VNG-brochure landelijk gebied toch gemengd gebied

VNG-brochure landelijk gebied toch gemengd gebiedVNG-brochure landelijk gebied

Een gemeente heeft een omgevingsvergunning verleend voor het toestaan van horeca bij een rijksmonument. Het gaat om het gebruik voor maximaal 2 dagen in de week. Appellant vreest voor geluidsoverlast en voor aantasting van zijn woonklimaat. De Afdeling overweegt als volgt:

Het college dient bij het nemen van een besluit op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit afwijken van het bestemmingsplan, mede te beoordelen welke gevolgen de gevraagde activiteiten hebben voor het woon- en leefklimaat van omliggende woningen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (…) mag het college daartoe aansluiting zoeken bij de geluidsnormen van het Activiteitenbesluit en bij de richtafstanden die zijn opgenomen in de brochure “Bedrijven en milieuzonering” van de VNG. De in de VNG-brochure opgenomen afstanden zijn indicatief en gemotiveerd afwijken van deze afstanden is mogelijk. In dat geval kan het college aansluiting zoeken bij de in de VNG-brochure opgenomen streefwaarden voor geluid. Daarbij is relevant welke geluidbelasting in de representatieve bedrijfssituatie valt te verwachten van de bedrijfsactiviteiten, al dan niet na het treffen van aanvullende maatregelen. (…) In het akoestisch onderzoek is geconcludeerd dat hoewel het perceel is gelegen in een landelijk gebied, er aangesloten kan worden bij het omgevingstype gemengd gebied. De locatie is namelijk gelegen bij het drukbevaren Amsterdam-Rijnkanaal, aan weerszijden van het landgoed zijn agrarische bedrijven gelegen, op het landgoed is detailhandel aanwezig en op de locatie is het railverkeer (…) duidelijk hoorbaar. Gelet op deze verschillende functies in de omgeving is de Afdeling van oordeel dat in het akoestisch onderzoek in redelijkheid kon worden aangesloten bij het omgevingstype gemengd gebied.” Zie uitspraak ABRS 30 juni 2021, 201904525/1/R4.(VNG-brochure landelijk gebied).

Bij de toepassing van de VNG-brochure is een belangrijke stap het kwalificeren van de omgeving van het plangebied. Doe dat ruim, dus niet alleen het plangebied. De VNG-brochure bevat definities van gemengd gebied en landelijk gebied. Dat biedt aanknopingspunten, maar deze uitspraak laat zien dat ook de definities niet in beton zijn gegoten en praktisch toegepast moeten worden, (lees: gezond verstand gebruiken). Belangrijk is te motiveren waarom.

omgevingsvergunning gecombineerd gebruik en bouw

Omgevingsvergunning gecombineerd gebruik en bouwomgevingsvergunning gecombineerd

De gemeente Amsterdam heeft een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen en vergroten van een gebouw tot restaurant, hotel, bar en clubgedeelte. Dit betreft een internationaal concept dat de leden de gelegenheid biedt om elkaar te ontmoeten, ideeën uit te wisselen, te werken, te sporten en te ontspannen. Het complex bestaat uit verschillende faciliteiten voor haar leden, zoals een filmkamer, een werkruimte met bibliotheek, een gym en fitness en een zwembad, en een hotel, als ook een bar en wellnesscentrum. Het pand betreft een rijksmonument.

Er is met toepassing van artikel 12.2, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo, in samenhang met artikel 4, aanhef en 9e lid, van bijlage II van het Bor een afwijking van het bestemmingsplan vergund. Appellant vreest een aantasting van zijn woon- en leefklimaat. Omdat door de uitbreiding van het gebouw op het dak de bebouwde oppervlakte en het bouwvolume toenemen, heeft het AB voor deze uitbreiding gebruik gemaakt van artikel 4, aanhef en 4e lid van bijlage II van het Bor.

