Nieuw schoolgebouw met kruimelomgevingsvergunning?

Nieuw schoolgebouw met kruimelomgevingsvergunning?

nieuw schoolgebouw

De gemeente Amsterdam heeft een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een basisschool. Volgens het aanvraagformulier gaat het om een basisschool bestaande uit 2 bouwlagen en lessenaarsdaken. In de ruimten onder de helling van de lessenaarsdaken worden de technische installaties van de school geplaatst. De afmetingen van het gebouw zijn 55 m x 25 m.

Appellanten kunnen zich niet verenigen met het nieuwe schoolgebouw omdat zij de impact van het gebouw te groot vinden.

Volgens appellanten is de rechtbank er ten onrechte aan voorbij gegaan dat in dit geval een geheel nieuw hoofdgebouw wordt opgericht en dat daarvoor de regeling van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo, juncto artikel 4 van bijlage II van het Bor, niet geldt.

De Raad van State overweegt: “Anders dan appellant betoogt, staat daaraan niet in de weg dat een nieuw hoofdgebouw wordt opgericht, mits aan het vereiste dat sprake is van een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van Bijlage II van het Bor, wordt voldaan. Dat is hier het geval, nu het gaat om een uitbreiding van een hoofdgebouw en het hoofdgebouw als zodanig op grond van het bestemmingsplan is toegestaan. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (…) is toepassing van artikel 4, aanhef en eerste lid, van bijlage II van het Bor, niet beperkt tot een reeds bestaand gebouw (…). Het algemeen bestuur heeft verder terecht (…) betoogd dat is beoogd de reikwijdte van artikel 4 van het Bor te verruimen. (…) Deze afwijkingsmogelijkheid geldt met ingang van deze wijziging ook voor niet op de grond gelegen bijbehorende bouwwerken, zoals kelders en aan- en uitbouwen op hoger gelegen verdiepingen

Lees meer in r.o. 5.1 van uitspraak ABRS 25 april 2018, no. 201606780/1/A1.

Stemgeluid kinderen en overschrijding geluidnormen bestemmingsplan

Stemgeluid kinderen en overschrijding geluidnormen – maatregelen in bestemmingsplan

Uitbreidingen van schoolgebouwen in een bebouwde omgeving leveren steevast reacties op. Vaak wordt geageerd tegen mogelijke toename van stemgeluid van kinderen. Zo ook hier in de casus die zich afspeelt in uitspraak ABRS 22 augustus 2012, no. 201105998/1/R3.

Buurtbewoners stellen dat het plan tot een uitbreiding van de bestaande school zal leiden tot een onaanvaardbare toename van de geluidsoverlast vanwege stemgeluid. Volgens hen heeft de gemeente zich bij de vaststelling van het plan niet mogen baseren op het akoestisch onderzoek, nu in het onderzoek niet is uitgegaan van de maximaal toegestane 11 leslokalen. Voorts volgt uit het akoestische onderzoek dat de geluidnormen uit het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Barim) worden overschreden. Volgens de bewoners leidt deze onaanvaardbare toename van de geluidsoverlast tot strijd met een goede ruimtelijke ordening.

De Afdeling overweegt “dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan mogelijke geluidhinder voor omwonenden, ook indien dit hinder betreft door menselijk stemgeluid, in het kader van een goede ruimtelijke ordening in de vereiste belangenafweging moet worden betrokken. (…). Ten aanzien van de in het onderzoek voorspelde overschrijdingen van de geluidnormen uit het Barim en het advies hiervoor maatregelen te treffen, blijkt uit het bestreden besluit niet op welke wijze de raad hiermee rekening heeft gehouden.

Voorts is door de raad ter zitting erkend dat het akoestisch rapport weliswaar is gebaseerd op het aantal leerlingen dat bij 11 lokalen kan worden gehuisvest, maar dat niet is uitgegaan van de in het plan voorziene bebouwing die is benodigd voor de 11 leslokalen. In het akoestisch rapport is uitgegaan van de situering van geluidsbronnen op plaatsen waar het plan voorziet in de uitbreiding van het schoolgebouw. Gelet hierop heeft de raad zich bij de beoordeling van de gevolgen van het plan voor de te verwachten geluidhinder niet kunnen baseren op het akoestisch rapport. De betogen slagen.”

Vragen?

omgevingsjurist