lichtmasten sportveld en geluid omwonenden

Lichtmasten sportveld en geluidhinder omwonenden. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat?lichtmasten sportveld

De gemeente Bloemendaal heeft een reparatieplan vastgesteld om lichtmasten bij hockeyvelden mogelijk te maken. De lichtmasten zijn 18 meter hoog. Omwonenden zijn hier niet blij mee en voeren in beroep aan dat de vrees bestaat dat hun woon- en leefklimaat wordt aangetast. In de uitspraak wordt tevens ingegaan op natuuraspecten en cultuurhistorische waarden in relatie tot de lichtmasten. Dat wordt hier verder niet besproken.

De Hockeyclub wil de lichtmasten plaatsen om zo hun trainingscapaciteit te vergroten. Appellanten vrezen ernstige geluidsoverlast als gevolg van het gebruik van de lichtmasten, omdat de betreffende velden intensiever zullen worden gebruikt. Er wordt verder volgens hen niet voldaan aan de richtafstand van 50 meter ingevolge de VNG-brochure. Deze afstand wordt aanbevolen tussen woningen en een veldsportcomplex.

Volgens de raad hoefde hij niet te onderzoeken of de lichtmasten tot onaanvaardbare geluidhinder zullen leiden. Dit omdat de lichtmasten volgens de gemeente niet leiden tot een wijziging van de representatieve bedrijfssituatie op de betreffende velden. Volgens de gemeente is bij de beoordeling of geluidoverlast aanvaardbaar is alleen de representatieve bedrijfssituatie relevant. Dat is de bedrijfssituatie die zich vaker dan 12 maal per jaar voordoet. In de huidige situatie worden de betreffende sportvelden al vaker dan 12 maal per jaar gebruikt, maar dat is volgens de gemeente planologisch toegestaan. Weliswaar zal de representatieve bedrijfssituatie vaker optreden, maar dat is volgens de gemeente geen relevante omstandigheid. [lichtmasten sportveld]

De Afdeling overweegt als volgt: “De raad heeft ten onrechte niet onderzocht wat de gevolgen van het gebruik van velden 3 en 4 met lichtmasten zullen zijn voor de geluidbelasting van de woningen (…). In de VNG-brochure wordt voor het aspect geluid een richtafstand van 50 meter aanbevolen tussen een veldsportcomplex en een rustige woonwijk. Aan deze richtafstand wordt niet voldaan, omdat de afstand tot de dichtstbij gelegen woning (…) ongeveer 37 meter is. Een kleinere afstand dan 50 meter kan ruimtelijk aanvaardbaar zijn, maar de raad had dat moeten onderbouwen met een onderzoek. Het kan aanvaardbaar zijn als de representatieve bedrijfssituatie vaker zal optreden, maar om dat te kunnen beoordelen moet inzichtelijk zijn hoe hoog de geluidbelasting in de representatieve bedrijfssituatie is. Daar komt bij dat uit het aanvullend lichthinderonderzoek volgt dat de lichtbelasting op de woning (…) hoog zal zijn. De betogen slagen.”

Zie verder uitspraak ABRS 20 februari 2019, no. 201709283/1/A1.

Vragen over aanvaardbaar woon- en leefklimaat in relatie tot sportvelden?

Bel 06-55897008 of mail.

Lichtmasten borg ter voorkoming van negatieve effecten van lichtmasten op diersoorten de maatregelen in planregels van het bestemmingsplan

Lichtmasten – Borg ter voorkoming van negatieve effecten van verlichting op beschermde dieren bij recreatiepark in planregels van het bestemmingsplan  de benodigde maatregelen

