Eis in bestemmingsplan over Nbw 1998 onacceptabel

Eis in bestemmingsplan over Nbw 1998 onacceptabel

Nbw 1998

Een gemeente heeft in het bestemmingsplan een planregel opgenomen dat voor het college van b&w de verplichting bestaat om zich in te spannen voor een effectieve bescherming van een Natura 2000 gebied. Appellant betoogt dat deze regel overbodig is, omdat de significante effecten voor Natura 2000 gebieden van een bepaalde ontwikkeling worden getoetst aan de Nbw 1998.

De Raad van State zegt er het volgende over:

Deze bepaling houdt een opdracht in aan het college van b&w om op een zodanige manier gebruik te maken van de aan het college van b&w op grond van de Wabo en het bestemmingsplan toekomende bevoegdheden, dat strijd met de Nbw 1998 wordt voorkomen. Anders dan de raad stelt, bevat deze bepaling daarmee een, voor het college van b&w bindende instructienorm die een resultaatsverplichting inhoudt en tegelijkertijd een dwingende toetsingsgrond voor omgevingsvergunningen die bij het college van b&w wordt aangevraagd en die zien op activiteiten waarvoor het plan regels stelt. (…) Hier doet zich de vraag voor of een dergelijke regeling acceptabel is, bezien tegen de achtergrond van de artikelen 47 en volgende (…) van de Nbw 1998. Uit die artikelen volgt immers dat een omgevingsvergunning die betrekking heeft op projecten of andere handelingen waarvoor een vergunning op grond van artikel 19d van de Nbw 1998 nodig is, alleen wordt verleend als het bevoegd gezag dat bevoegd is te beslissen op een aanvraag om een dergelijke vergunning heeft verklaard dat daartegen geen bedenkingen heeft; dit is het zogenaamde aanhaken dat is geregeld in artikel 2.27, eerste lid van de Wabo. Op grond van deze regeling is het bevoegd gezag voor een eventuele vergunning op grond van de Nbw 1998, doorgaans het college van gedeputeerde staten, bevoegd  te beslissen over een verklaring van geen bedenkingen en daarmee verantwoordelijk voor de beoordeling of de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd in overeenstemming is met de Nbw 1998. De regeling in het bestemmingsplan heeft echter als strekking die toetsing ook door het college van b&w te laten verrichten. Nu die toetsing in het stelsel van de Wabo en de Nbw 1998 is voorbehouden aan het bevoegd gezag op grond van die laatstgenoemde wet, verdraagt artikel 7 (…) van de planregels zich naar het oordeel van de Afdeling niet met artikel 47b van de Nbw 1998 en artikel 2.27, eerste lid van de Wabo.”

Zie uitspraak ABRS 5 augustus 2015, no. 201402159/1/R4.

Omgevingsvergunning aanvragen nooit direct doen!

Omgevingsvergunning aanvragen: nooit direct doen! – tip 1

Leegstand van onroerend goed komt veel voor: leegstaande kantoren, autoshowrooms, winkelpanden, boerderijen, etc. Vertragende procedures bij de gemeente gooien vaak roet in het eten bij een vlotte herbestemming. De meeste ondernemers of andere initiatiefnemers met een goed idee voor een pand of locatie, denken dan ook vaak dat het direct indienen van een aanvraag om omgevingsvergunning helpt om het gehele proces te versnellen. “Dan gaan tenminste de wettelijke termijnen lopen“, wordt er vaak gedacht. Vooroverleg met de gemeente vinden ze niet nodig.

Uiteraard hangt het van het project af en de mate van afwijking van het bestemmingsplan. De praktijk is echter weerbarstig. Een aantal belangrijke aandachtspunten in het traject bij de gemeente voor een nieuw idee voor herbestemming van een pand of locatie is:

  • past uw idee in het gemeentelijk of provinciaal beleid?
  • in hoeverre wijkt uw plan af van het geldende bestemmingsplan?
  • zijn er ‘binnenplanse afwijkingsmogelijkheden’? Zo nee, welke andere mogelijkheden zijn er?
  • politieke belangen bij een pand of locatie: onderschat dit niet.
  • presentatie van uw idee: als ondernemer of ontwikkelaar bent u meestal enthousiast over uw nieuwe plan; dim dit enthousiasme bij de gemeente.

