hoge geluidbelasting en omgevingsvergunning geweigerd

Hoge geluidbelasting en omgevingsvergunning geweigerd hoge geluidbelasting

‘Bouwen, bouwen en nog eens bouwen’ is het credo van veel gemeentebestuurders. Er moeten immers 1 miljoen woningen bijkomen. Vaak worden ten koste van alles vergunningen verleend. Ook voor woningen bij spoorwegen en bij andere locaties waar de geluidbelasting veel te hoog is. Door hogere waarden vast te stellen wordt er kunstmatig een hogere geluidbelasting toegestaan. Dit keer niet. Hulde voor de gemeente Nijmegen!

De gemeente heeft een nieuw bestemmingsplan vastgesteld. Ten opzichte van het eerder vastgestelde bestemmingsplan is de wijziging dat er binnen de bestemming Gemengd geen wonen meer is toegestaan. Een stichting was voornemens er 80 woningen te realiseren. Deze ziet zich nu geconfronteerd met een weigering omgevingsvergunning vanwege het gewijzigde bestemmingsplan.

Volgens de stichting heeft de raad onvoldoende gemotiveerd waarom er ter plaatse geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

De Afdeling overweegt als volgt: “In de plantoelichting heeft de raad (…) toegelicht dat er vanwege de ligging van de planlocatie sprake is van wegverkeerslawaai en industrielawaai. Industrielawaai wordt veroorzaakt door het gezoneeerde industrieterrein (…) dat zich aan de overzijde van de planlocatie bevindt. De planlocatie ligt binnen de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein. Als gevolg hiervan is de gevelbelasting van het pand dermate hoog dat de maximale grenswaarde voor industrielawaai op drie gevels wordt overschreden. Het vaststellen van hogere waarden is daardoor niet mogelijk, tenzij een overdrachtsmaatregel wordt getroffen waardoor de geluidbelasting aan de gevel dusdanig is dat wordt voldaan aan de voorkeurswaarden dan wel dat hogere waarden kunnen worden vastgesteld. Ook de voorkeurswaarde voor wegverkeerslawaai wordt ruim overschreden. Realisatie van een woonvorm is alleen mogelijk als hogere waarden worden vastgesteld of als er een overdrachts-onderbrekende voorziening wordt toegepast. Ter hoogte van de planlocatie is tevens sprake van cumulatie van genoemde zoneringsplichtige geluidbronnen wegverkeerslawaai en industrielawaai. Deze redenen zorgen ervoor dat wonen op de planlocatie in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, aldus de raad.” Lees meer in r.o. 5 van uitspraak ABRS 11 augustus 202002555/1/R4. (hoge geluidbelasting)

Reken- en meetvoorschrift geluid comfortbox woningen

Reken- en meetvoorschrift geluid en comfortbox woningenreken- en meetvoorschrift

Een voormalige kantoorgebouw wordt getransformeerd naar 80 woningen. Het bouwplan voorziet tevens in een zogeheten comfortbox in elke woning. De comfortbox is een kast waar via een rooster aan de buitenkant van de gevel en een te openen raam in de woning lucht van buiten via een tussenruimte in de comfortbox naar binnen kan en lucht van binnen naar buiten. Het rooster en het geluidsabsorberend materiaal in de comfortbox moeten ervoor zorgen dat wordt voldaan aan de voorkeurswaarden van de Wet geluidhinder. Het gaat in deze zaak om of het bouwplan voldoet aan de voorkeurswaarden van de Wet geluidhinder. Moet hierbij gekeken worden naar de gemiddelde geluidsbelasting of naar de hoogste geluidsbelasting op het gevelvlak met het raam in de comfortbox?

De Afdeling overweegt als volgt: “(…) De artikelen 44 en 82, eerste lid van de Wet geluidhinder bevatten voorkeurswaarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel van woningen. In artikel 2.2, tweede lid van het Reken- en meetvoorschrift staat dat indien de vaststelling van de geluidsbelasting in dB(A) vanwege een industrieterrein plaatsvindt ten behoeve van de vaststelling van de geluidsbelasting van de gevel van woningen, het immissiepunt zich op het punt van de gevel bevindt waar de hoogste geluidsbelasting optreedt. Gelet op de tekst van deze artikelen is het college er terecht vanuit gegaan dat niet moet worden gekeken naar de gemiddelde geluidsbelasting op het gevelvlak met het te openen raam. Dit wordt naar het oordeel van de Afdeling bevestigd door de toelichting van artikel 2.2 van het Reken- en meetvoorschrift (…). Daarin staat dat in het algemeen een hoogte van 5 m boven het maaiveld wordt aangehouden. Het equivalent geluidsniveau wordt echter op een andere hoogte bepaald, indien redelijkerwijs mag worden verwacht dat op die andere hoogte de geluidsbelasting hoger is dan de geluidsbelasting op 5 m boven maaiveld (…). Er moet daarom ook (…) worden gekeken naar het punt waar de geluidsbelasting het hoogst is.” Lees meer in r.o. 6.3 van uitspraak ABRS 11 augustus 2021, no. 202001449/1/R4.

