deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

geluidsoverlast hondenkennel in bestemmingsplan rechtsonzeker

Geluidsoverlast hondenkennel in bestemmingsplan rechtsonzeker

Hondenkennels kunnen voor overlast zorgen voor omwonenden vanwege blaffende honden. Voor een hondenkennel die al 20 jaar aanwezig is in het plangebied heeft de gemeente een algemene gebruiksregel opgenomen in het bestemmingsplan: ‘onder het gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt niet verstaan het gebruik van het perceel (…) voor een hondenkennel in een omvang zoals die aanwezig was op het moment van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan. Het perceel heeft de bestemming Wonen. Appellant die geluidsoverlast ervaart van blaffende honden (geluidsoverlast hondenkennel), heeft hiertegen beroep ingesteld.

De Afdeling stelt voorop dat een kennel als de onderhavige met binnen- en buitenkennels en waarbij een groot aantal honden wordt gehouden, gezien de ruimtelijke uitstraling ervan, niet zonder meer toelaatbaar is in een woonbestemming. Wel kan de raad dit in een bestemmingsplan mogelijk maken indien gebleken is dat het woon- en leefklimaat in de omgeving daardoor niet onevenredig wordt aangetast. 

Volgens de bestreden planregel is toegestaan een hondenkennel in een omvang zoals hij aanwezig was op het moment van terinzagelegging van het ontwerpplan waarbij de honden zowel binnen als buiten mogen worden gehouden, zoals het is toegestaan de honden op het gehele perceel binnen en buiten te houden. (…) Nu aldus niet duidelijk is wat de toegestane omvang, situering en aard van de hondenkennelactiviteiten op het perceel zijn, is de bestreden planregel rechtsonzeker (…).” Lees meer in r.o. 21 van uitspraak ABRS 16 maart 2016, no. 201501702/1/R4.

 

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Maximum aantal honden en bestemming wonen

Maximum aantal honden en bestemming Wonen

De gemeente heeft onder oplegging van een last onder dwangsom een bewoner aangeschreven om het aantal honden terug te brengen tot maximaal 7. Voor het perceel waar de woning is gesitueerd geldt een woonbestemming. Dat het voor een gemeente niet zo gemakkelijk is om aan te tonen dat het houden van 11 honden in strijd is met een woonbestemming, bewijst deze uitspraak. Zie m.n. rechtsoverweging 2.4 van uitspraak ABRS 18 september 2013, no. 201203383/1/A4.

De Afdeling overweegt: “De vraag of het houden van 11 honden in de woning in strijd is met artikel (…) van de bestemmingsplanvoorschriften, moet worden beoordeeld aan de hand van de ruimtelijke uitstraling die dat gebruik gezien aard, omvang en intensiteit heeft. Bepalend is of deze uitstraling van dien aard is, dat deze planologisch gezien niet meer met de woonfunctie valt te rijmen. Het aantal van 11 volwassen honden kan een aanwijzing vormen dat in strijd met de op de woning rustende woonbestemming wordt gehandeld, maar is op zichzelf niet voldoende om die conclusie te trekken. Het college heeft ontoereikend gemotiveerd op grond waarvan het houden van de honden, voor zover dat in de woning plaatsvindt, in dit geval in strijd met de woonbestemming moet worden geacht. 

omgevingsjurist

 

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Hondenkennel niet in strijd met bestemming Wonen

Hondenkennel niet in strijd met bestemming ‘Wonen’

Een wat opmerkelijke uitspraak van de Afdeling die ruimte biedt voor hondenliefhebbers. De gemeente had een last onder dwangsom opgelegd voor het houden en fokken van 8 honden. Volgens de gemeente was dit gebruik in strijd met het bestemmingsplan. In de woning waren 5 hondenbenches aanwezig, in de schuur 6 hondenhokken en in een deel van de tuin was een hondenren met een hondenhok opgericht.

De Afdeling overweegt als volgt: “De vraag of het door appellante van het perceel gemaakte gebruik ten behoeve van het houden van 8 honden in strijd is met de bestemming ‘Wonen-1’, dient te worden beoordeeld aan de hand van de ruimtelijke uitstraling die dat gebruik gezien zijn aard, omvang en intensiteit heeft. Bepalend is of deze uitstraling van dien aard is dat deze planologisch gezien niet meer valt te rijmen met de woonfunctie van het betrokken perceel. 

Anders dan de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de ruimtelijke uitstraling van de door appellante gehouden honden niet leidt tot strijd met de op het perceel rustende woonbestemming. Appellante heeft ter zitting onweersproken gesteld dat met de honden niet wordt gefokt. Het college is daarin het besluit (…) ten onrechte van uitgegaan. Dat in de woning en schuur benches en hondenhokken aanwezig zijn en dat in een deel van de tuin een hondenren met een hondenhok is opgericht waarin de honden overdag verblijven, geeft onvoldoende grond voor het oordeel dat het hobbymatig houden van 8 honden zich niet verhoudt met de woonbestemming. Nu appellante niet in strijd met de bestemmingsplanvoorschriften heeft gehandeld, heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat het college bevoegd was handhavend op te treden. Het betoog slaagt.”

Zie uitspraak ABRS 29 mei 2013, no. 201207898/1/A1