Stedelijk ontwikkelingsproject mer voor 12 woningen?

Stedelijk ontwikkelingsproject mer voor 12 woningen?stedelijk ontwikkelingsproject mer

De gemeenteraad heeft een bestemmingsplan vastgesteld voor de bouw van 12 woningen. Het plangebied is een voormalig schoolgebouw. Het is de bedoeling om de school te slopen en er 12 nieuwe woningen te bouwen.

Volgens appellant is het plan een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van kolom I van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Er is volgens hem ten onrechte geen vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld.

De Afdeling overweegt als volgt: “Onder verwijzing naar uitspraken (…) overweegt de Afdeling dat het antwoord op de vraag of sprake is van een (wijziging van) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Uit deze uitspraken volgt eveneens dat het antwoord op de vraag of een activiteit kan worden aangemerkt als een activiteit als bedoeld in kolom I van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. niet afhankelijk is van het antwoord op de vraag of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. 

Naar het oordeel van de Afdeling kan hetgeen in het plan is voorzien, gelet op de aard en omvang ervan, niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Weliswaar is sprake van een geringe toename van de bebouwingsmogelijkheden en weliswaar verandert het gebruik van het perceel door de realisatie van 12 woningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject (…). Daarbij is van belang dat sprake is van bestaand gebouwd gebied en dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is (…). Dat op elk bouwperceel maximaal 75 m² aan bijbehorende bouwwerken is toegestaan, leidt niet tot een ander oordeel. Nu de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt, behoefde er geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd.”

Lees meer in r.o. 6.1 e.v. van uitspraak ABRS 11 maart 2020, no. 201901464/1/R1. (stedelijk ontwikkelingsproject mer)

Bel voor meer informatie over vormvrije m.e.r.-beoordelingen 010 – 268 0689 of mail.

Stedelijk ontwikkelingsproject woning Besluit mer

Stedelijk ontwikkelingsproject woning Besluit merstedelijk ontwikkelingsproject woning

De raad heeft een bestemmingsplan vastgesteld dat voorziet in de bouw van twee woningen en weide voor hobbymatig agrarisch gebruik. In de voorheen geldende situatie was er sprake van agrarisch grasland. Een nabij gelegen champignonkweker kan zich niet vinden in het plan. Hij vreest voor een beperking van zijn bedrijfsvoering.

Volgens appellant had de raad een aanmeldingsnotitie moeten opstellen voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het plan voorziet volgens hem in een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom I, categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.

De Afdeling overweegt als volgt: “Onder verwijzing naar de uitspraken (…) overweegt de Afdeling dat het antwoord op de vraag of sprake is van een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Uit deze uitspraken volgt eveneens dat het antwoord op de vraag of een activiteit kan worden aangemerkt als een activiteit als bedoeld in kolom 1, categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage, niet afhankelijk is van het antwoord op de vraag of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. 

Naar het oordeel van de Afdeling kan hetgeen in  het plan is voorzien, gelet op de aard en de omvang, niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door onder andere de realisatie van twee eengezinswoningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1, categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is en dat de voorziene ontwikkeling gepaard gaat met een beperkte bebouwing op het perceel. Ten aanzien van het beroep van appellant op de uitspraak van (…) overweegt de Afdeling dat die uitspraak ziet op de situatie waarin het plan in ieder geval één van de drempelwaarden (…) overschrijdt, zodat een m.e.r.-beoordeling gemaakt moet worden. Voor zover appellanten betogen dat de memo (…) ondeugdelijk is, stelt de Afdeling voorop dat nu de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt, geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling behoefde te worden uitgevoerd. (…). Lees meer in r.o. 6.2 van uitspraak ABRS 12 juni 2019, no. 201807060/1/R1. (stedelijk ontwikkelingsproject woning)

Bel voor vormvrije m.e.r.-beoordelingen 010 – 268 0689 of neem contact op per mail.

