Gemeente moet concrete bouwaanvraag behandelen

Gemeente moet concrete bouwaanvraag behandelen

De gemeente heeft een nieuw bestemmingsplan voor het buitengebied ter inzage gelegd. Appellant heeft gedurende de ontwerpfase van het concrete bouwaanvraagbestemmingsplan een verzoek ingediend (voor een bouwaanvraag) voor een woonbestemming met de mogelijkheid ter plaatse 3 woningen te bouwen. Volgens appellant heeft de gemeente onzorgvuldig gehandeld door bij de voorbereiding van het plan geen rekening te houden met zijn verzoek om planologische medewerking voor woningbouw. Volgens hem was de raad bekend met zijn bouwplan, zodat de raad het verzoek had kunnen betrekken bij de voorbereiding van het plan.

De Afdeling overweegt als volgt: “In het stelsel van de Wro is een bestemmingsplan het ruimtelijk instrument waarin de wenselijke toekomstige ontwikkeling van een gebied wordt neergelegd. De raad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met een particulier initiatief betreffende ruimtelijke ontwikkelingen, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid ervan kan worden beoordeeld. (…)

Het staat vast dat appellant zijn aanvraag om omgevingsvergunning heeft ingediend bij het college van b&w. Een aantal dagen later is het ontwerpplan ter inzage gelegd. De raad heeft ter zitting bevestigd dat hij tijdig op de hoogte is geweest van de wensen van appellant om op hun gronden woningen op te richten. Ook waren de bouwplannen volgens de raad voldoende concreet.(…). Zie verder r.o. 3.1 van uitspraak ABRS 9 maart 2016, no. 201504187/1/R1.

Ter inzage legging bestemmingsplan: 2 verschillende verbeeldingen ter inzage

Ter inzage legging bestemmingsplan – 2 verschillende verbeeldingen ter inzage

Verschoonbaarheid en zienswijzen

Dat er bij het al dan niet indienen van zienswijzen tegen ontwerp bestemmingsplannen meer kennis mag worden verwacht van een professional dan van een leek, lijkt me niet meer dan logisch. Deze uitspraak van de Afdeling 24 december 2013 bevestigt dit uitgangspunt nog eens. Wat was er aan de hand?

Ter inzage legging bestemmingsplan – Een professionele vastgoedpartij had geen zienswijze ingediend tegen een ontwerp bestemmingsplan dat ter inzage lag. Vervolgens heeft deze partij wel beroep ingesteld bij de Raad van State. De gemeente betoogt dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De vastgoedpartij stelt zich op het standpunt in beroep dat zij tijdens de terinzagelegging de papieren en digitale verbeelding van het ontwerpplan wel heeft geraadpleegd, maar dat deze geen aanleiding gaven voor het indienen van een zienswijze. Later bleek dat de door deze partij geraadpleegde kaart de oude kaart was van het destijds geldende bestemmingsplan. Dit is ook vast komen te staan tijdens de zitting bij de Raad van State.

De Afdeling heeft echter geen medelijden met de vastgoedpartij en zegt het volgende:

“Vaststaat dat de twee verbeeldingen die zij tijdens de periode van terinzagelegging kennelijk heeft geraadpleegd, uiterst verschillend zijn. Naar het oordeel van de Afdeling had juist die omstandigheid voor (…) aanleiding moeten geven om een zienswijze in te dienen of op zijn minst bij de gemeente navraag te doen. Zonder zich ervan zeker te stellen welke ontwerpverbeelding de juiste was, had zij er in dit geval niet op mogen vertrouwen dat voor het betrokken perceel niets zou wijzigen. Voor zover (…) nog heeft aangevoerd dat de raad zowel de papieren als de digitale verbeelding gedurende de terinzagelegging moet hebben vervangen in verbeeldingen waarop wel een wijziging in de maximale goot- en bouwhoogte voor voornoemd perceel was voorzien, is de Afdeling onder deze omstandigheden van oordeel dat daar verder geen aanwijzingen voor zijn en dat (…) dit geen afbreuk doet aan de aan (…) verweten gedraging geen zienswijze in te dienen of geen navraag bij de raad over de verschillende verbeeldingen te hebben gedaan.”

Zie uitspraak ABRS 24 december 2013, no. 201300395/1/R2.

 

belanghebbende bestemmingsplan en vooraf in kennis stellen nieuw bestemmingsplan

Belanghebbende bestemmingsplan en persoonlijk op de hoogte stellen nieuw bestemmingsplan

In de praktijk merk ik dat velen nogal verontwaardigd zijn dat de gemeente hun niet persoonlijk op de hoogte stelt van een nieuw bestemmingsplan. Dit is in de praktijk voor de gemeente echter niet te doen. Mede gezien het aantal bewoners dat vaak bij een bestemmingsplan betrokken is. Dat deze ‘verplichting’ er zelfs niet is bij een regelmatig contact tussen een belanghebbende en de gemeente maakt een uitspraak van de Afdeling duidelijk van 4 september 2013, (no. 201210656/1/R1.

