deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Steigers woningen geen jachthaven Besluit mer

Steigers woningen geen jachthaven ingevolge Besluit mer

Het college van B&W heeft een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van woningen en appartementen en ligplaatsen voor 40 boten.

Appellanten betogen dat deze ligplaatsen aangemerkt dienen te worden als een jachthaven in de zin van het Besluit m.e.r. Er bestond derhalve een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De raad stelt dat het bestemmingsplan een waterkom mogelijk maakt met 40 steigers en dat er geen sprake is van een jachthaven in voornoemde zin.

steigers woningen

De Afdeling ziet zich voor de vraag gesteld of vanwege de bestemmingsomschrijving in (…) het bestemmingsplan sprake is van een jachthaven in voornoemde zin: “Het gaat in dit geval om 40 woningen, waarbij per woning de mogelijkheid bestaat één steigerplaats te realiseren voor het afmeren van een boot. Er worden bij de steigerplaatsen geen verdere voorzieningen getroffen, zoals een havengebouw. Op grond van (….) de planregels mogen anderen dan gebruikers van de woning geen gebruik maken van de steigerplaatsen. Verder zijn de steigerplaatsen die het plan mogelijk maakt niet openbaar toegankelijk. De steigerplaatsen behoren toe tot particulieren die er enkel in de privésfeer gebruik van maken. Voorts kunnen er aan de steigerplaatsen geen boten (van derden) tegen betaling worden aangemeerd. Aldus is van een bedrijfsmatige activiteit geen sprake. Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van de Afdeling geen sprake van een jachthaven als bedoeld in het Besluit m.e.r. en heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de milieugevolgen van de steigerplaatsen beperkt zijn. De raad hoefde dus geen aanleiding te zien door middel van een milieu-effectrapport of in een m.e.r.-beoordeling rekening te houden met de milieu-effecten van de aanleg van een jachthaven. Het betoog faalt.” Lees meer in uitspraak 8 april 2020, no. 20190672/1/R3. (steigers woningen)

Vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig? Bel of mail De Omgevingsjurist!

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Stedelijk ontwikkelingsproject mer voor 12 woningen?

Stedelijk ontwikkelingsproject mer voor 12 woningen?stedelijk ontwikkelingsproject mer

De gemeenteraad heeft een bestemmingsplan vastgesteld voor de bouw van 12 woningen. Het plangebied is een voormalig schoolgebouw. Het is de bedoeling om de school te slopen en er 12 nieuwe woningen te bouwen.

Volgens appellant is het plan een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van kolom I van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Er is volgens hem ten onrechte geen vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld.

De Afdeling overweegt als volgt: “Onder verwijzing naar uitspraken (…) overweegt de Afdeling dat het antwoord op de vraag of sprake is van een (wijziging van) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Uit deze uitspraken volgt eveneens dat het antwoord op de vraag of een activiteit kan worden aangemerkt als een activiteit als bedoeld in kolom I van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. niet afhankelijk is van het antwoord op de vraag of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. 

Naar het oordeel van de Afdeling kan hetgeen in het plan is voorzien, gelet op de aard en omvang ervan, niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Weliswaar is sprake van een geringe toename van de bebouwingsmogelijkheden en weliswaar verandert het gebruik van het perceel door de realisatie van 12 woningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject (…). Daarbij is van belang dat sprake is van bestaand gebouwd gebied en dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is (…). Dat op elk bouwperceel maximaal 75 m² aan bijbehorende bouwwerken is toegestaan, leidt niet tot een ander oordeel. Nu de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt, behoefde er geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd.”

Lees meer in r.o. 6.1 e.v. van uitspraak ABRS 11 maart 2020, no. 201901464/1/R1. (stedelijk ontwikkelingsproject mer)

Bel voor meer informatie over vormvrije m.e.r.-beoordelingen 010 – 268 0689 of mail.

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

mer beoordelingsbesluit vergeten? Alsnog later nemen!

Mer beoordelingsbesluit vergeten? Alsnog later nemen!mer beoordelingsbesluit

De raad heeft een bestemmingsplan vastgesteld zonder daarvoor een mer beoordelingsbesluit te nemen. Hoewel dat formeel natuurlijk niet hoort, kan dit gebeuren. Bestemmingsplantrajecten duren lang en er gebeuren vaak allerlei ontwikkelingen in dat proces. In dit geval heeft de raad besloten vanwege een beroepszaak om alsnog een zodanig besluit te nemen. Het beroep had hier namelijk ook betrekking op.