Stedelijk ontwikkelingsproject Besluit mer

Stedelijk ontwikkelingsproject Besluit m.e.r.stedelijk ontwikkelingsproject

De raad heeft een bestemmingsplan vastgesteld voor de uitbreiding van een hotel van 53 kamers naar 100 kamers, met zwembad, sauna, etc. Verder wordt het bestaande parkeerterrein uitgebreid. Omwonenden vrezen aantasting van hun woongenot door de uitbreiding.

Volgens hen is er ten onrechte geen m.e.r-beoordeling uitgevoerd. Het plan grenst volgens hen aan een waardevol natuurgebied.

De Afdeling overweegt het volgende: “Het begrip stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in categorie 11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. laat ruimte voor interpretatie. Mede daardoor kan ook discussie ontstaan over de vraag wanneer sprake is van een wijziging of uitbreiding van een dergelijk project. De Afdeling legt artikel 2, onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r. niet zo uit dat iedere mogelijk gemaakte wijziging of uitbreiding van een stedelijke ontwikkeling, hoe ondergeschikt ook, moet worden aangemerkt als een wijziging of uitbreiding als bedoeld in kolom I, van categorie 11.2, van onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. Dat hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging of uitbreiding van de stedelijke ontwikkeling een rol. 

Het plan voorziet in de uitbreiding van een bestaand hotel met 53 kamers en van een bestaand parkeerterrein met een smalle strook grond. Gezien de omvang van die uitbreiding, mede afgezet tegen de oppervlakten en aantallen die worden genoemd in categorie 11.2, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit m.e.r., ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat met het plan wordt voorzien in uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom I van categorie 11.2 (…) van het Besluit m.e.r. Het betoog faalt.”

Lees meer in r.o. 4 van uitspraak ABRS 22 mei 2019, no. 201707275/1/R2.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig? Bel 010 – 268 0689 voor meer informatie.

 

milieueffectrapportage – aanleg ontsluitingsweg, groenstroken en fiets- en voetpad geen stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van categorie D.11.2 Besluit mer

Milieueffectrapportage – De aanleg van een ontsluitingsweg, groenstroken, een brug en een naastgelegen fiets- en voetpad is geen stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van categorie D.11.2 Besluit m.e.r.

Het bestemmingsplan in kwestie voorziet in de mogelijkheid om een nieuwe ontsluitingsweg aan te leggen met inbegrip van een brug, een naastgelegen fiets- en voetpad en groenstroken. Appellant stelt in beroep dat er ten onrechte geen milieueffectrapport is gemaakt voor het plan. Volgens hem valt het project in de categorie D.11.2 van het Besluit m.e.r.

De raad stelt dat het plan niet onder bovenstaande categorie valt en dat geen MER behoefde te worden opgesteld.

De Afdeling overweegt: “Voor zover appellant aanvoert dat de m.e.r.-(beoordelings)plicht voortvloeit uit de omstandigheid dat de .. straat onderdeel uitmaakt van de integrale herontwikkeling van het stationsgebied, overweegt de Afdeling dat de blijkens de kaart die hoort bij de Structuurvisie de … straat buiten de op deze kaart met een gestippelde rode lijn aangegeven plangrens ligt. Anders dan appellant betoogt, maakt blijkens deze kaart de … straat geen onderdeel uit van het gebied dat in de Structuurvisie is  aangemerkt als onderdeel van de herontwikkeling van het stationsgebied. (…)

Voorts betreffen het voorliggende plan en de herontwikkeling van het stationsgebied geen afzonderlijke fasen van dezelfde activiteit. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een zodanig planologische samenhang tussen het voorliggende plan en de ontwikkelingen die zijn voorzien in het stationsgebied van Utrecht, dat deze in het kader van de m.e.r.-plicht of de m.e.r.-beoordelingsplicht als één activiteit hadden moeten worden aangemerkt door de raad“. 

Zie uitspraak ABRS 13 maart 2013, no. 201204691/1/R2