Tip 1: toets uw plan vooraf aan het gemeentelijk beleid

Bij het woord ‘beleid’ haken veel ondernemers en ontwikkelaars af. Het klinkt erg stroperig en saai. Toch is dat beleid in de praktijk erg belangrijk. Het geeft een richting aan die de gemeente wenst in te slaan of is de weg die de gemeente al bewandelt. Het komt in de praktijk zelden voor dat de gemeente van beleid afwijkt. Zeker in het geval dat beleid recentelijk is vastgesteld. Het heeft dan ook niet zo veel zin om een project door te zetten indien dat op belangrijke punten afwijkt van dat beleid. Wijkt het op kleine punten af, doe dat een onderbouwd voorstel richting gemeente en geef duidelijk aan hoe er kan worden afgeweken en hoe dat alternatief eruit ziet. Maak vervolgens een afspraak met de beleidsadviseur van de betreffende afdeling en licht uw verhaal toe.

De toetsing aan beleid geeft tevens voor u een belangrijke indicatie of het plan kans van slagen heeft. Dien daarom altijd eerst een conceptaanvraag of een verzoek om vooroverleg in. Uw plan wordt in dat geval getoetst aan gemeentelijk beleid. In deze fase kunt u uw bouwplan nog gemakkelijk bijschaven of bijstellen aan de eisen van de gemeente.

De volgende tips ontvangt u in ons ezine. Meld u hiervoor gratis aan! Het aanmeldformulier ziet u aan de rechterzijde van de website.

Heeft u vragen over het vooroverleg en hoe u een kansrijk verzoek kunt indienen bij de gemeente?

Plattelandswoning jurisprudentie overzicht

Plattelandswoning jurisprudentie

Inmiddels zijn we een aantal uitspraken verder over bovengenoemd onderwerp. Hieruit blijkt dat er veel meer onderzoek nodig is dan in eerste instantie bij de introductie van de Wet plattelandswoningen werd aangenomen. Hieronder een handig overzicht van de meest recente uitspraken (datum: publicatie 1 augustus 2015):plattelandswoning jurisprudentie

Op basis van de tot dusverre verschenen jurisprudentie kunnen de volgende 4 lessen worden gehaald:

  1. Gezondheid: check bij een beoogde plattelandswoning nabij een intensieve veehouderij welke effecten deze heeft op de gezondheid van de bewoners van de plattelandswoning;
  2. Geluid: breng de geluidbronnen in beeld van het naastgelegen bedrijf en de omgeving en voer een akoestisch onderzoek uit;
  3. Luchtkwaliteit: voor een luchtkwaliteitsonderzoek uit vanwege het naastgelegen agrarische bedrijf;
  4. Maatwerk plattelandswoning: stel per plattelandswoning een onderzoek uit naar een goede ruimtelijke ordening ter plaatse. Dit laatste criterium uit de Wet ruimtelijke ordening blijft altijd als een zwaard van Damocles boven elke plattelandswoning ‘hangen’. Besteed hier dus aandacht aan in de ruimtelijke onderbouwing.

Het fenomeen plattelandswoning is een fictief juridisch instrument dat in de praktijk niet goed werkt. In juridische zin wel, maar niet in praktische zin. In het algemeen is het niet raadzaam dat bewoners die niet behoren bij het agrarische bedrijf, te dicht bij een agrarisch bedrijf wonen. Een agrarisch bedrijf runnen is ‘a way of life’ en gaat altijd door, zeker bij levende have. Dat stopt niet na kantoortijden. Dit ritme past niet goed bij het ritme van de gemiddelde kantoormens. Die wil rust bij thuiskomst en in het weekend. Dit is geen hogere wiskunde maar vergt logisch nadenken. Kijk dus verder dan de juridische werkelijkheid.

 

Plattelandswoning bij bedrijfswoning glastuinbouw

Plattelandswoning bij bedrijf glastuinbouw

Plattelandswoning en glastuinbouwbedrijf – De gemeente Lansingerland heeft een nieuw bestemmingsplan vastgesteld “Schil om Bleiswijk”. Het plan voorziet in een nieuwe bestemming voor agrarische gronden. Appellanten kunnen zich niet verenigen met de aan hun percelen toegekende bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – plattelandswoning’. Zij betogen onder meer dat de wettelijke regels voor de plattelandswoning niet van toepassing zijn op bedrijfswoningen bij glastuinbouwbedrijven.bedrijfswoning glastuinbouw

De Afdeling zegt er het volgende over: “Anders dan appellant betoogt, is de keuze van de raad om een voor burgerwoning gebruikte bedrijfswoning bij een glastuinbouwbedrijf te bestemmen als plattelandswoning, niet in strijd met de wettelijke regeling voor plattelandswoningen. Daartoe overweegt de Afdeling dat de wettelijke regeling voor de plattelandswoning (…) blijkens het bepaalde in het tweede lid van dat artikel onder meer van toepassing is op voor burgerbewoning gebruikte bedrijfswoningen bij een glastuinbouwbedrijf. (…)”. 