De gemeente heeft een nieuw bestemmingsplan opgesteld voor een recreatiepark. Het plan maakt een uitbreiding mogelijk van 125 recreatiewoningen en bijbehorende voorzieningen. Appellanten vrezen in beroep dat de verlichting op het terrein negatieve effecten zal veroorzaken voor beschermde diersoorten die in de omgeving van het recreatiepark voorkomen. Zij voeren aan dat het aantal lichtmasten op het nieuwe recreatiepark in de planregels had moeten worden begrensd. De raad voert aan dat op grond van het Activiteitenbesluit maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld met betrekking tot lichthinder. Verder is in het bestemmingsplan de mogelijkheid opgenomen om nadere eisen te stellen aan de situering van terreinverlichting. De gemeente heeft het aspect verstoring door verlichting laten onderzoeken. In het rapport staan maatregelen genoemd over het voorkomen van lichthinder voor diersoorten op het terrein. De Afdeling geeft aan: “De planregels garanderen echter niet dat deze maatregelen daadwerkelijk worden getroffen. De (…) vermelde bepalingen bevatten immers slechts een bevoegdheid, en geen verplichting, voor het college van b&w om nadere eisen te stellen ter voorkoming van hinderlijke lichtuitstraling en negatieve beïnvloeding van dieren. (…) Het bestreden besluit dient te worden vernietigd.”

Zie uitspraak ABRS 10 juli 2013, no. 201200312/1/R4

Lichtmasten paardenhouderij en een goede ruimtelijke ordening

Lichtmasten paardenhouderij en een goede ruimtelijke ordeninglichtmasten paardenhouderij

Paardenhouderijen in het buitengebied blijven de gemoederen bezig houden. Er zijn tal van gemeentelijke beleidsnotities aan gewijd. Is het niet vanwege het vreemde en flinterdunne onderscheid tussen het opfokken of fokken van paarden, dan wel vanwege het plaatsen van lichtmasten bij paardenbakken. Het ruimtelijk relevante onderscheid tussen koeien in de weide of paarden ontgaat mij geheel.

Uit mijn woorden blijkt al mijn ergernis over dit soort vraagstukken. Wellicht dat ze paardenhouderijen en maneges voortaan naar de dorpskern kunnen verplaatsen. Weg met die paarden uit het buitengebied.

Lichtmasten paardenhouderij – In een uitspraak van de Afdeling van 9 mei 2012 komt de plaatsing van lichtmasten aan de orde nabij een paardenhouderij. Het gaat hier om een reeds bestaande paardenhouderij die met het bestemmingsplan wordt gelegaliseerd. Het bestemmingsplan laat verder lichtmasten toe met een maximale hoogte van 6 m. Volgens de bewoners van een nabij gelegen woning – afstand tot woning is 40 meter – wordt met de lichtinval het woon- en leefklimaat aangetast.

De Afdeling overweegt in eerste instantie dat in de planregels ten onrechte geen beperking is aangebracht ten aanzien van het aantal lichtmasten. Evenmin is ten onrechte niet de plaats bepaald van de masten. Volgens de Afdeling had de raad moeten onderbouwen dat er met de plaatsing van de lichtmasten geen aantasting van het woon- en leefklimaat plaatsvindt.

Ter zitting werd duidelijk dat de eigenaresse voornemens is maximaal 6 lichtmasten te plaatsen bij de buitenbak op een afstand van tenminste 65 meter van de woningen. Volgens de raad is een regeling in de planregels niet nodig, omdat de paardenhouderij valt onder het Besluit landbouw milieubeheer en daarin het gebruik van verlichting tijdens de nachtelijke uren nader is gereguleerd.

De Afdeling draait bij en concludeert vervolgens dat een nadere regeling in de planregels ten aanzien van de lichtmasten niet noodzakelijk is, gezien het bepaalde in het Besluit landbouw milieubeheer en de afstand van 65 meter tussen de lichtmasten en de woningen.

Tip voor de praktijk: Hoewel de Afdeling uiteindelijk concludeert dat een nadere regeling in de planregels van het bestemmingsplan niet nodig is, raad ik aan om in elk geval in de toelichting van het bestemmingsplan aandacht te besteden aan lichtmasten bij paardenhouderijen of maneges en eventuele hinder voor omliggende woningen. Betrek hierin de ook de feitelijke afstand van de lichtmasten tot de omliggende woningen. Ook kan m.i. een beperking in het aantal lichtmasten in de planregels geen kwaad, ondanks het bepaalde in het Besluit landbouw milieubeheer. Immers in het bestemmingsplan vindt de toets met betrekking tot een goede ruimtelijke ordening plaats en niet in het Besluit landbouw milieubeheer.

omgevingsjurist