deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Definitie bijbehorend bouwwerk bestemmingsplan en Bor

Definitie bijbehorend bouwwerk bestemmingsplan en Bor zijn verschillenddefinitie bijbehorend bouwwerk

In een bestemmingsplan is een definitie opgenomen van bijbehorend bouwwerk die afwijkt van de definitie bijbehorend bouwwerk in bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Volgens appellant wekt dit verwarring in de hand.

De raad stelt dat zij niet verplicht is om de aangehaalde definitie uit het Bor te gebruiken. In het bestemmingsplan is een ‘bijbehorend bouwwerk’, een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegenaan gebouwd gebouw of overkapping. Bijbehorende bouwwerken betreffen zowel aan- of uitgebouwde bijbehorende bouwwerken als vrijstaande bijbehorende bouwwerken en overkappingen. De planregels maken ruimtelijk onderscheid tussen het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken en voorzien daarmee in samenhang in een goede ruimtelijke ordening, aldus de raad (…).

De Afdeling stelt vast dat het de raad is toegestaan om in het bestemmingsplan af te wijken van de begripsbepaling van ‘bijbehorend bouwwerk’ die gebruikt is in het Bor. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (…) staat het de raad vrij om planregels vast te stellen die hij uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. In die uitspraak overweegt de Afdeling dat de regels in het Bor en de regels in een bestemmingsplan naast elkaar kunnen bestaan, waarbij geldt dat de planregels buiten toepassing blijven ten aanzien van bouwwerken waarop artikel 2 van bijlage II bij het Bor van toepassing is. Dit neemt niet weg dat een begripsomschrijving in een planregel duidelijk moet zijn.

De Afdeling is in dit geval van oordeel dat de planregels in dit opzicht niet duidelijk zijn. Lees meer in r.o. 6.4 van uitspraak ABRS 6 februari 2019, no. 201801541/1/R3.

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Tuincentrum en branchevreemde goederen bestemmingsplan

Tuincentrum en branchevreemde goederen:  vallen ook branchevreemde goederen onder de definitie van tuincentrum?

De casus die zich afspeelt in de uitspraak van ABRS 26 september 2012, no. 201107508/1/T1/R4 komt bijna in elke gemeente voor. Tuincentra zijn halve ‘Blokkers’ geworden. Naast de gebruikelijke tuinverwante producten, zoals bloemen, planten en potten, behoren tegenwoordig ook schalen, pannen en andere huishoudartikelen tot het assortiment van de wat grotere tuincentra.tuincentrum en branchevreemde goederen

Hoewel het voor de concurrentie in de binnenstad niet prettig is, is het de vraag is of dit in planologisch opzicht erg is. Met andere woorden, moet de gemeente zich hiermee bemoeien? 

Een exploitant van een tuincentrum stelt in beroep dat de definitie van ‘tuincentrum’ in het bestemmingsplan te nauw is. Volgens hem komt in de definitie tot uitdrukking dat het gebruikelijke assortiment van zijn tuincentrum ook de verkoop behoort van kamerplanten en aanverwante artikelen zoals potten, trendartikelen en decoratieve artikelen voor in huis. Hij stelt verder dat de raad ten onrechte dierbenodigdheden aanduidt als branchevreemde goederen.

De definitie van tuincentrum in het bestemmingsplan luidt: 

een detailhandelsbedrijf met een al dan niet overdekte verkoopvloeroppervlakte, waar levende en niet-levende artikelen voor tuininrichting, tuindecoratie, planten en daaraan verwante artikelen ten verkoop worden aangeboden”.

Volgens de raad is de verkoop van niet-tuingerelateerde dierenspeciaalproducten, behoudens voorzover het een oppervlakte betreft van 150 m², niet toegestaan. Uitgangspunt is volgens de raad de Detailhandelsvisie van de gemeente. Hierin is opgenomen dat op perifere locaties, zoals het tuincentrum, alleen plek is voor branches die door hun aard (volumineus)  niet thuishoren in de binnenstad. Dierenspeciaalzaken zijn volgens de raad geschikt om zich in de binnenstad te vestigen.

De Afdeling overweegt over de kwestie tuincentrum en branchevreemde goederen: “Bij een tuincentrum moet in het algemeen worden gedacht aan de verkoop van artikelen die in directe relatie staan tot tuininrichting en               -onderhoud. Gelet hierop heeft de raad, in aansluiting op de Detailhandelsvisie, zich naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat in tuincentra verkochte dierenbenodigdheden kunnen worden aangemerkt als branchevreemde goederen”. 

Naar mijn mening moet de gemeente zich niet langer met het assortiment van de detailhandel bemoeien. Het levert in de praktijk erg lastige situaties op. Ook voor de gemeente zelf. Zelf heb ik bij een gemeente meegemaakt hoe lastig het is voor bijv. handhavingsambtenaren. Zij moeten bij een verzoek om handhaving van de concurrentie controleren of een bepaald product al dan niet tot het gebruikelijke assortiment behoort: Pannen wel? Kerstslingers niet? Het is niet te doen.