Lees hier meer informatie over de plattelandswoning en het bestemmingsplan.

Zie verder uitspraak ABRS 22 juli 2015, no. 201403289/1/R4.

 

Voor verspreide woningen landgoed geen toets ladder duurzame verstedelijking

Voor verspreide woningen op landgoed geen toets ladder duurzame verstedelijking nodig 

Ladder duurzame verstedelijking – artikel 3.1.6, tweede lid Bro – Op een landgoed worden in totaal verspreid 14 woningen mogelijk gemaakt. De locaties liggen op respectievelijk 600 m en 1,5 kilometer van elkaar.

Appellant betoogt dat het bestemmingsplan ten onrechte is vastgesteld omdat appellant van mening is dat het plan een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, aangezien het plan voorziet in een samenhangend complex van woningen die in 3 wijken zijn geclusterd en voorts tezamen als kostendragend project voor het landgoed mogelijk zijn gemaakt. Volgens hem is ten onrechte niet onderbouwd dat de voorziene woningen in een actuele regionale behoefte voorzien. Voorts is niet onderzocht in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien. Volgens appellant staat in de omgeving een groot aantal woningen te koop, zodat nabij het plangebied voldoende woningaanbod is.

De Afdeling overweegt: “(…) Gelet op de onderlinge afstand tussen de verschillende locaties waar de woningen zijn voorzien, kunnen de in het plan voorziene nieuwe woningen naar het oordeel van de Afdeling niet worden aangemerkt als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. (…)”  Lees verder r.o. 6.3 van uitspraak ABRS 22 juli 2015, no. 201408879/1/R3.

 

 

Gemeente moet concrete bouwaanvraag beoordelen bij bestemmingsplan

Gemeente moet concrete bouwaanvraag beoordelen bij nieuw bestemmingsplan

Concrete bouwaanvraag – Het is altijd verstandig om tijdens de (voor)ontwerpfase van een bestemmingsplan een concrete bouwaanvraag of aanvraag om functiewijziging in te dienen. De gemeente is namelijk verplicht om een concrete aanvraag die voldoende informatie bevat te beoordelen. Vaak wimpelen gemeenten dergelijke aanvragen af omdat ze vaak meer tijd in beslag nemen en het planproces kunnen vertragen.

De Raad van State neemt er echter geen genoegen mee. In een uitspraak van de Afdeling van 15 augustus 2015, wordt deze lijn wederom bevestigd:

In het stelsel van de Wro is een bestemmingsplan het ruimtelijk instrument waarin de wenselijke toekomstige ontwikkeling van een gebied wordt neergelegd. De raad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met een particulier initiatief betreffende ruimtelijke ontwikkelingen, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid kan worden beoordeeld. (…). De raad heeft door het voornemen niet in het plan op te nemen, het verzoek daartoe impliciet en zonder motivering afgewezen. De raad voert terecht aan dat in de Uitvoeringsnota Horeca 2014 geen toezegging staat voor horeca op de locatie, maar uit de Uitvoeringsnota 2014 blijkt wel dat horeca op deze locatie niet op voorhand is uitgesloten. Nu het voornemen reeds bekend en concreet was ten tijde van de besluitvorming over het bestemmingsplan, zie de Afdeling niet in dat met dit plan en de gevolgen daarvan op het woon- en leefklimaat van omwonenden bij de vaststelling van het plan geen rekening kon worden gehouden. Het betoog van de raad dat de functiewijziging ingrijpend is voor omwonenden en dat die benadeeld worden omdat zij geen inspraakmogelijkheid hebben gehad, treft geen doel omdat omwonenden de mogelijkheid zouden hebben gehad om een zienswijze over het desbetreffende plandeel in te dienen dat wel beroep tegen het besluit in te stellen (…).”

