no. 20160477/1/R2.

Onderbouwing nodig over woningen bij spuitzones of advies over de borging in het bestemmingsplan? Bel de specialist in spuitzones:

omgevingsjurist

 

 

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Gemeente beperkt bedrijfsvoering boomkwekers onnodig door maximale wisselteelt van 2 jaar in bestemmingsplan op te nemen

Bedrijfsvoering boomkwekers wordt onnodig beperkt in bestemmingsplan door eis van maximale wisselteelt van 2 jaar

Maximale wisselteelt in bestemmingsplan – In een bestemmingsplan voor het buitengebied heeft de gemeente via een omgevingsvergunning een beperking opgenomen voor het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten van grasland naar een andere bomencultuur. Dit ter bescherming van het leefgebied voor de das. ZLTO heeft namens de boomkweker naar voren gebracht dat een onlosmakelijk onderdeel van de bedrijfsvoering van boomkwekerijen wisselteelt is. Dit brengt met zich dat grasland gedurende ongeveer 4 of 5 jaar wordt gebruikt voor boomteelt en vervolgens weer wordt gebruikt als grasland.

Volgens de Afdeling heeft de gemeente geen motivering gegeven waarom is gekozen voor een periode van 2 jaar. Verder heeft de gemeente volgens de Afdeling onvoldoende gewicht toegekend aan de belangen van onder meer de boomkwekers in het gebied. Verder volgt uit het deskundigenbericht dat boomteelt niet nadelig hoeft te zijn voor het leefgebied van de das, mits hieraan voorwaarden zoals grasstroken tussen de bomenrijen, worden verbonden. Het betoog slaagt.

Zie ABRS 11 december 2013, no. 201201006/1/R3.