Volgens de Afdeling is in de NvT vermeld dat de verscheidene onderdelen van artikel 4 van bijlage II van het Bor in één omgevingsvergunning gecombineerd kunnen worden toegepast. Gelet hierop heeft het AB naar het oordeel van de Afdeling ook in het onderhavige geval tegelijkertijd een omgevingsvergunning kunnen verlenen voor het gewijzigde gebruik van een gedeelte van het gebouw met toepassing van artikel 4, aanhef en 9e lid, van bijlage II van het Bor en voor een uitbreiding van dat gebouw met toepassing van het 4e lid van dat artikel. De zinsnede “eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bouwoppervlakte of het bouwvolume niet vergroten” in artikel 4, 9e lid, van het Bor, heeft naar het oordeel van de Afdeling alleen betrekking op bouwactiviteiten waarvan het gebruik met toepassing van artikel 4, aanhef en 9e lid, wordt vergund en niet op bouwactiviteiten die met toepassing van artikel 4, aanheft en 4e lid worden vergund.

Lees meer in r.o. 10 van uitspraak ABRS 23 mei 2018, no. 201705400/1/A1

Geluid terras horeca: hoe goed te regelen?

Geluid terras horeca: hoe goed te regelen?geluid terras horeca

Deze uitspraak van de Raad van State van 13 juni 2018 is opgenomen omdat het een goed voorbeeld geeft van hoe het akoestisch onderzoek is opgesteld en de maatregelen die zijn opgenomen in de planregels van het bestemmingsplan. Uiteraard is iedere situatie weer anders.

Een buurtbewoner stelt in beroep dat hij overlast zal ervaren van het terras bij de horecagelegenheid dat met het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Hij stelt dat hij in zijn woongenot zal worden aangetast vanwege het stemgeluid van de bezoekers van het terras. Het terras zal volgens hem leiden tot ernstige geluidsoverlast bij zijn woning.

De gemeente heeft een akoestisch onderzoek uit laten voeren naar de geluidbelasting ter plaatse. In het akoestisch onderzoek is het café onderzocht, het terras en de kleine zaal aan de achterzijde van het café met het daarbij behorende muziek- en stemgeluid van de bezoekers. Volgens de gemeente is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning. De raad heeft zich hierbij aangesloten bij de normen over geluid uit het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Voor het terras is in het onderzoek uitgegaan van 4 zitplaatsen per tafel. De gebruiksoppervlakte van het terras is 10 m². De Raad van State oordeelt als volgt: “Voor de horecagelegenheid geldt in het kader van het bestemmingsplan geen specifiek wettelijk kader op grond waarvan de geluidgevolgen moeten worden beoordeeld. Dit neemt niet weg dat de raad bij het vaststellen van het plan in het kader van een goede ruimtelijke ordening moet beoordelen of de geluidgevolgen van de in het plan voorziene ontwikkeling aanvaardbaar zijn. Bij de wijze waarop hij dat een beeld brengt komt de raad enige ruimte toe. Appellant betoogt ten onrechte dat het akoestisch onderzoek…

Lees meer in r.o. 6.2.4 e.v. van uitspraak ABRS 13 juni 2018, no. 201708934/1/R1. (geluid terras horeca)

 

wijzigingsbevoegdheid horeca in bestemmingsplan onderzoek doen naar ruimtelijke aanvaardbaarheid van terrassen

Wijzigingsbevoegdheid horeca in bestemmingsplan ook onderzoek doen naar ruimtelijke aanvaardbaarheid van terrassen

Appellanten vrezen voor overlast van bezoekers van de terrassen die onder meer met de wijzigingsbevoegdheid mogelijk worden gemaakt. De stelt stelt dat een aanvraag om een terrasvergunning dient te worden getoetst aan de APV waar volgens de raad voorwaarden zijn opgenomen ter bescherming van het woon- en leefklimaat.

