deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Laagfrequent geluid windturbines beroep heeft geen zin

Laagfrequent geluid windturbines – Beroep heeft geen zin

Het klinkt niet echt hoopgevend: ‘Beroep heeft geen zin’. Toch is dat wel de realiteit als we het hebben over de relatie gezondheid en windturbines. Het college van B&W heeft een omgevingsvergunning verleend voor de komst van 3 windturbines. De windturbines hebben een maximale ashoogte van 132 meter en een maximale tiphoogte van 120 meter.

laagfrequent geluid

Appellanten vrezen een aantasting van hun woon- en leefklimaat door de komst van de windturbines op een afstand van circa 900 m van hun woning. Zij betwisten onder meer de uitspraak van de rechtbank dat de geluidnormen uit artikel 3.14a van het Activiteitenbesluit milieubeheer voldoende bescherming bieden tegen laagfrequent geluid. Zij betogen dat bij het vaststellen van de geluidnormen in het Activiteitenbesluit onvoldoende rekening is gehouden met de ernstige hinder van en gezondheidseffecten van laagfrequent geluid van windturbines. Appellanten wijzen erop dat de kans op ernstige hinder bij de gehanteerde norm 8 tot 9% is.

Ten aanzien van het betoog van appellanten dat de rechtbank eraan voorbij is gegaan dat de veranderde inzichten wat betreft de hinderlijkheid van windturbinegeluid niet zijn verdisconteerd in de aan artikel 3.14a, eerste lid, van het Activiteitenbesluit ontleende geluidnormen, wijst de Afdeling naar hetgeen zij heeft overwogen in haar uitspraak (…). Hierin heeft zij geoordeeld dat geen grond bestaat voor de conclusie dat niet langer mag worden uitgegaan van de geluidnormen neergelegd in artikel 3.14a (…)” Lees meer in r.o. 6.5 en verder van uitspraak ABRS 8 april 2020, no. 201906195/1/R1.

Bel of mail voor meer informatie of advies over laagfrequent geluid

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Laagfrequent geluid bij treinen onderzoeken

Laagfrequent geluid bij treinen onderzoeken – aanvaardbaar woon- en leefklimaatlaagfrequent geluid

Het bestemmingsplan in kwestie heeft betrekking op de spoorlijn Roodeschool – Eemshaven. De bestaande spoorlijn wordt geschikt gemaakt voor personenvervoer, de spoorlijn wordt verlengd en er komt een nieuw treinstation.  Een tweetal agrariërs vrezen als gevolg van deze ontwikkelingen ernstige geluidsoverlast bij hun bedrijfswoningen.

Aangevoerd wordt dat onder meer de geluidbelasting als gevolg van de nieuwe halte niet is onderzocht. Op dit nieuwe station zullen treinen halteren. Het geluid afkomstig van deze halterende treinen zal leiden tot ernstige geluidhinder bij de bedrijfswoningen. Hierbij wordt erop gewezen dat de afstand tussen de bedrijfswoning en de halte slechts 60 meter bedraagt, in plaats van de 100 meter richtafstand ingevolge de VNG-brochure. Gelet hierop had volgens appellant akoestisch onderzoek moeten worden uitgevoerd. Verder wordt verwezen naar de hinder als gevolg van laagfrequent geluid als gevolg van halterende treinen.

De Raad van State overweegt als volgt: “In het deskundigenbericht staat dat het nieuwe station niet meer omvat dan een perron met een wachtvoorziening en een voorplein met enkele parkeerplaatsen en een fietsenstalling, zodat waarschijnlijk volstaan kan worden met een kleinere afstand dan de in de VNG-brochure gestelde afstand van 100 meter. Om met zekerheid te kunnen bepalen dat een afstand van 60 meter voldoende is, en het nieuwe station vanwege het aspect geluid ruimtelijk aanvaardbaar is, had een beschouwing van de geluidaspecten van het nieuwe station in de rede gelegen. Het deskundigenbericht vermeldt verder dat in de woning van appellant vanwege de halterende treinen laagfrequent geluid kan optreden waarmee in de VNG-brochure geen rekening is gehouden en dat nader onderzoek zal moeten uitwijzen in welke mate dit laagfrequent geluid in de woning van appellant optreedt. (…)”.

Zie verder r.o. 16.2 e.v. van uitspraak ABRS 19 juli 2017, no. 201600845/1/R3.

Vragen over laagfrequent geluid en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij woningen?

omgevingsjurist