Omgevingswet

Het Reken- en meetvoorschrift 2012 gaat op in de Omgevingsregeling.

Carillon geluid is onversterkte muziek Activiteitenbesluit

Carillon geluid is onversterkte muziek inzake Activiteitenbesluitcarillon muziek

Carillon geluid blijft de gemoederen bezig houden. Omwonenden ervaren vaak geluidsoverlast van het klokkenspel in een toren in de stad. Het geluid van de bronzen klokken wordt kortom niet altijd op prijs gesteld. In deze zaak heeft een bewoner een verzoek om handhaving ingediend bij de gemeente vanwege strijd met artikel 2.18, eerste lid Activiteitenbesluit milieubeheer. De gemeente heeft dit verzoek afgewezen. Volgens de gemeente is er geen sprake van strijd met het voornoemde artikel van het Activiteitenbesluit.

De rechtbank Den Haag overweegt als volgt: “De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat het geluid van het carillon niet als muziek kan worden aangemerkt. In het Activiteitenbesluit noch in daaraan gerelateerde regelgeving is gedefinieerd wat onder muziek moet worden verstaan. De door eiser vermelde Nota van Toelichting geeft evenmin een definitie. Het betoog dat uit deze toelichting volgt dat enkel van muziek sprake is indien dat direct door een mens wordt gemaakt, slaagt niet. Dat in de Nota van Toelichting een fanfarekorps als voorbeeld wordt genoemd waarop de uitzondering uit artikel 2.18, eerste lid, onderdeel f, van het Activiteitenbesluit van toepassing is, maakt niet dat de wetgever zonder meer alleen door de mens gemaakte onversterkte muziek op het oog heeft gehad. De rechtbank ziet daarom aanleiding om aan te sluiten bij het algemeen taalgebruik. Volgens ‘Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal’ wordt verstaan onder muziek: ‘het kunstzinnig ordenen van klanken’. Nu niet in geschil is dat bij de mechanische aandrijving het carillon melodieën speelt, is de rechtbank van oordeel dat het geluid van het carillon als muziek kan worden gekwalificeerd. De rechtbank volgt eiser dan ook niet in zijn stelling dat het geluid van het carillon wordt versterkt. De rechtbank overweegt dat de Afdeling (…) al heeft overwogen dat carillonmuziek onversterkte muziek is als bedoeld in artikel 2.18 (…) van het Activiteitenbesluit. Lees meer in r.o. 2.4 van uitspraak Rb Den Haag, 31 mei 2021, JnB 2021, 658. Carillon geluid.

Hoe is onversterkte muziek geregeld onder de Omgevingswet?

  • artikel 22.70 Bruidsschat (tijdelijk deel omgevingsplan)

Dit artikel is overgekomen uit het Activiteitenbesluit en wordt gedecentraliseerd naar de gemeente. Gemeenten hebben nu meestal een artikel over onversterkte muziek opgenomen in de APV in artikel 4:5. De gemeente kan er voor kiezen om onversterkte muziek op te nemen in het definitieve omgevingsplan in meer maatwerk.

Laat een verordeningenscan uitvoeren door OmgevingsplanOnline! Meer weten? Bel 010 – 307 22 73 of vul onderstaand formulier in. We nemen dan contact met u op. Let op! Alleen voor gemeenten.

Neem contact op

  • Dit veld is voor validatie doeleinden en moet ongewijzigd blijven.