De Afdeling overweegt: “Verder dienen de gevolgen van de mogelijke uitbreiding van horeca (…) voor het woon- en leefklimaat te worden meegewogen bij de vaststelling van het bestemmingsplan, waarbij mede relevant is dat het plan voorziet in de mogelijkheid om terrassen te exploiteren. De raad heeft dit ten onrechte nagelaten. De omstandigheid dat op grond van de APV dient te worden bezien of een terras leidt tot een onevenredige aantasting van de woon- en leefsituatie, alsmede de mogelijkheid om voorschriften te verbinden aan een terrasvergunning, leidt niet tot een ander oordeel. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan gaat het om de beoordeling en de afweging of een bestemming die terrassen toestaat vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar is. Deze beoordeling en afweging is een andere dan de afweging die plaatsvindt bij het beoordelen van de vraag of in een concreet geval voor een terras al dan niet een vergunning op grond van de APV kan worden verleend. Bij de beslissing omtrent het verlenen van terrasvergunning kan immers geen integrale afweging worden gemaakt van alle in het plangebied betrokken ruimtelijke relevante belangen. De beoordeling welke dient plaats te vinden in het kader van artikel 3.1 van de Wro kan dan ook niet worden vervangen door een beoordeling bij het verlenen van een vergunning op grond van de APV.”

Zie uitspraak ABRS 3 juli 2013, no. 201209663/1/R3.

wijzigingsbevoegdheid horeca in bestemmingsplan

Wijzigingsbevoegdheid horeca in bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheid horeca

Neem bij opname wijzigingsbevoegdheid in bestemmingsplan alle belangen op die eventueel kunnen worden geschaad door de toekomstige bestemming. Zie uitspraak van 15 augustus 2012, no. 201105700/1/R4 van de Afdeling.

In het bestemmingsplan voor de binnenstad heeft de gemeente een wijzigingsgebied aangeduid. Dit gebied heeft nog de bestemming ‘Gemengd’, maar kan door middel van een wijzigingsplan gewijzigd worden in ‘Horeca’. Appellant vreest geluidhinder indien op deze locatie bedrijfsmatige horeca wordt toegestaan. Hij stelt dat als gevolg van de bestaande horeca-actitiveiten ter plaatse de normen van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Barim) reeds worden overschreden en dat met zijn belangen geen rekening is gehouden.

De Afdeling overweegt over de wijzigingsbevoegdheid horeca: “Met het bestaan van de wijzigingsbevoegdheid in het plan kan de aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemmingen binnen het gebied waarop die wijzigingsbevoegdheid betrekking heeft, in beginsel als een gegeven worden beschouwd indien voldaan wordt aan de bij het plan gestelde wijzigingsvoorwaarden. Derhalve moet reeds bij het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid die horeca mogelijk maakt, worden beoordeeld of horeca in het gebied waarop de wijzigingsbevoegdheid rust, vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, in beginsel aanvaardbaar is.  (..)

In de plantoelichting staat dat een horecabedrijf zich alleen kan vestigen op de desbetreffende locatie, indien wordt voldaan aan de wettelijke vereisten, waaronder het Barim, en wordt aangetoond dat door middel van het treffen van maatregelen de overlast van komende en gaande bezoekers wordt beperkt. De raad heeft niet inzichtelijk gemaakt dat het belang van appellant bij een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is betrokken bij de besluitvorming over de wijzigingsbevoegdheid voor bedrijfsmatige horeca voor de locatie. Dit klemt temeer nu, naar niet in geschil, appellant eerder bij de gemeente heeft geklaagd over geluidhinder vanwege de horeca-activiteiten die ter plekke reeds plaatsvinden. Verder is van belang dat in de plantoelichting staat dat een horecabedrijf zich alleen, dan kan vestigen, indien wordt aangetoond dat door middel van het treffen van maatregelen de overlast van komende en gaande bezoekers wordt beperkt, terwijl geen wijzigingsvoorwaarden in het plan zijn opgenomen waarmee het treffen van dergelijke maatregelen kan worden gewaarborgd.

omgevingsjurist