Het bestemmingsplan “Noortveer” voorziet in de ontwikkeling van woningen in de zogeheten Duivenvoordecorridor in Voorschoten. Het is van oudsher een gebied met landgoederen en is deels nog agrarisch. In de voorbereiding van het bestemmingsplantraject zijn allerlei onderzoeken uitgevoerd, waaronder een spuitzoneringsonderzoek van De Omgevingsjurist, maar is geen mer beoordelingesbesluit genomen.

In het kader van de beroepsprocedure heeft De Omgevingsjurist een vormvrije mer beoordeling gemaakt waarin is geconcludeerd dat er geen MER nodig is. De vraag was natuurlijk hoe de Afdeling hiermee om zou gaan. Kan een bestemmingsplan in stand worden gelaten als blijkt dat er een mer beoordelingsbesluit had moeten worden genomen – en ter inzage had moeten liggen – voordat het bestemmingsplan werd vastgesteld?

De Afdeling geeft het volgende aan: “Er is alsnog een m.e.r.-beoordelingsbesluit (…) overlegd (…). In het m.e.r. beoordelingsbesluit wordt geconcludeerd dat er, gelet op de kenmerken van de projecten, de plaats van de projecten en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. Daarbij is van belang geacht dat het woningbouwproject relatief kleinschalig is. In de m.e.r.-beoordeling staat dat het plan leidt tot een kwaliteitsimpuls door herstel van de openheid van het landschap, tot versterking van de cultuurhistorische kwaliteit en versterking van natuurwaarden. Er is dan ook geen aanleiding gezien om een milieueffectrapportage op te stellen. (…) De Afdeling is van oordeel dat in de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen rekening hoefde te worden gehouden met andere gronden die buiten het plangebied, maar in de Duivenvoordecorridor liggen. Lees meer in r.o. 16.11 van uitspraak ABRS 18 december 2019, no. 201900494/1/R3.

 

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Vormvrije merbeoordeling in toelichting is geen merbeoordelingsbesluit

Vormvrije merbeoordeling in toelichting is geen m.e.r.-beoordelingsbesluitvormvrije merbeoordeling

Het bestemmingsplan in kwestie maakt 675 woningen mogelijk. Daarmee wordt voorzien in een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie 11.2, onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.

Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan betreft in dit geval een besluit als bedoeld in kolom 4 van categorie 11.2 (…). Indien bij een besluit als bedoeld kolom 4 van onderdeel D (…), de drempelwaarden die zijn vermeld in kolom 2 van de desbetreffende categorie worden overschreden, dan moet blijkens artikel 2, vijfde lid onder a, van het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordeling worden gemaakt. (…). In dit geval worden de drempelwaarden niet overschreden. Bij het niet overschrijden van de drempelwaarden (…) dient een zogenoemde m.e.r.-beoordeling te worden gemaakt. (…)

Sinds 7 juli 2017 bevat artikel 2, vijfde lid, onder b van het Besluit m.e.r. de verplichting voor het bevoegd gezag om de artikel 7.16, 7.17 eerste tot en met vierde lid, 7.18 en 7.19 (…) van de Wet milieubeheer toe te passen. Op grond hiervan is het bevoegd gezag verplicht om een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Deze beslissing wordt een m.e.r-beoordelingsbesluit genoemd. Een dergelijk besluit is sinds 7 juli 2017 dus niet alleen vereist indien sprake is van een besluit als bedoeld in kolom 4 van onderdeel D (…) en de drempelwaarden voor de desbetreffende activiteit worden overschreden, maar ook indien de drempelwaarden niet worden overschreden.

(…) In het verweerschrift stelt de raad slechts dat met de terinzagelegging van het ontwerpplan en hetgeen is vermeld in de toelichting van het bestemmingsplan impliciet is besloten om niet een MER op te stellen. Zoals de Afdeling heeft overwogen in uitspraak (…), kan een vormvrije-m.e.r.-beoordeling die is opgenomen in de plantoelichting niet worden aangemerkt als een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Nu een m.e.r.-beoordelingsbesluit ontbreekt, moet worden geoordeeld dat niet is voldaan aan (…) van het Besluit m.e.r. neergelegde verplichting de daar genoemde artikelen uit de Wet milieubeheer toe te passen. Het betoog slaagt.

Lees verder in uitspraak ABRS 9 juli 2019, no. 201810229/3/R3. (Vormvrije merbeoordeling)

Advies nodig over vormvrije m.e.r.-beoordelingen? Bel 010 – 268 0689 of mail naar info@omgevingsjurist.nl.