Overlast kinderdagverblijf en Activiteitenbesluit

Overlast kinderdagverblijf en Activiteitenbesluit milieubeheeroverlast kinderdagverblijf

Kinderstemgeluid kan zorgen voor hinder bij omwonenden. Met name in een stedelijke omgeving kan dit soort geluid als een klankkast gaan werken. Een buurtbewoner ervaart geluidsoverlast van een kinderdagverblijf en dient een verzoek om handhaving in bij de gemeente. De gemeente geeft aan niet bevoegd te zijn om te gaan handhaven en treedt niet op. Het geluid komt van spelende kinderen op het schoolplein. Volgens de gemeente is het gebruik van het kinderdagverblijf passend in het geldende bestemmingsplan. De gemeente laat verder weten niet bevoegd te zijn om handhavend op te treden op grond van het Activiteitenbesluit. Volgens de gemeente blijft het geluid van spelende kinderen op grond van artikel 2.18 lid 1 Activiteitenbesluit buiten buiten beschouwing.

Volgens de gemeente kan het plein waar de kinderen spelen niet worden aangemerkt als een binnenterrein als bedoeld in artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit. De Afdeling is het hier mee eens en overweegt: “(…) In de Nota van Toelichting bij het Activiteitenbesluit (…) wordt in geval van een binnenterrein gesproken over een buitenterrein dat omsloten is door bebouwing waar het omgevingsgeluid vanwege die beslotenheid doorgaans veel lager zal zijn en het stemgeluid dan eerder tot overlast zal leiden. In dit geval is het plein bij het kinderdagcentrum niet zodanig door bebouwing omgeven dat gesproken kan worden van een besloten ligging. De bebouwing bevindt zich uitsluitend aan de noordzijde (…) en aan de zuidzijde (…)…..” Lees meer in r.o. 4.3 van uitspraak ABRS 2 juni 2021, no. 202002239/1/R3.(overlast kinderdagverblijf).

In de praktijk komen er veel klachten binnen bij gemeenten over geluidsoverlast van kinderdagverblijven. Dit kan voorkomen worden door geen kinderdagverblijven met buitenruimte meer toe te staan in dichtbevolkte woonbuurten. Meestal wordt de buitenruimte aan de achterkant van het kinderdagverblijf gesitueerd waar ook de tuinen van buurtbewoners aangrenzen. Dit levert op lange termijn vooral frustratie op bij bewoners, maar ook bij de eigenaren/exploitanten van kinderdagverblijven. Ook in dit geval geldt: voorkomen is beter dan genezen!

Geluid buitenzwembad en aantasting woon- en leefklimaat

Geluid buitenzwembad en aantasting woon- en leefklimaatgeluid buitenzwembad

Geluiden bij een buitenzwembad kunnen leiden tot ergernis bij omwonenden. Het kan geluid zijn van een waterpomp, stemgeluid, afzuiging, etc. Het is meestal een combinatie van factoren dat leidt tot overlast. Hoewel het meestal maar een beperkt aantal weken is per jaar. In dit geval gaat het om een uitbreiding van een camping met meer staanplaatsen. Appellanten vrezen dat de uitbreiding zal leiden tot de aantasting van hun woon- en leefklimaat.

Volgens appellanten wordt het nieuwe buitenzwembad mogelijk gemaakt op minder dan 100 m van hun woning. In de VNG-brochure wordt een richtafstand van 200 m aanbevolen. De raad heeft een aanvullend akoestisch onderzoek laten uitvoeren. Uit dit onderzoek blijkt dat het hoogste berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ten gevolge van alle activiteiten ten hoogste 41 dB(A), 40 dB(A) en 18 dB(A) voor onderscheidenlijk de dag-, avond- en nachtperiode bedraagt. Volgens de Afdeling kan op basis hiervan worden afgeweken van de hiervoor genoemde richtafstand. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus uit het Activiteitenbesluit worden niet overschreden. Verder is volgens de Afdeling rekening gehouden met alle relevante geluidsbronnen: een grasmaaier, afzuiging, laden en lossen van auto’s, pratende en schreeuwende stemmen, koelmotoren en muziek. Lees verder in r.o. 18 e.v. van uitspraak ABRS 31 maart 2021, no. 202003602/1/R3. (geluid buitenzwembad)

hondengeblaf hondenpension en VNG-brochure

Hondengeblaf hondenpension en VNG-brochurehondengeblaf

Hondengeblaf is een vaak voorkomende klacht bij gemeenten. Met name in woonbuurten is het niet verstandig hondenkennels te vestigen. Ook uitlaatdiensten van honden liggen gevoelig. In deze zaak heeft de gemeente een omgevingsvergunning verleend voor een honden- en kattenpension. Appellant is eigenaar van een nabijgelegen theaterhoeve en vreest in zijn woon- en leefklimaat te worden aangetast vanwege hondengeblaf.

