deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Geluidsoverlast dakterras moeilijk aan te tonen

Geluidsoverlast dakterras moeilijk aan te tonengeluidsoverlast dakterras

  • geluidsoverlast dakterras
  • aanvaardbaar woon- en leefklimaat
  • contactgeluid
  • stemgeluid

Met name in binnensteden van grote steden zijn dakterrassen geliefd bij bewoners. Op een zomerse dag gebruik maken van het dakterras is dan ook erg populair. Het is echter ook een bron van burenruzies. Stemgeluid, contactgeluid of harde muziek kunnen leiden tot ergernissen. Uit deze uitspraak blijkt ook weer eens hoe moeilijk het is om aan te tonen in een stedelijke omgeving dat er sprake is van onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat.

De gemeente Amsterdam heeft een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een dakterras op de achterzijde van het dak. Het dakterras bestaat uit houten planken en wordt afgeschermd met een hekwerk van 1 meter hoog. Het dakterras is in strijd met het geldende bestemmingsplan.

De onderbuurman is niet blij met het terras vanwege contactgeluid en stemgeluid. Hij vreest dan ook een aantasting van zijn woon- en leefklimaat. Het dakterras is volgens hem boven zijn slaapkamer voorzien.

De Afdeling overweegt als volgt: “Niet onaannemelijk is immers dat enige geluidhinder in zijn woning kan optreden. De enkele omstandigheid dat hinder optreedt, betekent echter nog niet dat voor het dakterras niet in redelijkheid een omgevingsvergunning kon worden verleend. (…) Enige hinder is immers inherent aan wonen in een stedelijke omgeving. Van belang is bij het gebruik van het dakterras nog een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Voor de beoordeling daarvan maakt het niet uit of de ruimte in de woning van appellant die direct onder het dakterras ligt, in gebruik is als slaapkamer of als keuken. Het betreft immers beide vertrekken met een verblijfsfunctie. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft geconcludeerd dat van onaanvaardbare geluidhinder in dit geval geen sprake is. 

Aan het door appellant overgelegde rapport (…) komt niet de betekenis toe die hij daaraan toegekend wil zien. In het rapport staat dat de geluidwerendheid van het houten dak van appellant laag is (…). Het algemeen bestuur heeft er bij de toetsing vanuit mogen gaan dat het dak van appellant voldoet aan de eisen die het Bouwbesluit stelt. (…). Lees verder in r.o. 6 van uitspraak ABRS 6 maart 2019, no. 201800833/1/A1.

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Dakterras en schuin uitzicht van buren

Dakterras en schuin uitzicht van buren

  • artikel 5:50 BW
  • evidente privaatrechtelijke belemmering
  • omgevingsvergunning
  • uitzicht buren op terras

dakterras

Dakterrassen kunnen een bron van ergernis vormen in stedelijke gebieden. Met name het aspect privacy (uitzicht) speelt vaak een rol. Wat is wel geoorloofd en wat levert hinder op? Het zal van geval tot geval verschillen. Iedereen ervaart dit anders. In deze zaak van de Raad van State komt dit uitvoerig aan de orde. Wat was er aan de hand?

De gemeente heeft een omgevingsvergunning verleend voor het vergroten van een woning. Het bouwplan bestaat onder meer uit het wijzigen van een dakterras voor een woning in de binnenstad en het toevoegen van een loggia aan de voorzijde. Het erf van appellant grenst direct aan het perceel en gaat het om schuin uitzicht op het dakterras.

De Afdeling is van oordeel dat uit de bewoordingen van artikel 5:50 van het BW kan worden afgeleid dat er een verschil bestaat tussen rechtstreeks uitzicht, rechthoekig gemeten vanaf de opening, en schuin uitzicht. Uit de bewoordingen van artikel 5:50 BW kan naar het oordeel van de Afdeling niet zonder meer worden afgeleid dat onder het daarin verwoorde verbod ook het schuin uitzicht dient te worden begrepen. De Afdeling is dan ook van oordeel dat het schuin uitzicht zoals hier aan de orde geen evidente privaatrechtelijke belemmering oplevert. De rechtbank heeft daarom ten onrechte overwogen dat een privaatrechtelijke belemmering aan de verlening van de omgevingsvergunning in de weg staat.

Lees verder in uitspraak ABRS 31 oktober 2018, no. 201702237/1/A1

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

Geluid dakterras accepteren of niet?

Geluid dakterras accepteren of niet?geluid dakterras

In de binnenstad kan op zomerse dagen allerlei geluid ontstaan dat niet voor iedereen wenselijk is. Vaak is dat muziek of menselijk stemgeluid. Iedereen ervaart dit anders. Voor de een is dat gezelligheid en de ander ervaart het als storend. In veel bestemmingsplannen voor binnensteden is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen om op daken van woningen dakterrassen aan te leggen. Indien aan de voorwaarden wordt voldaan verleent de gemeente in principe de omgevingsvergunning. Het vervelende is dat de buren vaak niet worden ingelicht en dat de onderlinge verhoudingen zo ernstig verstoord worden.