 

Afstand spuitzone boomkwekerij onvoldoende onderbouwd

Afstand spuitzone boomkwekerij onvoldoende onderbouwd

De raad van de gemeente Waddinxveen heeft het bestemmingsplan “Ruimte voor ruimte Polder Bloemendaal” vastgesteld. Het plan beoogt sanering en herstructurering van een deel van de glastuinbouw in de polder Bloemendaal. Hiertoe voorziet het plan in woonkavels en landschapsontwikkeling.

Appellanten stellen dat het plan ten onrechte voorziet in nieuwe woningen op korte afstand van hun bedrijfsgronden. Zij achten de afstand te kort omdat zij gewasbeschermingsmiddelen gebruiken voor hun gewassen.

De Afdeling overweegt:Uit de stukken blijkt onvoldoende op basis van welke gegevens de afstand van 10 meter in dit geval als een voldoende afstand moet worden beschouwd ter waarborging van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de voorziene woningen. Hierbij is in aanmerking genomen dat de adviesafstanden uit de VNG-brochure geen betrekking hebben op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. (…) Uit het advies van de omgevingsdienst blijkt niet van een afweging op maat ten aanzien van de aan te houden afstand tot de boomkwekerij. (…) Bovendien is in het advies uitgegaan dat het teelt in kassen betreft terwijl de boomkwekerij hoofdzakelijk open teelt betreft. Gelet hierop heeft de raad de aangehouden afstand van 10 meter onvoldoende onderbouwd.”

Uit deze uitspraak blijkt weer eens hoe belangrijk onderbouwing is.

Lees de uitspraak (ABRS 15 april 2015, no. 201407066/1/R6).

Lees meer over spuitzones van boomgaarden en/of bomenteelt.

Leegstand vastgoed autobedrijven: 4 tips voor herbestemming

Leegstand vastgoed autobedrijven: 4 tips voor een herbestemming

Leegstand vastgoed autobedrijven is dramatisch

Volgens het Vastgoedjournaal bedraagt de leegstand in de autobranche bijna een miljoen vierkante meter. Er staan ongeveer 500 panden leeg. Dat is dramatisch voor de eigenaren van het vastgoed. Door de sterk veranderende markt en digitalisering zal het aantal faillissementen en te koop staande panden naar alle waarschijnlijkheid alleen maar toenemen.

Door ontwikkelaars worden al verschillende mogelijkheden voorgedragen voor nieuwe functies voor showrooms van autobedrijven: winkelpand, appartementen, supermarkt, etc. Er zijn tal van mogelijkheden. De creativiteit wordt echter vaak gelimiteerd door het geldende bestemmingsplan en het beleid van de gemeente. Het is in de praktijk vaak lastiger te realiseren dan men denkt. Bureaucratie is vaak een grote drempel. Hieronder volgen een aantal tips om de gewenste wijziging er wel door te krijgen.

4 tips voor een geslaagde bestemmingsplanwijziging (herbestemming):

  • Dien een onderbouwd principeverzoek in
    Een principeverzoek is een informeel verzoek aan de gemeente waarin u vraagt om in principe mee te werken aan uw idee voor herbestemming van het pand. De gemeente zal uw verzoek toetsen aan het geldende bestemmingsplan, wetgeving en met name aan provinciaal en gemeentelijk beleid. Een voordeel van een principeverzoek (of vooroverleg) is dat u een gering bedrag kwijt bent aan leges en dat u vrij snel weet of de gemeente open staat voor uw idee en mee wil werken. In deze fase kunt u uw plan nog bijstellen aan de eisen van de gemeente voor relatief lage kosten. Verder lopen er geen formele juridische termijnen. Het is beter om nog niet direct een formele aanvraag in te dienen.
  • Breng de gemeente op ideeën door het principeverzoek
    Veel ondernemers realiseren zich dit niet: de gemeenteambtenaar toetst slechts uw idee, maar komt meestal zelf niet met creatieve ideeën of suggesties. Dat is geen kwade opzet, maar dat is de rol van de gemeente. De gemeente toetst en u komt met het idee voor de herbestemming. Het is belangrijk om een goed onderbouwd principeverzoek in te dienen. Ten eerste moet het verzoek juridisch goed onderbouwd zijn: laat de gemeente zien hoe en met toepassing van welke regels uw plan te realiseren is. Ten tweede is het verstandig om het principeverzoek te onderbouwen met foto’s van de locatie en met afbeeldingen of concept tekeningen hoe het plan eruit komt te zien. Afbeeldingen zijn krachtiger dan woorden en zijn nodig om uw verhaal en idee te onderbouwen.
  • Niet boos worden bij afwijzing: verplaats u in de positie van de ambtenaar  
    De meeste ondernemers zijn zeer teleurgesteld over het contact dat ze hadden met de gemeente. Hun enthousiasme neemt af en men raakt vaak ontmoedigd. De behandelend ambtenaar zit u echter niet dwars, maar toetst uw plan aan het geldende bestemmingsplan, beleid en regelgeving. Verder speelt de politiek (wethouder, college van b&w, etc. ) ook een grote rol. Het is een krachtenveld waarin de ambtenaar zich bevindt. Om die reden is een ambtenaar vaak voorzichtig met toezeggingen en ideeën. Vaak dekken ambtenaren zich om die reden in. Dit is echter niet persoonlijk tegen u bedoeld.
  • Schakel een specialist in
    Om het succes te vergroten is het belangrijk om de aanvraag niet zelf in te dienen. Behalve emotionele afstand is het ook in uw belang een specialist te kiezen die verstand en ervaring heeft van het proces bij de gemeente. Als leek kunt u ontmoedigd raken van de juridische regels en het krachtenveld van de gemeente. Een specialist kan op voorhand al zeggen of uw plan haalbaar is en loodst u door het ambtelijke proces. Dat scheelt u geld en ergernis. Het is belangrijk om de juiste stappen te zetten en een sterke onderbouwing van uw idee naar voren te brengen bij de gemeente. Dit is zowel voor u als de gemeente prettig.

