deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Maximum aantal arbeidsmigranten regelen in bestemmingsplan?

Maximum aantal arbeidsmigranten regelen in bestemmingsplan?

*Maximum aantal arbeidsmigranten in bestemmingsplan ruimtelijk relevant?

De gemeenteraad van de gemeente Leudal heeft een bestemmingsplan vastgesteld voor de ontwikkeling van het landgoed Leudal. Het plan strekt tot reparatie van de in een eerdere uitspraak uit 2015 geconstateerde gebreken.

Appellant betoogt in beroep dat de motivering met betrekking tot de maximering in de planregels van het aantal arbeidsmigranten tot het aantal 225 ondeugdelijk is. Volgens appellant is er in het kader van de vergunningverlening voor de transformatie van het landgoed een maximum van 375 personen afgesproken. Voor dit aantal is ruimte in de huisvesting. Ook staat volgens hem de Kadernotitie huisvesting arbeidsmigranten een dergelijke omvang toe.

Volgens de raad is nooit gesproken over een aantal van 375 arbeidsmigranten. Volgens de raad bieden de vergunde chalets hiervoor geen ruimte. Bovendien zijn de vergunningen geheel gericht op recreatief en educatief gebruik. Het moet gaan om aan de hoofdfunctie ondergeschikt gebruik. Verder moet volgens de raad de huisvesting van arbeidsmigranten in redelijke verhouding staan tot het inwoneraantal van het dorp.

Regelen maximum aantal arbeidsmigranten in bestemmingsplan kan ruimtelijk relevant zijn, mits…

Volgens de eerder genoemde uitspraak uit 2015 kan de raad het aantal te huisvesten arbeidsmigranten op een recreatieterrein in het kader van een goede ruimtelijke ordening reguleren. (…) De raad heeft aan het plan ten grondslag gelegd dat het bij de huisvesting van arbeidsmigranten moet gaan om aan de recreatieve en trainingsfuncties ondergeschikt gebruik dat alleen gedurende een overbruggingsperiode tot 2026 aanvaardbaar is. De Afdeling acht dit niet onredelijk. (…) Voorts is niet gebleken van concrete afspraken over de huisvesting van het aantal te huisvesten personen. Evenmin zijn door de raad concrete gegevens overlegd die een vrees voor ontwrichting voor het woon- en leefklimaat voor de inwoners van het nabij gelegen dorp onderbouwen. (…) Het betoog slaagt.

Zie uitspraak ABRS 3 mei 2017, no. 201606901/1/R1

Vragen?

omgevingsjurist

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

huisvesting seizoensarbeiders en bestemmingsplan

Huisvesting seizoensarbeiders en bestemmingsplanhuisvesting seizoensarbeiders

Praktijkprobleem In de praktijk ondervinden veel gemeenten problemen met het huisvesten van tijdelijke – veelal buitenlandse – seizoensarbeiders. Meestal is er wel de wil om een oplossing te zoeken, maar ontbreken de juridische mogelijkheden. Onderhavige gemeente had in 2007 een beleidsnotitie vastgesteld waarin was bepaald dat tijdelijke woonunits en stacaravans voor de huisvesting van seizoensarbeiders na 6 maanden verwijderd dienden te worden. Voortschrijdend inzicht had geleid tot een gewijzigde bepaling in een nieuw bestemmingsplan.

Afwijkingsbepaling in bestemmingsplan (voor huisvesting seizoensarbeiders): De gemeente had de volgende afwijkingsbepaling opgenomen in het bestemmingsplan:

“Het college is bevoegd een omgevingsvergunning voor afwijking te verlenen van het bepaalde in lid … voor het plaatsen van stacaravans en/of woonunits of de verbouwing van een bedrijfsgebouw voor de tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders met dien verstande dat:

  1. het gebruik als tijdelijke huisvesting slechts is toegestaan gedurende maximaal 6 maanden per jaar;
  2. deze dienen te worden geplaatst binnen het bouwvlak van het betreffende bedrijf;
  3. per bedrijf maximaal 40 seizoensarbeiders mogen worden gehuisvest;
  4. de noodzaak tot het hebben en huisvesten van seizoensarbeiders op het bedrijf afdoende is aangetoond waartoe een advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen vereist is;
  5. een goede landschappelijke inpassing, op basis van een uitvoerbaar erfinrichtingsplan, verzekerd is;
  6. er geen sprake is van milieuhygiënische belemmeringen voor de omliggende bedrijven.
De afwijkingsmogelijkheid is beperkt tot de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarden’. Verder is de Afdeling van oordeel dat de raad in redelijkheid heeft kunnen afwijken van de bepaling in de beleidsnota dat stacaravans en woonunits voor tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders na een half jaar verwijderd dienen te worden. 
Gepubliceerd op 3 november 2011