deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Huisvesting arbeidsmigranten op bedrijventerrein is mogelijk

Huisvesting arbeidsmigranten op bedrijventerrein is mogelijkhuisvesting arbeidsmigranten

Het college van B&W heeft een omgevingsvergunning verleend voor de tijdelijke huisvesting van maximaal 252 arbeidsmigranten op een bedrijventerrein. Dit voor een periode van 10 jaar. Het perceel ligt op een gezoneerd bedrijventerrein.

Volgens appellant zal de huisvesting van arbeidsmigranten hem belemmeren in de bedrijfsvoering.

De Afdeling overweegt als volgt: “Het bedrijventerrein is krachtens de Wet geluidhinder gezoneerd, wat betekent dat er op grond van artikel 2.17 eerste, derde, vierde, vijfde en zesde lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer geen geluidgrenswaarden gelden voor woningen op dat bedrijventerrein. Dit neemt niet weg dat artikel 2.12, eerste lid van de Wabo bepaalt dat het college de omgevingsvergunning niet mag verlenen als dat in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, waaronder begrepen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op het perceel. 

(…) Omdat er geen richtafstanden zijn voor woningen op een (gezoneerd) bedrijventerrein, heeft het college bij de beantwoording van de vraag of op het perceel sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of bedrijven op het bedrijventerrein hun bedrijfsactiviteiten kunnen uitvoeren binnen aanvaardbare voorwaarden naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid aansluiting kunnen zoeken bij de in de VNG-handreiking opgenomen richtafstanden die dienen te worden aangehouden tussen een bepaald omgevingstype en een bedrijf van een bepaalde milieucategorie. Vaststaat dat de directe omgeving van het perceel niet kan worden aangeduid als omgevingstype ‘rustige woonwijk’ als bedoeld in de VNG-handreiking. Het college heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat het gebied direct om het perceel heen wel aansluit bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ uit de VNG-handreiking. Het college heeft daarbij kunnen betrekken dat sprake is van enige mate van functiemenging als bedoeld in die handreiking, omdat het perceel is gelegen aan een hoofdontsluiting en nabij snelweg A59 en ter plaatse verder ook kleine bedrijfjes (…) aanwezig zijn. Dat voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat op het perceel is aangesloten bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ uit de VNG-handreiking maakt niet dat het college het bedrijventerrein daadwerkelijk als een omgevingstype ‘gemengd gebied’ in de zin van de beleidsregel of de VNG-handreiking heeft aangemerkt. De aard van het bedrijventerrein is immers niet veranderd. Lees verder in r.o. 4.6 van uitspraak ABRS 12 december 2018, no. 201710138/1/A1.   [huisvesting arbeidsmigranten]

Meer weten over huisvesting van arbeidsmigranten op een bedrijventerrein in uw gemeente? Bel 010 – 268 0689.

 

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Bedrijfswoningen op bedrijventerreinen zijn onwenselijk

Bedrijfswoningen op bedrijventerreinen zijn onwenselijkbedrijfswoningen

De laatste jaren is het een trend om van (voormalige) bedrijventerreinen gemengde gebieden te maken, zoals wonen combineren met bedrijven. De bedrijven worden zo de stad uitgejaagd. Door het tekort aan woningen wordt op allerlei manieren creatief geprobeerd om waar dan ook wonen mogelijk te maken. Hoewel bij de lichtere vormen van bedrijvigheid wonen prima kan samenvallen, geldt in het algemeen dat bij bedrijven die wat meer geluiduitstoot produceren of verkeer aantrekken de combinatie niet gelukkig is. Persoonlijk vind ik dat gemeenten hier onvoldoende bij stilstaan. Met name in de situatie als ‘wonen’ op alles voorrang heeft. Naar de belangen van de zittende bedrijven wordt onvoldoende gekeken, met alle vervelende gevolgen vandien. Dit geldt eveneens voor bedrijfswoningen. Dit zijn woningen die vroeger bij een bedrijf behoorden en waar de ondernemer zelf woonde. De praktijk is meestal dat de woningen apart worden verkocht aan een derde die niet verbonden is met het bedrijf. Ook dit is een onwenselijke situatie voor de bestaande bedrijvigheid.

In een uitspraak van de Raad van State van 12 september 2018 geeft een gemeente wel het goede voorbeeld en wordt de gevraagde vergunning geweigerd. Wat was er aan de hand?

De initiatiefnemer heeft een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor het wijzigen van gebruik van een bedrijfswoning naar wonen (burgerwoning). De gemeente heeft die vergunning geweigerd. De Afdeling overweegt als volgt:

Het college is bij het besluit om de vergunning te weigeren (…) aangesloten bij de uitgangspunten van het geldende bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen’. Daar wordt voorop gesteld dat de bedrijfsfunctie de belangrijkste functie is in het plangebied en dat hoofduitgangspunt is dat de huidige ruimtelijk-functionele structuur wordt gehandhaafd en waar mogelijk wordt versterkt en opgewaardeerd. (…) Weliswaar is in beginsel juist dat beide soorten woningen niet tegen geluid worden beschermd indien zij zich op een gezoneerd bedrijventerrein bevinden, echter dit maakt niet dat het college de omgevingsvergunning voor het gebruiken van de bedrijfswoning als burgerwoning niet heeft mogen weigeren. Het college heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat het verlenen van de vergunning zowel ongewenst is omdat ter plaatse van de woning van appellant geen goed woon- en leefklimaat is gegarandeerd, als omdat dit de mogelijkheden van de op het bedrijventerrein aanwezige bedrijven beperkt. Lees meer in r.o. 4.1 van uitspraak ABRS 12 september, no. 201701695/1/A1