Minicamping geen geurgevoelig object

Minicamping geen geurgevoelig object geurgevoelig object

De raad van de gemeente Giessenlanden heeft het bestemmingsplan “Buitengebied” vastgesteld. Zij heeft een minicamping bestemd als ‘Recreatie – Minicamping’. Een nabij gelegen rundveehouder stelt in beroep dat hij hinder vreest vanwege de mogelijkheid voor uitbreiding van de minicamping en vreest hierdoor in zijn bedrijfsvoering te worden beperkt.

Op het betrokken perceel zijn binnen het bouwvlak een ontvangstruimte en sanitaire voorzieningen toegestaan en buiten het bouwvlak mogen kampeermiddelen worden geplaatst. De Afdeling oordeelt – evenals de voorzitter deed in de uitspraak van 16 juni 2014, no. 201308826/4/R4 – dat in de ontvangstruimte en de sanitaire voorzieningen, gelet op de aard van het gebruik en de omvang hiervan, alsmede gelet op de geringe omvang van de minicamping niet langdurig door een persoon verbleven, zodat deze gebouwen niet zijn aan te merken als geurgevoelige objecten (…).”

Lees verder in uitspraak ABRS 11 maart 2015, no. 201308826/1/R4

Lees meer over geurgevoelige objecten…

Plattelandswoning regelen in bestemmingsplan? Hoe het wel kan!

Plattelandswoning regelen in het bestemmingsplan? Hoe het wel kan!

‘Raad van State haalt plattelandswoning onderuit’. Op 4 februari jl. verschenen er allerlei koppen in de media over de uitspraak van de Raad van State op die dag over de plattelandswoning en de toets met betrekking tot luchtkwaliteit. Die uitspraak maakt duidelijk dat de luchtkwaliteit bij een voormalige agrarische bedrijfswoning moet worden beoordeeld aan de hand van de luchtkwaliteitseisen als die woning door een derde mag worden bewoond. Volgens de uitspraak maakt het daarbij niet uit of de wetgever een ander doel heeft beoogd met de wetgeving inzake de plattelandswoning. Inmiddels zijn er ook kamervragen aan de minister van I en M gesteld over de gevolgen van de uitspraak.

Nu lijkt het wellicht zo of de realisatie van de plattelandswoning ‘op slot’ zit. Dat is echter niet zo. Ook bij een plattelandswoning is – net zoals bij andere ruimtelijke plannen of projecten – onderbouwing nodig van de besluitvorming. Bijv. ook ten aanzien van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Dat wordt in de praktijk vaak over het hoofd gezien.

In dit artikel treft u een handige checklist aan voor de realisatie van een plattelandswoning. Handig voor vergunningverleners en r.o.-medewerkers, maar ook voor degenen die een plattelandswoning willen realiseren.