De gemeente heeft zich op het standpunt gesteld dat het in redelijkheid de omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen. Volgens de gemeente is een geluidbelasting op de theaterhoeve van 52 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en 64 dB(A) voor het maximaal geluidniveau niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.

De Afdeling overweegt het volgende: “dat het college bij de beoordeling van de geluidbelasting aansluiting heeft gezocht bij het stappenplan uit de VNG-brochure. Niet in geschil is dat voor dierenpensions gelegen in rustig buitengebied een richtafstand van 100 m van toepassing is, waar in de gegeven situatie niet aan kan worden voldaan. Het college heeft onder verwijzing van het akoestisch onderzoek (…) toegelicht dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter plaatse van de bedrijfswoning van appellant 50 dB(A) zal bedragen, zodat ook niet kan worden voldaan aan de toepasselijke geluidwaarde van de tweede stap uit het stappenplan, zijnde een langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 45 dB(A). Het college heeft ten aanzien van de overschrijding (…) toegelicht dat… lees meer in r.o. 6.1 e.v. van uitspraak ABRS 21 april 2021, no. 202002500/1/R2

Geluid studenten op dakterras heeft impact

Geluid studenten op dakterras in strijd met een goede ruimtelijke ordening

geluid studenten

Afhankelijk van de locatie van een dakterras bij een woning kan het zorgen voor geluidsoverlast bij omwonenden. In het centrum van een stad kun je zeggen dat de bewoners meer overlast moeten dulden dan in een rustige woonwijk. Het hangt dus erg van de omgeving af of het stemgeluid onevenredig is.

In dit geval gaat het om een dakterras bij een woning met kamerverhuur aan studenten. Het dakterras is 45 m2 groot. Volgens de Afdeling is een dakterras met een dergelijke omvang groot genoeg om meerdere personen toe te laten. Te meer omdat het verhuur aan studenten betreft. Volgens de Afdeling is een dergelijk gebruik intensiever dan bij gebruik van het terras bij een gezin (één huishouden). Verder speelt volgens de Afdeling mee dat het dakterras ook ’s avonds en ’s nachts toegankelijk is. Volgens de Afdeling zijn er ook geen voorschriften verbonden aan de verleende omgevingsvergunning over het gebruik van het terras. Lees meer in uitspraak ABRS 12 augustus 2020, no. 201905256/1/R2. [geluid studenten]

Noot MH: Bij de afweging of er al dan niet sprake is van een aanvaardbaar of goed woon- en leefklimaat speelt het onderdeel geluid een grote rol. Dakterrassen in steden leiden heel vaak tot klachten bij gemeenten en/of burenruzies. Met name een binnentuin kan als een klankkast gaan fungeren en een groot impact hebben op het woon- en leefklimaat van omwonenden, met irritatie tot gevolg. De overwegingen van de Afdeling over het verschil tussen de leefwijze van studenten en een gezin spelen een grote rol. Erg belangrijk om hier aan te denken in de besluitvorming.

Meer weten? Bel of mail.

Maatwerkvoorschriften geluid door gemeente te bepalen

Maatwerkvoorschriften geluid door gemeente te bepalen

maatwerkvoorschriften geluid

Het college van B&W heeft geweigerd handhavend op te treden tegen een verzoek om handhaving. Volgens de verzoeker gaat het hier om geluidsoverlast bij een krantendepot, veroorzaakt door verkeer.

Het bedrijf is in te delen als een inrichting voor het overslaan van papier. De verzoeker ervaart geluidhinder in de periode van 23.00-7.00 uur van piekgeluiden van het verkeer. Eerder heeft hij het college verzocht maatwerkvoorschriften te stellen. Het college heeft dit geweigerd.

De Raad van State overweegt als volgt: “(…) dat het college beleidsruimte toekomt bij de beantwoording van de vraag of het gebruik zal maken van de bevoegdheid om maatwerkvoorschriften te stellen. Het college dient daarbij een belangenafweging te maken. (…) Uit de toelichting bij het Activiteitenbesluit (…) volgt dat de wetgever ervan uitgaat dat, gezien de specifieke werkingssfeer van het instrument maatwerkvoorschrift, het gebruik van dit instrument tot bijzondere en incidentele gevallen beperkt zal blijven. (…) Tussen partijen is niet in geschil dat het geluid van het verkeer van en naar het krantendepot ter hoogte van de woning van appellant aan het inwerking zijn van het krantendepot is toe te rekenen. Het Activiteitenbesluit bevat geen regels voor de toegestane hoogte van de geluidbelasting, veroorzaakt door verkeer van en naar de inrichting. (…) Lees meer in r.o. 5 van uitspraak ABRS 17 juni 2020, no. 201904726/1/R4. (maatwerkvoorschriften geluid)

.