Volgens appellant is hij met de gemeente sinds 2008 al in gesprek over de verkoop van een perceel aan appellant. Bij deze besprekingen heeft appellant de gemeente gevraagd hem op de hoogte te houden van eventuele planologische procedures voor het perceel. Volgens hem heeft de gemeente onzorgvuldig gehandeld jegens hem. Het kan hem niet verweten worden dat hij niet tijdig een zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerp bestemmingsplan.

De Afdeling overweegt: “dat de kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerpbesluit overeenkomstig de wettelijke voorschriften heeft plaatsgevonden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) noch enig ander wettelijk voorschrift bevat de verplichting om eventuele belanghebbenden persoonlijk in kennis te stellen van de terinzagelegging van een ontwerpbestemmingsplan. De regelmatige contacten tussen (…) en de gemeente over de eventuele aankoop van het perceel (…) zijn geen omstandigheden die met zich brengen dat de gemeente desondanks gehouden zou zijn om (…) persoonlijk in kennis te stellen van de voorbereiding van het bestemmingsplan. Omdat (…) over het ontwerp van het bestemmingsplan geen zienswijzen naar voren heeft gebracht behoefde de raad op de voet van artikel 3:44, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb evenmin een exemplaar van het besluit aan haar toe te zenden. Het is aan (…) appellant om de ruimtelijke ontwikkelingen en de daarop betrekking hebbende publicaties ter zake te volgen. (…) Het beroep is niet-ontvankelijk.”

omgevingsjurist

Mondelinge zienswijze bij besluitvorming bestemmingsplan betrekken

Mondelinge zienswijze bij besluitvorming bestemmingsplan betrekkenmondelinge zienswijze

Dien altijd een schriftelijke zienswijze in (geen mondelinge). Tegen een ontwerp bestemmingsplan kan zowel schriftelijk als mondeling een zienswijze (bezwaar) worden ingediend bij de gemeenteraad. Mondelinge zienswijzen zijn in de praktijk erg lastig voor de gemeente en leveren bovendien extra werk op. Dit komt omdat van de mondelinge zienswijze een verslag moet worden gemaakt. Het verslag leidt heel vaak tot misverstanden en extra correspondentie tussen reclamant en gemeenteambtenaar. Reclamant kan bijvoorbeeld vinden dat zijn mondeling geuite zienswijze niet naar behoren is verwoord in het verslag en eist aanpassing. Vervolgens moet het verslag weer worden aangepast, etc. Met een schriftelijke zienswijze kan dit voorkomen worden.

In een uitspraak van 8 februari 2012, no. 201009732/1/R3 van de Afdeling komt bovengenoemde problematiek aan de orde. Tijdens de terinzagelegging van het ontwerpplan hadden appellanten meermalen telefonisch contact gehad met een ambtenaar van de gemeente. In deze telefoongesprekken hadden zij aangegeven dat ze bezwaren hebben tegen het plan. Vervolgens werden ze uitgenodigd bij de gemeente om hun bezwaren nader toe te lichten. De ambtenaar in kwestie had geen verslag gemaakt van de gesprekken. De mondeling geuite zienswijze was vervolgens niet bij de besluitvorming betrokken. Het beroep wordt door de Afdeling gegrond verklaard.

omgevingsjurist

 


Nader onderzoek tot stand gekomen na terinzagelegging ontwerp bestemmingsplan – reclamanten in kennis stellen en gelegenheid bieden te reageren

Nader onderzoek naar aanleiding van zienswijzen In de praktijk komt het nog wel eens voor dat naar aanleiding van zienswijzen, een nader onderzoek wordt gestart naar datgene waar in de zienswijze op is gewezen. Is het bestuursorgaan in dat geval verplicht om degenen die zienwijzen hebben ingediend persoonlijk op de hoogte te stellen van dat onderzoek? Of is een publicatie op de gemeentelijke website voldoende?

Overweging Afdeling Uit de Wet ruimtelijke ordening noch enige andere wettelijke bepaling volgt dat de raad gehouden is indieners van zienswijzen door toezending dan wel terinzagelegging in kennis te stellen van stukken met betrekking tot het plan die na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan aan hem bekend worden. Onder omstandigheden kan echter uit het oogpunt van een zorgvuldige voorbereiding van het plan aanleiding bestaan betrokkenen in kennis te stellen van dergelijke nadere stukken en aan hen gelegenheid te bieden daarop te reageren.

In deze casus ging het om een nader verkeersonderzoek. Naar het oordeel van de Afdeling lag het in de rede het onderzoek ter inzage te leggen dan wel deze aan betrokkenen toe te zenden en hen in de gelegenheid te stellen hierop te reageren. Nu de raad dit heeft nagelaten, is het bestreden besluit in zoverre niet genomen met de bij het voorbereiden van een besluit te trachten zorgvuldigheid. Zie verder r.o. 2.4.1 van uitspraak ABRS 9 november 2011, no. 201002780/1/R1.