Eén van de voorwaarden is vaak dat er geen onevenredige geluidsoverlast mag optreden. Wat is ‘onevenredige geluidsoverlast’? Dit is een zeer breed begrip waar van alles onder kan vallen: stemgeluid, muziek, etc. In een uitspraak van de Raad van State van 12 september 2018 ging het ook over deze problematiek. De casus speelt zich af in de gemeente Amsterdam.

De gemeente heeft een omgevingsvergunning verleend voor het intern wijzigen van de zolderverdieping tot een woongedeelte en een dakterras. De Afdeling geeft het volgende aan (omgevingsvergunning geluid dakterras):

Bij een dergelijke beslissing moet het algemeen bestuur alle betrokken belangen tegen elkaar afwegen in dit geval ligt ter toetsing de vraag voor of in dit geval het algemeen bestuur in redelijkheid meer gewicht heeft kunnen toekennen aan de belangen die zijn gebaat bij het verlenen van de vergunningen dan aan de belangen die zijn gebaat bij de weigering daarvan. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling (…) volgt dat aan het wonen in een verstedelijkte omgeving enige mate van geluidhinder en een zekere mate van inbreuk van privacy inherent is (…). Dit laat onverlet dat het bevoegd gezag per geval zal moeten beoordelen of er geen onvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat plaatsvindt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het algemeen bestuur zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de afname van privacy van appellant en anderen door de realisatie van de dakterrassen relatief beperkt is. (…) Het belang van scheppen van buitenruimte voor bewoners in een stedelijke omgeving weegt daarbij zwaar. “Lees meer in r.o. 3.2. 

Met zinsnedes als ‘in redelijkheid’, ‘enige mate van geluidhinder’ en ‘relatief beperkt’ kan de praktijk niet veel. Het kan alle kanten opgaan. Naar mijn opvatting zouden gemeenten moeten vaststellen wat een acceptabel geluidniveau is in een binnenstad. Voor iedereen is dan duidelijk welke grenzen de gemeente hanteert. Nu is het voor buren vrijwel onmogelijk succesvol geluidsoverlast te bestrijden. Nog afgezien van het feit dat het bespreekbaar maken van geluidsoverlast tussen buren onderling nog altijd het beste is.

deel dit artikel: Print this page
Print
Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email

geluidhinder dakterras dulden in stedelijke omgeving

Geluidhinder dakterras dulden in stedelijke omgevinggeluidhinder dakterras

De vraag is natuurlijk hoeveel geluidhinder dient men te dulden als inwoner van een stad. Wat geluidhinder is is vrij moeilijk te definiëren omdat de een gevoeliger voor geluid is dan de ander. Het komt echter veelvuldig voor in de gemeentelijke praktijk dat er klachten worden geuit over geluidhinder: geluid van schreeuwende kinderen, kinderdagverblijven, buren, etc.

In een uitspraak van de Raad van State van 31 mei 2017 komt geluidhinder aan de orde bij het mogelijk maken van een dakterras in Amsterdam. De initiatiefnemer wil graag de bestaande serre vervangen door een uitbouw met daarop een dakterras. De gemeente heeft via een ontheffing een omgevingsvergunning verleend.

Volgens appellant moet een onderscheid worden gemaakt tussen de voor- en achtergevel. Omdat de geluidhinder aan de voorgevel al groot is, dient aan de achtergevel niet lichtvaardig te worden omgesprongen met het waarborgen van een aanvaardbaar geluidsklimaat.

De Raad van State overweegt als volgt over geluidhinder dakterras: “De rechtbank heeft terecht overwogen dat het algemeen bestuur zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat in een dicht bebouwde stedelijke omgeving als hier aan de orde enige geluidhinder niet onaanvaardbaar is. Dat de uitbouw met dakterras aan de achtergevel is gelegen, maakt dat niet anders. In een dicht bebouwde stedelijke omgeving zal ook aan de achtergevel enige geluidhinder moeten worden geduld. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de toename van de geluidhinder zodanig groot zal zijn, dat het algemeen bestuur in redelijkheid geen ontheffing heeft kunnen verlenen. (…) Daargelaten dat artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit in deze zaak niet rechtstreeks van toepassing is, aangezien het hier niet gaat om een inrichting, kan uit die rapporten niet worden afgeleid dat de geluidhinder uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbaar is. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de woonbestemming door dit bouwplan niet wordt gewijzigd, het dakterras een beperkte omvang heeft, zodat daarop slechts een beperkt aantal personen tegelijkertijd aanwezig kan zijn, in de tuin op het perceel en die omliggende percelen nu ook al personen kunnen verblijven en in grotere aantallen dan op het dakterras en dat in een dicht bebouwde stedelijke omgeving ook aan de achtergevel enige geluidhinder moet worden geduld. (…)”.

Lees meer in uitspraak ABRS 31 mei 2017, no. 201603190/1/A1

Vragen over geluid en een goede ruimtelijke ordening?

omgevingsjurist