Endotoxinen als weigeringsgrond omgevingsvergunning

Endotoxinen als weigeringsgrond omgevingsvergunning

Het komt niet vaak voor dat een gemeente een besluit weigert vanwege gezondheidsmotieven. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het aspect gezondheid een mee te wegen belang: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (…) is het effect dat nabij gelegen veehouderijen op de volksgezondheid kan hebben een mee te wegen belang bij de vaststelling van een bestemmingsplan. De raad dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening te onderzoeken of een plan niet zulke risico’s voor de volksgezondheid meebrengt dat het woon- en leefklimaat niet onaanvaardbaar verslechtert.”

endotoxinen

In dit geval heeft de raad een zogeheten ‘veegplan’ voor het buitengebied vastgesteld. Appellant acht het onterecht dat de raad zijn eerder ingediende uitbreidingsplannen voor zijn pluimveehouderij niet heeft meegenomen in het bestemmingsplan. Ook de door hem verzochte vergroting van het bouwvlak is niet meegenomen. De gemeente heeft deze aanvragen om omgevingsvergunning eerder geweigerd.

Volgens de Afdeling is niet met een eenduidige wettelijke regeling bepaald op welke wijze bestuursorganen de mogelijke gevolgen van de emissie van endotoxinen bij veehouderijen in hun besluitvorming moeten betrekken. Het is aan het bestuursorgaan om bij het besluit over vergunningverlening te bepalen welke maatregelen (…) in het kader van de bescherming van het milieu nodig zijn, waarbij het bestuursorgaan beoordelingsruimte heeft. (…) Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad ter voorkoming van een situatie waarin risico’s voor de gezondheid van omwonenden onstaan, in dit geval in redelijkheid kunnen verwijzen naar het endotoxinekader. Lees meer in r.o. 5.3 van uitspraak ABRS 20 mei 2020, no. 201804487/1/R2.

Bel voor meer informatie 010 – 268 0689.

Nestgeluid afgemeerde schepen en Omgevingswet

Nestgeluid afgemeerde schepen en Omgevingswet

nestgeluid afgemeerde schepen

Onlangs kwam bij de behandeling van het wetsvoorstel voor de Aanvullingswet geluid een interessant onderwerp aan de orde: het nestgeluid van afgemeerde schepen.

Allereerst, wat is nestgeluid? Nestgeluid is het geluid dat afgemeerde schepen aan de kade produceren als er niet aan de schepen wordt gewerkt en geen laad- en losactiviteiten plaatsvinden. Het nestgeluid is het geluid van dieselgedreven aggregaten en/of hoofdmotoren voor het gedurende het gehele etmaal produceren van elektriciteit. (bron). Het is dus het brommende geluid van schepen die afgemeerd liggen in de haven.

Aanleiding voor de bespreking van dit onderwerp in het kamerstuk vormt de uitspraak van de Afdeling van 22 januari 2020 met nummer 201807456/1/A1. Deze uitspraak behandelt de grens van het begrip inrichting uit de Wet milieubeheer. De Afdeling oordeelt kortgezegd dat de aanvraag om de omgevingsvergunning milieu niet eenduidig is over de omvang van de inrichting. Het ontbreken van duidelijkheid over de begrenzing van de inrichting staat volgens de Afdeling een goede beoordeling van de milieugevolgen in de weg.

In de Omgevingswet komt het begrip inrichting niet meer voor en wordt gewerkt met het uitgangspunt ‘milieubelastende activiteiten‘. Het begrip activiteit is hier het overkoepelende begrip. Men gaat dus niet meer uit van de begrenzing van de inrichting maar van de milieubelastende activiteit. In het Omgevingsplan kunnen straks in de voorschriften (regels) beperkingen worden opgenomen over nestgeluid van schepen in het algemeen. Leer meer hierover in de hiervoor aangehaalde bron.

Binnen kort volgt er meer over dit onderwerp.