De Plattelandswoning in het kortplattelandswoning

De Wet plattelandswoningen regelt kortweg twee belangrijke zaken:

  • het planologisch regime is bepalend voor de bescherming van een gebouw tegen negatieve milieueffecten en niet langer het feitelijk gebruik;
  • voormalige agrarische bedrijfswoningen worden niet langer beschermd tegen milieugevolgen van het bijbehorende bedrijf.

Voor de gemeente is het mogelijk om de woning in het bestemmingsplan aan te duiden als ‘plattelandswoning’ of ‘voormalige agrarische bedrijfswoning’. Dit houdt in dat de voormalige agrarische woning weliswaar gebruikt mag worden voor burgerbewoning, maar dat de woning niet beschermd wordt tegen negatieve milieugevolgen van het bijbehorende agrarische bedrijf inzake geuroverlast en geluidoverlast.

Let op: ‘een goede ruimtelijke ordening’ speelt ook bij de plattelandswoning een rol

Als gevolg van de wetswijziging zijn de Wet geluidhinder, Wabo, Wet milieubeheer en de Wet geurhinder en veehouderij aangepast, in die zin dat niet langer het feitelijk gebruik doorslaggevend is, maar het planologisch kader. Zie hier enkele details over deze aanpassingen. Door de uitspraak van de Afdeling van 4 februari 2015 is het duidelijk geworden dat – anders dan de wetgever heeft beoogd – de luchtkwaliteit ter plaatse van de luchtkwaliteit wel degelijk beoordeeld dient te worden. Het is dus belangrijk om voortaan een luchtkwaliteitsonderzoek uit te (laten) voeren.

Hoewel het lijkt dat hiermee de kous af is, is het zo dat er in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook nog andere aspecten getoetst moeten worden bij een verzoek inzake de plattelandswoning. Dat is echter niet op basis van voornoemde uitspraak, maar vanwege het criterium ‘een goede ruimtelijke ordening’. Bij het bestemmen van de plattelandswoning speelt ook dit toetsingskader een rol. Vanuit dit onderdeel in de besluitvorming kan het onwenselijk zijn om een voormalige agrarische bedrijfswoning te bestemmen als ‘plattelandswoning’. Hoewel een dergelijke woning bij toewijzing niet langer wordt beschermd tegen negatieve milieueffecten van het naastgelegen bedrijf met betrekking tot geuroverlast en geluid, dient er ter plaatse van de woning wel sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de bewoners.

Ook is het mogelijk dat de geluidoverlast van het naastgelegen agrarische bedrijf dermate groot is, dat er geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woning, bijv. door ventilatoren of tractoren, etc. Ook kan bijv. een intensief gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij fruitteelt een rol spelen. Dit kunnen redenen zijn voor de gemeente om de woning niet te bestemmen als plattelandswoning. Daarnaast kan het nodig zijn om ook onderzoek doen naar de gevolgen voor de gezondheid van de bewoners van de plattelandswoning, indien bijv. de woning nabij een intensieve veehouderij ligt.

Jurisprudentie over de plattelandswoning

  • ABRS 4 februari 2015, no. 201306630/5/R3 – luchtkwaliteit beoordelen bij plattelandswoningen
  • ABRS 24 december 2014, no. 201303444/1/R1 – in plattelandswoning kan alleen worden voorzien als de landbouwinrichting niet is gestaakt
  • ABRS 12 november 2014, no. 201306356/1/R3 – spuitzones beoordelen bij plattelandswoningen

Checklist realisatie plattelandswoning

Checklist onderzoeken plattelandswoning inzake milieu en goede ruimtelijke ordening:

  • gewasbeschermingsmiddelen: zijn er in de nabije omgeving boomgaarden of is er bomenteelt aanwezig? Is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toegelaten? Lees meer over spuitzones…
  • luchtkwaliteit: een onderzoek inzake de luchtkwaliteit nabij de plattelandswoning is noodzakelijk;
  • gezondheid: check bij een plattelandswoning nabij een intensieve veehouderij welke effecten de bewoning heeft op de gezondheid van de bewoners. Laat de GGD een gezondheidstoets uitvoeren;
  • geluid: vanwege geluidsoverlast van tractoren, melkmachines, etc. kan de geluidbelasting voor de nieuwe bewoners te groot zijn. Breng de geluidbronnen in beeld en laat bij twijfel een akoestisch onderzoek uitvoeren. Let op! Dit is de afweging van geluid in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De plattelandswoning wordt niet beschermd tegen geluid dat geregeld is in de Wet geluidhinder.

omgevingsjurist